Home>Vloot (+ fotopagina's)>Zijlader Noord-Beveland

Zijlader Noord-Beveland

2.329 woordenongeveer 12 min leestijd

Sinds 1933 had de PSD geen zijladingsveerboot meer gebouwd, maar in 1952 komt de allerlaatste PSD-zijlader in de vaart: de Noord-Beveland. De veerboot is bestemd voor Kortgene-Wolphaartsdijk, maar vaart na het opheffen van die dienst ook op Zierikzee en zelfs op Perkpolder.

Zijaanzicht PSD Noord-Beveland (1952)

Op deze pagina over de zijlader Noord-Beveland:

Een nieuwe veerboot voor Noord-Beveland (1951)

Noord-Beveland was begin jaren 50 nog een echt eiland. Auto’s konden de Zandkreek alleen over via de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk, waar de kleine zijlader Zandkreek (1926) het groeiende verkeer ondanks een verlenging in 1948 niet meer aankon. Een brug was in mei 1940 zelfs al aanbesteed, maar door de inval van Nazi-Duitsland een paar dagen later kwam van de bouw niets terecht.

Op dinsdag 2 oktober 1951 trokken de Provinciale Staten van Zeeland daarom 410.000 gulden uit voor de bouw van een nieuwe veerboot. Het voorstel werd zonder hoofdelijke stemming aangenomen, al benadrukten de Staten dat de nieuwe boot geen definitieve oplossing mocht zijn: het eiland Noord-Beveland verlangde een vaste oeververbinding. Statenlid L. P. van Oorschot (PvdA) zag het schip als ‘een soort voorschot’ op die vaste verbinding. J. L. Verhagen (VVD) herinnerde aan de brug van net vóór de oorlog en opperde als goedkoop alternatief een brug van 3 meter breed met eenrichtingsverkeer. De bevolking van Noord-Beveland wilde volgens hem best meebetalen via een tolheffing.

Gedeputeerde A. L. S. Lockefeer hield de Staten voor dat een miljoenenplan op dat moment niet realiseerbaar was. Op de vier ton voor de nieuwe boot kon bovendien snel worden afgeschreven en het schip zou een goede restwaarde hebben zodra het overbodig werd. Binnen een jaar zouden Gedeputeerde Staten rapport uitbrengen over de mogelijke definitieve oplossingen en de kosten daarvan. Boven het verslag in de Provinciale Zeeuwse Courant stond de conclusie van de zitting: ‘Nieuwe boot is thans het enig mogelijke’.

Tewaterlating bij Bijker in Gorinchem (juni 1952)

De opdracht ging naar Bijker’s Aannemingsbedrijf in Gorinchem, dat behalve de veerboot ook de oprijbruggen voor de vernieuwde aanlegplaatsen bouwde. De nieuwe zijlader werd vernoemd naar het eiland waarvoor het schip bestemd was en werd zo de tweede PSD-boot met deze naam, na de stoomboot Noord Beveland uit 1912.

Op zaterdagmorgen 14 juni 1952 liep de Noord-Beveland van stapel op de IJsselwerf aan de Merwede. Dankzij het personeelsblad van de werf weten we dat de Zeeuwse gasten massaal per auto naar Gorinchem waren gereisd en de plechtigheid volgden vanaf een tribune aan de kop van het schip. Onder hen Commissaris van de Koningin jhr. mr. A. F. C. de Casembroot, het voltallige college van Gedeputeerde Staten, PSD-directeur G. de Jonge en opvallend genoeg ook een delegatie van de Koninklijke Mij. De Schelde, de werf die de drie oudere PSD-zijladers had gebouwd.

Doopvrouw M. C. L. Lockefeer-van de Walle, echtgenote van gedeputeerde Lockefeer, hakte ‘met een kort, resoluut gebaar’ de kabel door die het schip nog tegenhield. Even leek ze te aarzelen, maar direct daarna spatte de champagnefles in schuim en scherven uiteen tegen de achtersteven. Onder het geloei van stoomfluiten en sirenes gleed de veerboot het water in.

Na afloop volgde in de kantine van de werf een lunch met verse zalm, ‘een voor Gorinchem en de Merwede vermaarde delicatesse’, aldus de PZC. Werfdirecteur E. Huizinga schonk de doopvrouw het zilveren bijltje waarmee ze de kabel had doorgehakt en daarbij een gouden sierspeld met camee. Huizinga had in zijn welkomstwoord gerept van de reis ‘helemaal uit Zeeland’ en dat liet De Casembroot niet passeren: hij verzekerde de Gorinchemmers dat Zeeland toch geen oord is waar men ‘naakt en met knotsen’ rondloopt. Ook de wens dat de boot een lang leven beschoren zou zijn, moest de Commissaris corrigeren. De Noord-Bevelanders hoopten juist op een kort leven voor het schip, want die wilden een brug.

