Home>Vloot (+ fotopagina's)>Zijlader Zandkreek

Zijlader Zandkreek

3.081 woordenongeveer 15 min leestijd

In 1926 komt de Zandkreek in de vaart op Kortgene-Wolphaartsdijk, de kortste veerdienst van de PSD. Het schip is ruim dertig meter lang, vrij breed en zo plat dat het overal doorkomt waar de grote zijladers vastlopen. In 1961 wordt de veerboot verkocht aan Van Oord, dat er een kraanschip van maakt. In 2024 blijkt het schip nooit gesloopt te zijn: de Zandkreek ligt half gezonken in een Belgisch grindgat net over de grens met Nederland.

Zijaanzicht PSD Zandkreek (1926)

Op deze pagina over de zijlader Zandkreek:

Aanbesteed bij Boele in Bolnes (1925-1926)

Tussen de aanlegsteigers van Kortgene en Wolphaartsdijk ligt maar zo’n 200 meter water, veruit de kortste oversteek van alle PSD-veerdiensten. Sinds 1914 voer daar de Zuidvliet, met 20,13 meter het eerste motorschip in een vloot die verder volledig op stoom voer. Voor het groeiende autoverkeer schoot dat bootje tekort, want op het dek pasten amper auto’s. In september 1925 besteedde de Provincie daarom een grotere autoveerboot aan bij de firma Boele in Bolnes bij Rotterdam. De veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk viel toen formeel nog niet onder de Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD), maar stond wel onder provinciaal toezicht.

Het ontwerp kwam van ingenieursbureau M.A. Cornelissen, dat eerder de stoomboot Schouwen had getekend en een paar jaar later ook de zijlader Koningin Emma zou ontwerpen. De nieuwbouw kreeg de naam van het water waar het schip overheen moest: de Zandkreek.

Op dinsdag 29 juni 1926 volgde de proefvaart. Aan de eisen werd voldaan en de veerboot haalde 18 kilometer per uur, zo’n 9 knopen. Zes weken later begon het echte werk: op dinsdag 10 augustus 1926 werd de Zandkreek in dienst gesteld, een datum die de Middelburgsche Courant op 2 november 1926 noteert in een verslag van Gedeputeerde Staten. Wat het schip voor Noord-Beveland betekende, vatte de krant samen in één beeld dat op het eiland is blijven hangen: een ‘rijdek waarop heel Noord-Beveland dansen kon’.

De komst van de zijlader had ook gevolgen voor de twee oudere vaartuigen op het veer. De Zuidvliet viel naast de nieuwbouw volledig in het niet en verhuisde in 1930 naar het veer Veere-Kamperland. De motorhoogaars die het overzetten tot dan toe mede verzorgde kreeg een tweede loopbaan in Zierikzee: bij laag water bracht dat bootje passagiers van de veerboot naar aanlegplaats ’t Luitje.

Ontwerp en techniek: breed, plat en ondiep

De meetbrief noteerde 31,94 meter lengte bij 9,30 meter breedte. Beladen kwam het schip niet dieper dan 1,50 meter, precies wat het ondiepe water van de Zandkreek zelf vroeg. De meting en registratie volgden in 1927, toen het brandmerk ‘9 B Midd 1927’ in het schip werd geklonken.

De vergelijking met de zijladers die de PSD in 1933 op de Oosterschelde zette, laat zien hoe eigenzinnig het scheepje was. De Koningin Emma mat 49 meter bij 8,85 meter en had een diepgang van 2,25 meter. De Zandkreek was dus ruim zeventien meter korter, maar wél bijna een halve meter breder. Met 1,50 meter kwam het scheepje precies op tweederde van de diepgang van de grote zijladers. De Provinciale Zeeuwse Courant noemde de veerboot in 1957 dan ook kortweg een ‘platbodemschip’.

