Home>Vloot (+ fotopagina's)>Zijlader Koningin Emma

Zijlader Koningin Emma

4.798 woordenongeveer 24 min leestijd

In 1933 komen drie nieuwe zijladingsveerboten in de vaart voor de PSD, waarvan de Koningin Emma de eerste is. Het gaat om een modern dieselschip met mooie accommodatie en een autodek. Dankzij inspanningen van PSDnet.nl ligt de Koningin Emma tegenwoordig in Vlissingen.

Zijaanzicht PSD Koningin Emma (1933)

Op deze pagina over de zijlader Koningin Emma:

Drie nieuwe zijladers voor de PSD in crisistijd

De Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD) zaten begin jaren 30 verlegen om nieuwe schepen, waarmee verouderde (rader-) stoomboten vervangen konden worden. Tegelijkertijd werden nieuwe kopladingsschepen aangeschaft, maar alleen in Vlissingen en Breskens waren geschikte aanlegsteigers. De nieuwe schepen moesten geschikt zijn voor kleinere veerdiensten, maar toch een aantal auto’s kunnen vervoeren gezien de toegenomen vraag op alle veerdiensten.

De nieuwbouw was overigens geen uitgemaakte zaak. In december 1931 stelden Provinciale Staten nog 140.000 gulden beschikbaar om de stoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen (1916) te verlengen en van een dieselmotor te voorzien. In juli 1932 draaiden de Staten dat besluit terug, omdat nieuwbouw door de malaise op de scheepswerven fors goedkoper was geworden. De raming daalde van 230.000 naar 175.000 gulden per schip en dus werd gekozen voor drie nieuwe motorveerboten, twee voor de Westerschelde en één voor de Oosterschelde. Het Rijk subsidieerde twee van de drie schepen voor 80 procent.

Gedeputeerde Staten van Zeeland gaven in de zomer van 1932 de opdracht voor de bouw van de drie nieuwe veerboten aan de Koninklijke Mij. De Schelde in Vlissingen. De officiële order volgde op 14 oktober 1932 en op 24 november tekende de werf het contract. De bouw van de Koningin Emma zou uiteindelijk 295.338,79 gulden kosten. Het was een opvallende keuze aangezien De Schelde bij de aanbesteding niet de goedkoopste offerte overlegd had.

202
Direct naar alle foto’s van de Koningin Emma.

Gezien de economische crisis zag Provinciale Staten de order graag binnen Zeeland blijven. Ook de gemeente Vlissingen had hier belang bij ‘gezien de stad door slapte van het werk aan De Schelde zeer getroffen werd’, valt te lezen in het tijdschrift Het Schip eind 1932. Daarom gaf de gemeente Vlissingen een subsidie gelijk aan het verschil in kosten van de bouw bij De Schelde en de laagste inschrijver.

Bijnamen: ‘crisisboten’ en ‘puntboten’

Omdat de drie schepen in tijden van crisis gebouwd werden, kregen zij ook wel de bijnaam ‘crisisboten’. Daarnaast was ‘puntboten’ een andere gebezigde bijnaam, naar de spitse rompvorm van de drie zijladers van 1933.

Stapelloop bij De Schelde in Vlissingen (juni 1933)

De kiel van de Koningin Emma werd op 23 januari 1933 gelegd op de noordhelling van De Schelde, direct naast die van haar zusterschip Ooster-Schelde. Op maandagochtend 12 juni 1933, omstreeks zes uur, liep de Koningin Emma van stapel in Vlissingen, ook de tewaterlating van het zusterschip Ooster-Schelde vond die morgen plaats. Het derde zusterschip, Prins Willem I, liep pas op 8 juli 1933 van stapel. Bij De Schelde stonden de drie zusterschepen op stapel als bouwnummers 197 (Koningin Emma), 198 (Ooster-Schelde) en 199 (Prins Willem I). De schepen werden in de Dokhaven afgebouwd.