De proefvaart kon volgens De Casembroot al in augustus worden gemaakt en dat kwam uit: op 7 augustus 1952 droeg de werf de veerboot na een proefvaart over aan de PSD, opnieuw in aanwezigheid van de Commissaris. Gedeputeerde Lockefeer wees bij de doopplechtigheid nog op een bijzondere symboliek: een Zeeuws-Vlaamse verrichtte de tewaterlating van een schip dat bestemd was voor ‘overig Zeeland’.

Ontwerp en techniek: een buitenbeentje in de vloot

De Noord-Beveland leek in niets op de andere PSD-veerboten. Het stuurhuis stond helemaal achterop en vrijwel de hele scheepslengte was laaddek. Het schip mat 40,45 bij 12,09 meter, met een holte van 2,52 meter en zonder lading een diepgang van nog geen meter: goed nieuws voor de ondiepe Zandkreek. Bijzonder was dat het casco vrijwel geheel gelast werd, in een tijd waarin klinken in de scheepsbouw nog heel gewoon was. Het laaddek bood 285 vierkante meter ruimte, waarvan netto 241 vierkante meter voor auto’s. Ter hoogte van de opritten was het dek berekend op trailers van 40 ton, het overige deel op wagens van 20 ton. Aan boord was plaats voor 150 passagiers. Snel was de veerboot niet met een gemiddelde vaarsnelheid van 8 mijl per uur, maar voor de korte oversteek over de Zandkreek was dat geen bezwaar.

Tweedehands scheepsmotor uit de Prinses Irene

Zuinigheid regeerde ook in de machinekamer, want de Noord-Beveland kreeg een tweedehands motor. De Deutz achtcilinder dieselmotor (250 pk, 700 omwentelingen per minuut) kwam uit de Prinses Irene, een door de PSD geïncasseerd patrouilleschip van de Duitse Kriegsmarine, niet te verwarren met de latere enkeldekker Prinses Irene uit 1960. De oude motor beviel slecht en werd in 1955 vervangen door een krachtiger exemplaar: een Deutz type SA 8M van 310 pk bij 600 omwentelingen per minuut. In het taxatierapport dat in 1960 werd opgemaakt, staat 1955 dan ook vermeld als bouwjaar van de motor, met daarachter een Brevo-keerkoppeling uit 1952 en een gietijzeren schroef van anderhalve meter doorsnede.

6
Direct naar alle foto’s van de Noord-Beveland in de PSD-periode.

In de vaart tussen Kortgene en Wolphaartsdijk (december 1952)

Terwijl het schip in Gorinchem werd afgebouwd, werkten arbeiders in Zeeland dag en nacht om de nieuwe aanlegplaatsen op tijd klaar te krijgen. Op zaterdag 20 december 1952 was alles gereed en maakte de Noord-Beveland met een groot aantal genodigden aan boord de eerste officiële overtocht van Wolphaartsdijk naar Kortgene. Rond half twaalf hees De Casembroot de driekleur op de nieuwe aanlegplaats aan de Zuid-Bevelandse oever, na de overtocht herhaalde hij dat aan de overkant. Het getij was die decemberdag zo ongunstig als maar kon, maar de eerste vaart slaagde volledig en dat stemde tot vertrouwen.

Na een ontvangst in de Stadswijnkelder volgde een koffiemaaltijd in De Korenbeurs in Kortgene. Daar sloot De Casembroot zich aan bij de eilandbewoners, die op méér hoopten dan een nieuwe veerboot:

De heren denken aan méér, maar wij ook. Hoe spoediger dit méér kan komen, hoe liever dit ons zal zijn. Wij hopen ook, dat de veerboot hier kort zal varen en dat er niet een brug, maar een dam zal komen. Er wordt doorgewerkt aan inpolderingen. Wij zijn fel vóór het drie-eilandenplan en vol verlangen klopt ons hart, dat dit eens tot stand zal komen.

Burgemeester A. A. Schuit van Kortgene vertolkte dezelfde gevoelens: dankbaar, maar nog niet voldaan. ‘Noord-Beveland hoopt de veerboot niet te verslijten.’ Loco-burgemeester L. J. Hoveijn van Wissekerke noemde de ingebruikneming ‘een mijlpaal op de weg naar verlossing uit het isolement’. Burgemeester S. A. N. van Oeveren van Wolphaartsdijk greep de feestelijke bijeenkomst aan om te pleiten voor verbetering van de rijksweg in zijn gemeente.