In de machinekamer stond een Deutz dieselmotor van 100/120 pk met motornummer 127865/66. Dat nummer staat op een los koperen plaatje op het achter-stuurboord carterdeksel, een detail dat in 2024 opeens weer van belang werd.

Tot zinken gebracht bij Kamperland (1944)

Terwijl vrijwel de hele PSD-vloot in mei 1940 in de haven van Breskens zonk of uitbrandde, bleef de Zandkreek gewoon varen en hield het schip de verbinding met Noord-Beveland in stand. Eind 1944 kwam ook voor deze veerboot het einde in zicht. De bezetter bracht het schip tot zinken op het strand van Kamperland, vlak bij de veerdam. Hoe de Zandkreek erbij lag, beschreef de waarnemend PSD-directeur op 12 december 1944 in een brief die in het Zeeuws Archief bewaard is gebleven: ‘De machinekamer, achter-piek en ruim stonden vol water’.

Wanneer het schip precies weer boven water kwam en werd hersteld, vermelden de stukken niet. Op 1 januari 1946, de eerste dag van de bewaard gebleven dagelijkse PSD-vaarstaten, is de Zandkreek gewoon weer in dienst op Kortgene-Wolphaartsdijk.

21
Direct naar alle foto’s van de Zandkreek in de PSD-periode.

Tien jaar vaarstaten: 2.097 dagen naar Kortgene (1946-1955)

De vaarstaten uit het PSD-archief laten dag voor dag zien waar het schip lag en voer. In de tien jaar die het archief bestrijkt komt de Zandkreek op 3.286 dagen voor, verdeeld over drie veerdiensten en vijftig wisselingen van dienst of status. Verreweg het grootste deel gaat naar het eigen oorspronkelijke veer: 2.097 dagen op Kortgene-Wolphaartsdijk. De langste ononderbroken reeks besloeg 484 dagen, van woensdag 12 oktober 1949 tot en met woensdag 7 februari 1951, zonder één dag ergens anders. Onderbrekingen waren bijna altijd werkplaatsbeurten van een paar dagen tot enkele weken. Het jaar 1952 ontbreekt overigens in het archief.

Dat eentonige ritme werd op donderdagavond 30 januari 1947 hardhandig doorbroken. Onder de kop ‘De “Zandkreek” sloeg haar schroef stuk’ berichtte de Provinciale Zeeuwse Courant twee dagen later wat het drijfijs had aangericht. ‘Het vaartuig werd daardoor stuurloos en bleef in de Zandkreek ronddrijven, waar ’t zich op een bank vastzette.’ De ruim twintig passagiers konden later van boord worden gehaald en naar de kant gebracht. Sleepboten waren die vrijdag in de weer om de veerboot los te krijgen ‘en daarin tenslotte geslaagd’.

Verlengd met bijna zes meter (winter 1947-1948)

Het naoorlogse autoverkeer groeide harder dan het rijdek bij kon houden en dus ging de veerboot Zandkreek op de schop. De vaarstaten laten precies zien hoelang het schip daarvoor uit de vaart was: van donderdag 11 december 1947 tot en met woensdag 31 maart 1948 staat de veerboot 112 dagen achtereen als ‘werkplaats’ geboekt, veruit de langste onderbreking in de hele reeks. Op donderdag 1 april 1948 hervatte het schip de dienst tussen Kortgene en Wolphaartsdijk.

De meetbrief ging daarna van 31,94 naar 37,73 meter, bijna zes meter langer bij een gelijkgebleven breedte van 9,30 meter. De diepgang liep op van 1,50 naar 1,70 meter. Veel lucht gaf de ingreep niet. Al na een jaar moest de PSD concluderen dat meer nodig was dan een langer rijdek. Op dinsdag 2 oktober 1951 trokken de Provinciale Staten 410.000 gulden uit voor een nieuwe veerboot, met de kanttekening dat Noord-Beveland eigenlijk een vaste oeververbinding verlangde.

