Zijlader Noord-Beveland

Sinds 1933 had de PSD geen zijladingsveerboot meer gebouwd, maar in 1952 komt de allerlaatste PSD-zijlader in de vaart: de Noord-Beveland. De veerboot is bestemd voor Kortgene-Wolphaartsdijk, maar vaart na het opheffen van die dienst ook op Zierikzee en zelfs op Perkpolder.

Zijaanzicht PSD Noord-Beveland (1952)

De PSD gaf in oktober 1951 de opdracht voor een nieuwe zijladingsveerboot, voor de dienst Kortgene – Wolphaartsdijk. De Noord-Beveland, zoals de nieuwe veerboot gedoopt werd, ging te water op 14 juni 1952 op de Bijker’s scheepswerf in Gorinchem. De plechtigheid werd bijgewoond door de Commissaris van de Koningin in Zeeland De Casembroot, de leden van de Gedeputeerde Staten (GS) en PSD-directeur De Jonge. Het dopen van het schip gebeurde door Mathilde C.I. Lockefeer-van de Walle, echtgenote van lid van Gedeputeerde Staten Albertus L. S. Lockefeer. Op 7 augustus 1952 werd de tweede Noord-Beveland tijdens een proefvaart aan de PSD overdragen, onder toeziend oog van De Casembroot. Op 20 december kon de Noord-Beveland officieel in dienst worden gesteld tussen Kortgene en Wolphaartsdijk.

De Noord-Beveland was een aparte verschijning in de vloot. Het schip lijkt namelijk geenszins op andere PSD-veerboten. Het stuurhuis staat achterop en voor is ruimte voor auto’s en vrachtwagens. De veerboot werd gebouwd voor 410.000 gulden, een minimaal budget.

Tweedehands scheepsmotor

Oorspronkelijk was de motor van de Prinses Irene in de Noord-Beveland geplaatst. De Prinses Irene, niet te verwarren met de enkeldekker, was een door de PSD geïncasseerd patrouilleschip van de Duitse Kriegsmarine. Het ging om een Deutz achtcillinder dieselmotor (250 PK, 700 omwentelingen per minuut). Deze motorinstallatie bleek geen succes en werd daarom in 1955 vervangen door een krachtiger type.

De nieuwe zijlader had een dekoppervlakte van 350 m2. Ter hoogte van de opritten was het dek geschikt om 40-tons vrachtwagens te parkeren, het overige dek was gebouwd op een maximaal gewicht van 20-ton. Net als op de overige PSD-zijladers was er naast het dekhuis nog plaats voor auto’s.

Opheffing veerdienst en overplaatsing

Op 1 oktober 1960 werd de veerdienst Kortgene – Wolphaartsdijk opgeheven omdat deze overbodig geworden was door de Zandkreekdam. De Noord-Beveland versterkte sindsdien de Oosterschelde dienst. Tot december 1965 voer de veerboot over de Oosterschelde, waar zij overigens niet geschikt voor was wegens een te stompe kop.

Nu ook de dienst over de Oosterschelde opgeheven was bleef er weinig werkterrein over voor de Noord-Beveland. Op Terneuzen – Hoedekenskerke heeft de veerboot nooit gevaren, waarschijnlijk werd dat niet op prijs gesteld wegens de op de Oosterschelde opgedane ervaringen.
Incidenteel versterkte de Noord-Beveland de dienst Kruiningen – Perkpolder, bijvoorbeeld als er onderhoud aan de fuiken gepleegd moest worden en andere veerboten niet konden varen.

De rest van de tijd na de opheffing van de Oosterscheldedienst lag het schip opgelegd in de Binnenhaven in Vlissingen. In september 1968 is ze verkocht aan Stolk’s Handelsonderneming uit Hendrik Ido Ambacht.

Naar Italië

Aan de Rotterdamse Parkkade werd het schip zeeklaar gemaakt om vervolgens door een zeesleepboot van Wijsmuller naar Italië gesleept te worden eind jaren 60. Dit blijkt uit een artikel van P.C. Noordhoek, gepubliceerd in het Noord-Bevelands Nieuws- en advertentieblad van 1 juni 1984.

Onderzoek van PSDnet.nl wijst uit dat de Noord-Beveland inderdaad verkocht is aan een Italiaanse koper, gevestigd in Rome. Hoe het de Noord-Beveland vergaan is in Italië is nog niet duidelijk.

Foto’s Noord-Beveland