Drukte op de Zandkreek: huurboten schieten te hulp (1954-1958)

De oude Zandkreek bleef na 1952 beschikbaar als reserveboot, maar ook Gorinchem bleef in beeld. Bij de tewaterlating had De Casembroot de gemeente Gorinchem al bedankt voor de toezegging om een van haar veerboten uit te lenen wanneer dat voor de verbinding met Noord-Beveland nodig was. Die toezegging kwam van pas toen de Noord-Beveland begin juni 1954 voor een reparatie aan het roer en de periodieke revisie naar Vlissingen vertrok: de kleinere Gorinchem I nam de dienst waar. Op Noord-Beveland werd gemord dat de veerboot juist vóór de drukke pinksterdagen uit de vaart ging, berichtte de PZC.

Het vervoer bleef groeien en de Noord-Beveland kon het verkeer bij de bestaande uurdienst steeds vaker niet verwerken. Op woensdag 8 januari 1958 kwam daarom een tweede boot in de vaart: de Zeeland, een motordekschuit van ondernemer W. Kesteloo uit Middelburg. Kesteloo had het dek aan de Loskade in Middelburg in veertien dagen eigenhandig aan beide kanten een meter verbreed, zodat vijftien personenauto’s op het dek van negen bij twintig meter pasten. Vrachtauto’s met landbouwproducten, een groot deel van het vervoer, bleven met de Noord-Beveland overgaan. Al op de eerste dag stonden aan beide oevers geen auto’s meer te wachten. Op topdagen assisteerde bovendien de vertrouwde Zandkreek. De pruttelende huurboot Zeeland kreeg in de volksmond al snel de bijnaam ‘Spoetnik’, naar de Russische satellieten die in die jaren aan de sterrenhemel te zien waren, maar op de radio vooral een pruttelend geluid lieten horen.

Lees ook: Met de ‘Spoetnik’ naar Beveland, het verhaal van de merkwaardigste huurboot die ooit voor de PSD voer.

Hieronder zijn filmbeelden van de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk te zien.

De Zandkreekdam maakt de veerdienst overbodig (1960)

De dam waar De Casembroot in 1952 op hoopte, kwam er binnen acht jaar. Als eerste Zeeuwse voltooide werk van het Deltaplan sloot de Zandkreekdam bij Katseveer het water tussen Noord- en Zuid-Beveland af. Op 1 oktober 1960 ging de dam open voor het verkeer en werd de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk opgeheven. De zijlader Noord-Beveland was toen nog geen acht jaar oud.

De allereerste oversteek over de dam was twee weken eerder overigens voor de veerboot zelf. Niet het echte schip, maar een ‘namaak’-Noord-Beveland reed op vrijdagmiddag 16 september 1960 met toestemming van Rijkswaterstaat over de Zandkreekdam: een praalwagen van de gemeente Wissenkerke, gebouwd voor het Zeeuwse Fruitcorso in Goes. Met de nagebouwde veerboot wilde de gemeente het ‘eiland-af-zijn’ van Noord-Beveland symboliseren, schreef de PZC die een foto publiceerde.

Gedeputeerde Staten bereidden intussen de verkoop van het schip voor. Op 17 september 1960 vroegen zij het Ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid om de verkoopwaarde te bepalen. Twee technisch ambtenaren van de afdeling Vaartuigen, H. Twigt en G. J. Breeden, kwamen op dinsdag 4 oktober 1960 aan boord in de werkhaven van de PSD in Vlissingen, waar de veerboot na de opheffing leeg te water lag. Hun oordeel was gunstig: casco en motorinstallatie verkeerden in goede staat, gebreken werden niet geconstateerd en het vaartuig was regelmatig en goed onderhouden. De bouwkosten van zo’n veerboot taxeerde het ministerie inmiddels op 445.000 gulden en de technisch-economische waarde op 344.000 gulden. Omdat het scheepstype maar een beperkte exploitatie toeliet, resteerde een verkoopwaarde van hooguit 310.000 gulden.

Bekijk ook: Een tijdsbeeld van de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk, met de aanlegsteigers van beide oevers.

Reserveboot op de Oosterschelde (1960-1968)

De PSD achtte de Noord-Beveland het meest geschikt als reserveboot voor het veer Kats-Zierikzee en deed liever de oude Zandkreek van de hand. Zo versterkte de veerboot de Oosterscheldedienst tot december 1965, hoewel het schip daar met zijn stompe kop eigenlijk niet heel geschikt voor was.