Bekijk ook: Een tijdsbeeld van de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk, met de aanlegsteigers van beide oevers.

Stil in de rampwinter, daarna naar Anna Jacobapolder (1953)

Op zaterdag 20 december 1952 maakte de nieuwe zijlader Noord-Beveland de eerste officiële overtocht van Wolphaartsdijk naar Kortgene. De Zandkreek werd reserveboot en dat is in de vaarstaten meteen te zien: op 1 januari 1953 staat het schip als ‘binnen’ geboekt, stilliggend en zonder dienst. Dat bleef zo tot en met dinsdag 31 maart 1953, negentig dagen achtereen. Toen de Watersnoodramp Zeeland in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 overviel, was de Zandkreek dus waarschijnlijk in onderhoud en sowieso nergens in de vaart.

Daarna kwam het schip alsnog van pas. Na drie weken bij de werkplaats begon de veerboot op donderdag 23 april 1953 op het tijdelijke veer Zierikzee-Anna Jacobapolder, in het leven geroepen omdat op Schouwen-Duiveland nog nauwelijks doorgaand verkeer mogelijk was. Normaal voer daar alleen de RTM tussen Zijpe en Anna Jacobapolder. Tot zondag 19 juli 1953 voer de Zandkreek op dat noodveer, met een paar invalbeurten op Zierikzee-Katseveer en zelfs één losse dag terug op Kortgene-Wolphaartsdijk ertussendoor. Bij elkaar 83 dagen.

709 dagen op Zierikzee-Katseveer (1953-1955)

Wat als noodmaatregel begon, groeide uit tot een tweede loopbaan. Op zaterdag 8 augustus 1953 kwam de Zandkreek op de veerdienst Zierikzee-Katseveer. Over de hele reeks 1946-1955 telt de Oosterscheldedienst 709 dagen met de zijlader Zandkreek.

Geschikt was de veerboot voor dat vaarwater niet helemaal. De oversteek tussen Katseveer en Zierikzee is vele malen langer dan de 200 meter waarvoor het schip in 1926 was gebouwd en de afmetingen bleven bescheiden. Daar stond één voordeel tegenover dat de grote zijladers misten: met 1,70 meter diepgang kwam de Zandkreek er nog door waar de Oosterschelde en de Koningin Emma vastliepen.

Helemaal loskomen van het oude veer deed het schip nooit. In 1954 en 1955 keerde de Zandkreek telkens voor een paar dagen of weken terug naar Kortgene-Wolphaartsdijk om de Noord-Beveland te ontlasten. Op donderdag 1 december 1955 boekte de PSD het schip om tot reserveboot voor Zierikzee-Katseveer.

Aardappelen en de ‘Spoetnik’: twee invalbeurten in de krant (1956 en 1958)

In april 1956 haalde zo’n invalbeurt de krant. Het eiland Noord-Beveland moest in enkele dagen naar schatting 4.000 ton aardappelen per auto van het eiland brengen voor de export en de Provincie wilde de dreigende stagnatie op het veer opvangen. De Zandkreek, ‘die tegenwoordig op de lijn Zierikzee-Katseveer dienst doet, maar enige tijd in reparatie was geweest’, kwam op dinsdagmiddag 17 april assisteren. Tot en met die zaterdag sprong de veerboot iedere dag van ongeveer half twaalf tot drie uur bij, zodat samen met de Noord-Beveland tijdelijk een halfuurdienst kon worden gevaren. ‘Ongetwijfeld zal dit enige verlichting brengen’, noteerde de krant.

Twee jaar later was het verkeer de Noord-Beveland definitief boven het hoofd gegroeid. Op woensdag 8 januari 1958 kwam een tweede boot in de vaart: de Zeeland, een grote motordekschuit van ondernemer W. Kesteloo uit Middelburg, met een dek van negen bij twintig meter en plaats voor vijftien personenauto’s. Op topdagen assisteerde bovendien de vertrouwde zijlader Zandkreek, meldde de Provinciale Zeeuwse Courant, al had het oude schip een kleiner dek dan de 180 vierkante meter van de gehuurde Zeeland. Die pruttelende huurboot kreeg in de volksmond al snel de bijnaam ‘Spoetnik’.