Proefvaart over de Westerschelde en overdracht aan de Provincie

Op 30 augustus 1933 maakte de Koningin Emma als eerste van de drie zusterschepen haar technische proefvaart. Bij de snelheidsproef op de Westerschelde haalde het schip 12,25 mijl, een kwart mijl meer dan voorgeschreven. Ook het ankerspil, de reddingsboten en het achteruitvaren werden met succes beproefd. Tegen half zes meerde de nieuwe veerboot weer af in de Buitenhaven van Vlissingen.

Twee dagen later, op 1 september 1933, volgde de officiële proeftocht, met aan boord onder meer het voltallige college van Gedeputeerde Staten. De tocht voerde van Vlissingen naar de nieuwe veerhaven van Hoedekenskerke en via Terneuzen terug. Om vier uur ’s middags hees Commissaris van de Koningin Jhr. Johan Willem Quarles van Ufford de vlag en nam hij namens de Provincie het schip in ontvangst.

De PSD maakte op 6 september een tweede proefvaart met de nieuwe Koningin Emma. Binnendoor werd naar Zierikzee gevaren, waar een verkeerde manoeuvre werd gemaakt doordat de bemanning nog niet ingespeeld was met de nieuwe aanwinst. De schade viel mee en het proefvaartgezelschap keerde buitenom terug naar Vlissingen, waarbij genoten werd van de Walcherse duinenrij.

Het ontwerp: een moderne zijlader met ruim autodek

De veerboot oogt modern, met een ruim autodek. Ook intern is het schip voorzien van de toen laatste technologie, zoals de scheepsmotor van Schelde-Sulzer. Bij het ontwerp is rekening gehouden met het vervoer van auto’s door een groter achterdek te maken waar met enig pas en meetwerk een tiental auto’s konden staan. Binnenin waren de schepen verdeeld in een eerste- en een tweedeklassesalon, boven- en benedendeks, met daarboven een promenadedek.

Op de schuine achterkant (in vaktaal ‘kruiserhek’) was een groot gietijzeren wapen van de Provincie aangebracht. Dit wapen is door PSDnet.nl teruggehaald naar Zeeland en later herenigd met de veerboot in Vlissingen. De naam van het schip stond op een houten bord gemonteerd aan het voorste dekhuis.

De PSD-zijlader Koningin Emma werd ontworpen door het Amsterdamse ingenieursbureau voor Scheepsbouw M.A. Cornelissen, ontwerper van meerdere Zeeuwse veerboten. Onder-directeur van het bureau D. Schouten hield persoonlijk toezicht op de bouw en was waarschijnlijk ook de hoofdontwerper van de veerboot. Ook de Koningin Wilhelmina (1927) was van zijn hand.

Een Schelde-Sulzer dieselmotor in de machinekamer

In de machinekamer stond een tweetakt vijfcilinder dieselmotor (420 APK, 260 omwentelingen per minuut) van het fabrikaat Schelde-Sulzer. Scheepswerf en machinefabriek De Schelde mocht tussen 1921 en 1985 motoren bouwen in licentie van Sulzer. Voor het hulpvermogen stonden er daarnaast twee driecilinder Bolnes-motoren van 60 APK aan boord. In 1980 is de originele scheepsmotor bij de IJsselwerf in Capelle aan den IJssel vervangen door een 600 pk MAN-motor uit 1952, afkomstig uit een Duits binnenvaartschip.

In de vaart op de veerdienst Terneuzen-Hoedekenskerke (1933)

De Koningin Emma was gebouwd voor de dienst Hansweert – Hoedekenskerke – Terneuzen. Samen met haar twee zusterschepen verving de veerboot oudere stoomschepen als de Zeeuwsch Vlaanderen (1916) en de Noord-Beveland (1912), die na verkoop een nieuwe carrière tegemoet gingen bij Rederij Doeksen op Terschelling.