Toen de Oosterscheldebrug, de latere Zeelandbrug, eind 1965 ook die veerdienst overbodig maakte, bleef weinig werkterrein over. Op Terneuzen-Hoedekenskerke heeft de Noord-Beveland nooit gevaren, evenmin op Vlissingen-Breskens. Soms viel het schip in op Kruiningen-Perkpolder, voordat de dubbeldeksveerboten in de vaart kwamen, was alle versterking gewenst op dat veer. De rest van de tijd lag de veerboot in de Tweede Binnenhaven in Vlissingen, achter het PSD-kantoor, in gezelschap van de eveneens werkloze Koningin Emma.

Bekijk ook: Een foto van de witte Noord-Beveland in Zierikzee.

Verkocht naar Italië (1968-1970)

In september 1968 verkocht de PSD de veerboot aan Stolk’s Handelsonderneming in Hendrik-Ido-Ambacht. Op 14 oktober 1968 werd de firma in het scheepsregister bijgeschreven als nieuwe eigenaar. Uit de liggers blijkt hoe het daarna verderging. Op maandag 9 maart 1970 kocht makelaar Arie Adriaan Boogaard uit Sliedrecht, handelend onder de naam Firma Hendrik Boogaard, het schip van Stolk voor 127.000 gulden. Vier dagen later verkocht Boogaard de veerboot alweer, nu aan de Società S.I.D.E.R. aan de Piazza San Lorenzo in Lucina in Rome, voor 202.475 gulden. Een marge van ruim 75.000 gulden in vier dagen.

Het koopcontract, getekend in Sliedrecht en Rome, omschrijft de veerboot als ‘de stalen motorveerboot genaamd “NOORD-BEVELAND”, gebouwd te Gorinchem in 1952, hebbende een dekkajuit, een mast, een schoorsteen, drie waterdichte schotten en een bemanningsverblijf met vier kooien’. Voor de Italiaanse koper tekende bestuurder Giorgio Arbarello. De levering vond plaats ‘af werf te Slikkerveer’ en de volledige koopsom moest betaald zijn vóór het vertrek uit die plaats. Op 15 mei 1970 werd de Nederlandse teboekstelling doorgehaald.

P. C. Noordhoek schreef in het Noord-Bevelands Nieuws- en advertentieblad van 1 juni 1984 dat de veerboot aan de Rotterdamse Parkkade zeeklaar werd gemaakt en door een zeesleepboot van Wijsmuller naar Italië werd gesleept. Wat de Società S.I.D.E.R. met de achttien jaar oude zijlader van plan was en hoe het de Noord-Beveland in Italië is vergaan, vermelden de archieven niet en onderzoek heeft tot nu toe niks opgeleverd.

Foto’s PSD-zijlader Noord-Beveland

Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Noord-Beveland (1952) op de fotopagina.

Laatste maand naar Kortgene

Technische gegevens: zijlader Noord-Beveland

Technische specificaties en capaciteit van de zijlader Noord-Beveland (1952)

Algemeen
Bouwjaar 1952
IMO -
Brandmerk 161 B Midd 1957
Werf Bijkers Aannemingsbedrijf Gorinchem
Bouwnummer 128
Afmetingen
Lengte 40.48 m
Breedte 12.09 m
Diepgang 2.50 m
Waterverplaatsing 169.307 t
Maximumsnelheid ? kn
Dienstsnelheid ? kn
Capaciteit
Passagiers ?
Opp. rijdek 350 m²
Eenheden 16
Uitleg PSD-eenheden

Vaarstaten 1953–1955: Noord-Beveland (1952)

Waar voer de Noord-Beveland (1952) en wanneer lag het schip stil? De vaarstaten uit het PSD-archief geven het antwoord. Hieronder staat een kort overzicht. Bekijk het volledige logboek en alle statussen van de Noord-Beveland (1952), 1953–1955.

1946194719481949195019511952195319541955
Kortgene-Wolphaartsdijk Werf Werkplaats Kortgene-Katseveer Gestaakt Overbrenging Ligplaats Vlissingen

Verdeling van statussen (1953–1955)

De Noord-Beveland (1952) komt op 1.095 dagen in de vaarstaten voor en voer in deze periode op 2 veerdiensten. Het langst was het 301 dagen aaneengesloten toegewezen aan Kortgene-Wolphaartsdijk. Het schip wisselde 18 keer van veerdienst of status.

Werf
84 dagen
Werkplaats
28 dagen
23 dagen
Gestaakt
1 dag
Overbrenging
1 dag
Ligplaats Vlissingen
1 dag
0 200 400 600 800 1.000

Aantal dagen

Bron: Zeeuws Archief, 123 Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD), 3.2.6 (917-920). Het jaar 1952 ontbreekt in het archief.

Navigatie vlootpagina's

U bekijkt nu:

Zijlader Noord-Beveland