Lees ook: Met de ‘Spoetnik’ naar Beveland, het verhaal van de merkwaardigste huurboot die ooit voor de PSD voer.

De enige boot die het havenkanaal nog in kon (november 1957)

De aanlegsteiger van Zierikzee lag in die jaren nog aan het eind van het Havenkanaal, bij ’t Luitje. Bij oostenwind en laag water werd de nauwe vaargeul een probleem voor de grote zijladers en dan bewees de platte Zandkreek zijn waarde. Begin november 1957 kon de veerboot Oosterschelde het havenkanaal niet uit en nam de Zandkreek de dienst over, ‘dat de nauwe en ondiepe vaargeul bij de sluiswerken bij laag water wel kan passeren’.

Op donderdag 14 november 1957 lag de zaak ingewikkelder. De PSD-zijlader Oosterschelde vertrok om half een met ongeveer vijftien passagiers uit Katscheveer, maar kon de aanlegplaats in Zierikzee niet bereiken. Tot half twee wachtte het schip voor de ingang van het havenkanaal op de Jacolga, het motorscheepje van Jac Berrevoets Hz. uit Zierikzee dat op vaste tijden op Colijnsplaat voer. Berrevoets bracht een nieuwe bemanning mee en zette de passagiers en de afgeloste bemanning aan wal. Omstreeks twee uur voer hij de passagiers voor de terugreis weer buiten het havenkanaal, waar ze op de grotere boot overstapten. Het autovervoer moest wachten op de Zandkreek, die intussen van Katseveer naar Zierikzee onderweg was.

Boven het verhaal plaatste de Provinciale Zeeuwse Courant een foto van de overstap, onder de kop ‘Veerboot kon kanaal te Zierikzee weer niet in’. Aan die toestanden kwam op 31 mei 1958 een eind, toen de nieuwe veerhaven De Val direct aan de Oosterschelde openging.

Zonder radar aan de grond en op sleeptouw (1958-1959)

Radar had de Zandkreek in 1958 nog altijd niet, terwijl de zijlader Oosterschelde die primeur in 1948 al had gehad. Op donderdag 16 januari 1958 liep de veerboot bij vertrek uit het Havenkanaal van Zierikzee richting Katscheveer aan de grond. Op eigen kracht kwam het schip weer vlot.

Andersom kon ook. Op woensdag 21 oktober 1959 sleepte de Zandkreek een vastgelopen Belgisch vaartuig los en de veerhaven van De Val binnen.

Verkocht voor 37.500 gulden (januari 1961)

Op zaterdag 1 oktober 1960 ging de Zandkreekdam open voor het verkeer en werd de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk opgeheven, het eerste PSD-veer dat door de Deltawerken verdween. Daarmee kwam de Noord-Beveland (1952) vrij. Bij proeven bleek die veerboot geschikter als reserveschip op Katseveer-Zierikzee dan de Zandkreek, dus was de oudste van de twee overbodig.

Op dinsdag 10 januari 1961 legden Gedeputeerde Staten het voorstel voor aan de Provinciale Staten van Zeeland. ‘Het m.s. “Zandkreek” komt dientengevolge vrij’, schreven voorzitter jhr. mr. A.F.C. de Casembroot en waarnemend griffier J. van Tuinen. ‘Voor dit schip heeft zich een gegadigde gemeld, die bereid is dit aan te kopen voor de som van f 37.500,-, welk bedrag ons aannemelijk voorkomt.’ Haast was geboden, want de koper wilde snel over het schip beschikken en zou anders van de koop afzien. Gedeputeerde Staten vroegen de Staten het besluit daarom zonder voorafgaand onderzoek in de afdelingen te nemen.