De allereerste klus van de Koningin Emma was meteen invallen: toen de Prins Hendrik eind november 1933 machineschade opliep, nam de Koningin Emma op 1 december 1933 de dienst tussen Hansweert en Walsoorden over. Op 3 februari 1934 maakte het schip onder grote belangstelling haar eerste eigen afvaart van Terneuzen naar Hoedekenskerke. In de zomer van 1934 zette de Provincie de Koningin Emma op maandagen bovendien in voor boottochten van Vlissingen via Middelburg, Veere en het Katscheveer naar Zierikzee, buitenom langs de Walcherse kust weer terug.

Pech bleef het schip niet bespaard: eind 1936 moest de Emma met machineschade ten anker bij de Margarethapolder, waarna de passagiers overstapten op de stoomboot Schouwen. Zelf schoot de veerboot ook te hulp: op 19 oktober 1938 nam zij het stuurloos ronddrijvende schip van beurtschipper Voerman ter hoogte van de Griete op sleeptouw en bracht het veilig Terneuzen binnen.

Interesse van de Koninklijke Marine in de PSD-zijladers

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd de Koningin Emma gebruikt als hulpmijnenlegger voor de Nederlandse Marine. Al op 27 februari 1934 ontving de PSD een brief over deze kwestie, geschreven in hoofdkwartier Willemsoord van de Koninklijke Marine in Den Helder. De schrijver was J.A. Kruys, Kapitein-luitenant ter zee en tevens voorzitter van de Commissie ‘C3 Geheim’. Hij liet weten op een avond de ‘geschiktheid van PSD-schepen om eventueel te dienen als hulpmijnenlegger’ te willen inspecteren.

Pas op 10 november 1938 kreeg de PSD een tekening toegezonden uit Den Helder, met daarop de mijnenbanen en lanceerinrichtingen voor 40 mijnen. Naast de installaties moet ook de ‘verschansing achter wegneembaar gemaakt worden’, waarschijnlijk wordt hiermee de achtersalon bedoeld. In het achterdek kwamen verzonken dekpotjes om de mijnen vast te kunnen sjorren.

De PSD was niet tegen het gebruik van haar schepen door de Marine, maar stelde daar wel wat tegenover: namelijk 1/300e van de exploitatiekosten en het overnemen van PSD-personeel in de periode van vordering. Het getal 300 was berekend omdat een PSD-schip gemiddeld 65 dagen per jaar in onderhoud lag, zoals de PSD-directeur schreef aan de Marine. Den Helder ging akkoord met de financiële voorwaarde, onduidelijk is of ook het personeel werd overgenomen.

Het Ministerie van Defensie benadrukte op 18 januari 1939 nog maar een keer de ernst van de situatie: ‘Enkele eventuele opofferingen staan niet in een zodanige verhouding tot het Landsbelang, hetwelke door de mogelijkheid tot het aanbrengen der mijnenrails wordt gediend, dat het afzien van deze voorzieningen op redelijke gronden zou zijn te motiveren.’

Toch sputterde de PSD tegen wanneer de Marine in april 1939 liet weten dat ze voornemens waren de lanceerinstallatie aan te brengen op de drie zijladers. Ieder schip moest hiervoor 6 weken naar scheepswerf De Schelde. Dit kwam de PSD slecht uit omdat in het voorjaar onderhoud werd gepleegd aan de schepen om in het zomerseizoen zonder problemen te kunnen varen. Aan dit verzoek werd kennelijk toegegeven.

Dat de vordering eraan zat te komen, stond intussen al jaren vast. In oktober 1937 was tijdens een bespreking met het Ministerie van Oorlog beslist dat de PSD haar schepen bij oorlogsdreiging zou moeten afstaan. De Schelde had in juli 1937 al een offerte opgesteld voor de tijdelijke ombouw. Toenmalig PSD-directeur De Jonge hield de verbouwing niettemin zo lang mogelijk tegen, zodat de schepen voorlopig buiten schot bleven.

