Vrije Veren

Zeeuws-Vlaanderen is geen wingewest! Een van de kreten uit de strijd voor Vrije Veren die gevoerd werd vanaf 1958. Het Actiecomité Vrije Veren onder leiding van Honoré Colsen trok ten strijde.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de veerdiensten over de Westerschelde vrijgesteld van tarief. Iedereen kon gratis over, ook met de auto, ter bevordering van de wederopbouw. In 1949 besloot de regering tot een bijdrage voor de veerdiensten voor het vervoer van auto’s en het reizen per eerste klasse. Vervoer van passagiers per tweede klasse bleef wel gratis, maar de PSD-schepen werden verbouwd waardoor de salons tweede klasse zich benedendeks bevonden. Gratis overvaren bleef mogelijk, maar dan wel zonder uitzicht of luxe.

In de jaren 50 stijgt het vervoer van auto’s over de Westerschelde sterk. De veerdiensten kunnen het amper bijbenen en er moet iets veranderen om de bereikbaarheid van Zeeuws-Vlaanderen te blijven garanderen. In ruil voor het invoeren van een ‘matig tarief’ is de overheid bereid om te investeren in grotere veerboten, de Prinses Beatrix en de Prinses Irene. Begin mei 1958 schrijft het dagelijks bestuur van Zeeland een nota aan Provinciale Staten met de mededeling dat per 1 juli 1958 de tarieven zouden worden ingevoerd.

Rond Pinksteren 1958 wordt het Actiecomité Vrije Veren opgericht om tegen deze beslissing te ageren. De enige weg voor Zeeuws-Vlamingen om over Nederlands grondgebied naar de rest van Nederland te gaan loopt via een van de Westerscheldeveren. Het Actiecomité vond het daarom onwenselijk dat er betaald moest worden voor die veerdiensten, laat staan dat er een hoger tarief ingevoerd werd.

Honoré Colsen

Het Actiecomité Vrije Veren stond onder leiding van Honoré Colsen (1885-1980), markant inwoner van het Zeeuws-Vlaamse Sluiskil.

Een bejaard man, met een bruinverbrand, verweerd gelaat, waarin twee felle ogen priemen, een slobberig confectiepak en een altijd weerbarstige boord. Voeg daarbij zijn twee onafscheidelijke attributen: pet en pijp, en daar staat de Zeeuwsvlaamse ‘rebellenleider’ H.J. Colsen uit Sluiskil, veekoopman, ten voeten uit. (Zeeuws Dagblad, 11 juni 1958)

Colsen was van mening dat je nooit audiëntie bij een minister moest aanvragen, dus maakte hij kenbaar op 13 juni 1958 op bezoek te komen. En met hem honderden Zeeuws-Vlamingen, op de vroege ochtend vertrokken namelijk 500 auto’s in een grote stoet naar Den Haag. Op het Binnenhof aangekomen was de sfeer gemoedelijk. De betogers maakten met hun handen dubbele V-tekens voor Vrije Veren.

Het overleg met minister Algera liep die middag echter op niets uit, hij liet weten dat het besluit al genomen was en er niets aan veranderd kon worden. Volgens Colsen had de minister er omheen gepraat, hij wilde het van zich afschudden.

Revolutie!

Op het Binnenhof riepen jongeren ‘revolutie!’ en verzekerden die nacht nog de fuik van Kruiningen op te blazen. In de nacht van 13 op 14 juni patrouilleerden twee politieagenten bij de aanlegplaats in Kruiningen, maar er gebeurde niets.

Strijdkreten

De onvrede van de Zeeuws-Vlamingen vond uiting in menig strijdkreet. Hieronder hebben we een aantal mooie voorbeelden verzameld.

Op Cyprus vechten Cyprioten
ook Zeeuws-Vlamingen zijn geen idioten.
In Algerije heerst terreur
wee Holland stel ons niet telleur.
Geef ons ‘n tunnel of ‘n brug
of onze Vrije Veren terug

Wat wordt onze
hoofdstad?
Amsterdam
of
Brussel

Vrije ferry
anders rebellie

Zeeuws-Vlaanderen
is geen wingewest

Leiderschapsdiscussie

Enkele weken na de grote actie in Den Haag vroegen leden van het Actiecomité Vrije Veren zich af of Colsen wel een geschikte leider was. De tocht naar Den Haag voor overleg met de minister had niets opgeleverd en Zeeuws-Vlaanderen zat inmiddels met een kater. Colsen zou niet de geschikte leider zijn omdat hij te weinig politieke ervaring had en daarnaast zou hij door alle aandacht zich verdwaasd zijn gaan gedragen. Door ruzie in het Comité bedanken een aantal leden voor een stafpositie.

Invoering tarief

Op 24 juli 1958 verklaarde de regering dat ze de moties over Vrije Veren naast zich neerlegde en dat de nieuwe tarieven op 1 augustus zouden worden ingevoerd. Nu moesten iedereen, dus ook passagiers en fietsers betalen voor een overtocht. Hierbij werd geen onderscheid gemaakt tussen Zeeuws-Vlamingen en overige klanten.

Op 4 oktober 1960 ging de minister akkoord met een tariefverlaging en het aanbrengen van onderscheid. Inwoners van Zeeuws-Vlaanderen konden vanaf nu goedkopere abonnementen krijgen voor voetgangers en extra reductie op de 20-vaartenkaart krijgen.

Tweede demonstratiegolf

Nadat in 1971 bekend was geworden dat de tarieven voor de veren nog verder zouden stijgen, besloten Zeeuws-Vlamingen tot nieuwe acties. Ook dit keer stond Honoré Colsen vooraan, nu inmiddels 86 jaar oud. Op 2 oktober 1971 werd het veerplein van Breskens bezet en twee uur lang de toegang tot de veerboot geblokkeerd.

Half oktober 1971 gingen 400 auto’s vanuit Zeeuws-Vlaanderen weer in optocht naar Den Haag. Ook nu leverde overleg met de minister niets op. Later bleek dat door de opheffing van het veer Terneuzen-Hoedekenskerke de voorgenomen tariefverhoging van 35% naar 25% teruggebracht worden.


Erfenis

Ook in de 21ste eeuw is de strijd voor de ‘Vrije Veren’ nog actueel. Onder veel Zeeuws-Vlamingen heerst nog steeds het gevoel van onrechtvaardigheid te moeten betalen voor de enige weg naar de rest van Nederland, namelijk de Westerscheldetunnel. ‘Geef ons een tunnel of een brug, of onze Vrije Veren terug’, was een leus uit de jaren 50. Men ging er vanuit dat een vaste oeverbinding gratis zou zijn. Dat bleek niet het geval te zijn.

Voor de Westerscheldetunnnel moet tot 2033 tol worden betaald. De korting voor Zeeuws-Vlamingen die de PSD hanteerde van 1960 tot 2003 heeft geen vervolg gekregen in het tunneltijdperk. Wel is er korting voor grootgebruikers van de Westerscheldetunnel.

In Sluiskil is een straat vernoemd naar Colsen, te weten het Honoré Colsenhof. In 2009 is aan de Baljuwlaan een standbeeld van Colsen geplaatst.