Een schriftelijk taxatierapport ontbrak. In een handgeschreven aantekening bij het stuk staat dat de directie van de Provinciale Stoombootdiensten en de betrokken ambtenaren hadden vastgesteld ‘dat de waarde van het schip een bedrag van f 37.500,= niet te boven gaat’, maar dat daarvan geen rapport was opgemaakt. Afgeschreven was de Zandkreek volgens dezelfde aantekening ‘reeds lang geleden’.

Zestien dagen na het voorstel was de Zandkreek weg. Op donderdag 26 januari 1961 ging het schip over naar de N.V. Aannemers- en Handelsbedrijf Van Oord te Werkendam. Waarnemend PSD-directeur G.H. Vierhout meldde het een dag later aan de assurantieafdeling van de firma Hondius & Zoon in Middelburg, in één zin die ruim vierendertig jaar Zeeuwse dienst afsloot: ‘waarmede dit schip van de provinciale vloot is afgevoerd’.

Kraanschip en brughoofd bij Van Oord (1961-1972)

Bij Van Oord ging de veerboot als kraanschip verder, voor de overslag van slakken, grind en zand. In die hoedanigheid kwam het schip nog even terug op vertrouwd water: een foto uit de veerhaven De Val bij Zierikzee laat het omgebouwde vaartuig zien met op de achtergrond de veerboten waarmee het jaren de Oosterschelde had gedeeld.

Daarna diende de Zandkreek als brughoofd bij werkzaamheden aan de kribben in Westervoort en Doesburg, waar Van Oord de rivieroevers onder handen nam. Van de zijlader van weleer was toen weinig meer te herkennen. Ooggetuige N.C. Noordhoek uit Zierikzee zag alleen de voorkant nog terug.

21
Direct naar alle foto’s van de Zandkreek, van de veerjaren tot de vondst in 2024.

Verkocht voor de sloop (1972)

Op 15 oktober 1972 deed Van Oord de Zandkreek van de hand aan Stolk’s Handelsonderneming in Hendrik-Ido-Ambacht. Stolk was een sloper en daarmee leek het verhaal af: het casco zou daar zijn opgeruimd. Ruim vijftig jaar gold dat als de logische afloop.

Een hint in de liggers en een uittreksel van het Kadaster (2024)

In de gedigitaliseerde liggers van het Scheepsmetingsregister, de registraties van meetbrieven, stuitte PSDnet.nl in 2024 op gegevens over de Zandkreek van ná de jaren 70. Een zoektocht op het brandmerk 9 B Midd 1927 leidde naar het verenigingsblad Bokkepoot van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig (LVBHB), met een foto van datzelfde verroeste brandmerk dat in 1994 opnieuw werd aangebracht.

Het Kadaster, dat de taak van de Scheepsmetingsdienst overnam, stuurde vervolgens een nieuw uittreksel: op papier bestond de Zandkreek nog. Als eigenaar staat sinds 20 december 2016 een grind- en zandbedrijf uit Nijmegen vermeld, dat het schip aanhoudt als zelfvarende kraan met een laadvermogen van 30,818 kubieke meter. Bouwplaats en bouwjaar noteert het register als onbekend, maar de Deutz met motornummer 127865/66 staat er wel op, inclusief de vindplaats van het losse koperen plaatje op het achter-stuurboord carterdeksel. Ook de indeling van 1926 staat er nog: één dek, één mast en één kajuit met salon erboven.

Via de fotograaf van het brandmerk uit het LVBHB-artikel kwam de laatste aanwijzing. De foto was gemaakt aan boord van de Zandkreek in een grindgat aan de Grensmaas, de 48 kilometer lange grensrivier tussen Nederlands en Belgisch Limburg, maar de fotograaf wist de exacte locatie niet meer. Op oude en nieuwe satellietbeelden dook daar een schip op dat er sterk op leek en de digitale meetlat gaf 37 meter, de lengte van de verlengde Zandkreek.

Lees ook: Het volledige verhaal van de zoektocht naar de Zandkreek, van de liggers en het Kadaster tot de wandeltocht door het natuurgebied.

Half gezonken bij Kessenich (2024-nu)

In de zomer van 2024 trok PSDnet.nl met de coördinaten naar het grindgat bij Kessenich in Belgisch Limburg. Vanaf de rivierdijk was niets te zien, dus volgde een wandeling van ruim twee kilometer door een natuurgebied. Tegen het einde daarvan doemde de Zandkreek op, in het verste hoekje van de plas, verstopt achter andere opgelegde schepen. De sierlijke boeg was nog goed te herkennen, maar de hoek waarin het schip lag beloofde weinig goeds. De Zandkreek bleek deels gezonken. Op satellietbeelden uit 2022 dreef de veerboot nog.

De eigenaar liet in juli 2024 weten dat de hevige regen van dat voorjaar de oorzaak van het zinken was. Nutteloos is het schip niet: de Zandkreek kreeg na de PSD-tijd twee spudpalen die het vaartuig in de bodem vastzetten, zodat andere schepen ertegen kunnen afmeren.

Aan boord kijken zat er niet in, want het schip lag los van de wal. Of de Deutz uit 1926 nog in de machinekamer staat, zoals het Kadaster vermeldt, is dus nog altijd niet vastgesteld.

Lees ook: In het voorjaar volgt een nieuwe poging om de Zandkreek te lichten.

Foto’s PSD-zijlader Zandkreek

Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Zandkreek (1926) op de fotopagina.

Zandkreek op de kreek

Technische gegevens: zijlader Zandkreek

Technische specificaties en capaciteit van de zijlader Zandkreek (1926)

Algemeen
Bouwjaar 1926 Verlengd 1948
IMO -
Brandmerk 9 B Midd 1927 ?
Werf Boele, Bolnes
Bouwnummer ?
Afmetingen
Lengte 31,94 m 37,73 m
Breedte 9,30 m 9,30 m
Diepgang 1,50 m 1,70 m
Waterverplaatsing 71.898 t 93.295 t
Maximumsnelheid 9 kn 9 kn
Dienstsnelheid ? kn ? kn
Capaciteit
Passagiers ? ?
Opp. rijdek ? m² ? m²
Eenheden ? ?

Vaarstaten 1946–1955: Zandkreek (1926)

Waar voer de Zandkreek (1926) en wanneer lag het schip stil? De vaarstaten uit het PSD-archief geven het antwoord. Hieronder staat een kort overzicht. Bekijk het volledige logboek en alle statussen van de Zandkreek (1926), 1946–1955.

1946194719481949195019511952195319541955
Kortgene-Wolphaartsdijk Zierikzee-Katseveer Werkplaats Binnen Zierikzee-Anna Jacobapolder Reserve Zierikzee-Katseveer Werf Overbrenging Gestaakt

Verdeling van statussen (1946–1955)

De Zandkreek (1926) komt op 3.286 dagen in de vaarstaten voor en voer in deze periode op 3 veerdiensten. Het langst was het 484 dagen aaneengesloten toegewezen aan Kortgene-Wolphaartsdijk. Het schip wisselde 50 keer van veerdienst of status.

709 dagen
Werkplaats
261 dagen
Binnen
90 dagen
Reserve Zierikzee-Katseveer
27 dagen
Werf
14 dagen
Overbrenging
4 dagen
Gestaakt
1 dag
0 500 1.000 1.500 2.000 2.500

Aantal dagen

Bron: Zeeuws Archief, 123 Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD), 3.2.6 (917-920). Het jaar 1952 ontbreekt in het archief.

Navigatie vlootpagina's

U bekijkt nu:

Zijlader Zandkreek