Gevorderd als Hr.Ms. Hulpmijnenlegger II (september 1939)

Bij de voormobilisatie op 25 augustus 1939 ging zusterschip Prins Willem I als eerste in charter bij de Koninklijke Marine, als Hr.Ms. Hulpmijnenlegger I. Op 4 september 1939 nam de Marine ook de Koningin Emma abrupt in beslag. Nog diezelfde dag voer het schip naar scheepswerf De Schelde voor de ombouw: lanceerinstallaties voor de mijnen en een verduisteringsinstallatie, waarmee een gedeelte van de verlichting op 1/4e spanning gezet kon worden zodat het schip minder opviel. Op 13 september was het werk gereed en een dag later werd de veerboot in dienst gesteld als Hr.Ms. Hulpmijnenlegger II, onder commando van Luitenant ter Zee 2de klasse P.W.C. de Vos. De bemanning werd, met uitzondering van de kapitein, volledig gemilitariseerd en het schip werd gestationeerd in de Buitenhaven van Vlissingen.

Op 11 en 12 november 1939 voeren de beide hulpmijnenleggers hun eerste opdracht: lanceeroefeningen met mijnen in het vaargebied de Wielingen. Juist op de dag van vertrek vertelde premier De Geer in zijn beroemde radiotoespraak het vaderland dat er ‘geen enkele reden tot ongerustheid’ was. In de winter van 1939-1940 volgden meer oefeningen op de Westerschelde, onder meer in het leggen van tactische versperringen in de rivier. Op 23 februari 1940 keerde de Prins Willem I terug naar de PSD. De Koningin Emma bleef in dienst van de Marine. Toen de oorlogsdreiging eind april 1940 opliep, werd ook de Prins Willem I opnieuw gevorderd.

Wat het schip die winter deed, staat genoteerd in het journaal: waar het naartoe voer, waar geoefend werd en wanneer het schutte naar de Binnen- of Buitenhaven.

Uit het journaal van Hr.Ms. Hulpmijnenlegger II (1939-1940)

Notities uit het journaal van Hr.Ms. Hulpmijnenlegger II, de gevorderde veerboot Koningin Emma, tussen december 1939 en februari 1940.
Datum Notitie
7 december 1939 Vaaroefening naar Oostgat en Deurloo, ter oriëntering in verband met een eventueel aan te leggen tactische versperring.
20 december 1939 Samen met Hulpmijnenlegger I een vaaroefening naar Hansweert.
22 januari 1940 Vaaroefening op de rede van Vlissingen.
23 januari 1940 Vaaroefening naar het Oostgat.
24 januari 1940 Vaaroefening naar het Oostgat.
26 januari 1940 Schutten naar Binnenhaven.
31 januari 1940 Schutten naar Buitenhaven.
9 februari 1940 Vaaroefening naar Hansweert.
13 februari 1940 Voor een oefening naar de Wielingen.
14 februari 1940 Voor een oefening naar de Wielingen.
16 februari 1940 Naar het Oostgat.
17 februari 1940 Liggen op de rede van Vlissingen.
20 februari 1940 Een nachtelijke oefening naar de Wielingen, daarna doorstomen naar Hansweert, ankeren op de rede aldaar.
21 februari 1940 Haven van Hansweert binnengevaren om 9u, om 13u de haven verlaten voor Vlissingen.
24 februari 1940 Schutten naar Binnenhaven.
29 februari 1940 Schutten naar Buitenhaven.
Lees ook: Meer over de Hulpmijnenleggers in een apart artikel, bijvoorbeeld over het leven aan boord van deze schepen.

De Meidagen van 1940: Franse troepen over de Westerschelde

Bijna alle PSD-veerboten waren in de Meidagen van 1940 gevorderd door de Franse troepen. Deze soldaten hielpen het Nederlandse leger om het laatste onafhankelijke deel van Nederland te verdedigen tegen de Wehrmacht. Wanneer de stellingen niet meer hielden, besloten de Fransen te vluchten. Hiervoor moest de Westerschelde overgestoken worden, onder andere van Vlissingen naar Breskens.

Onder vuur: de vernietiging van de PSD-vloot

De bemanningen van de PSD-schepen beleefden spannende momenten tijdens de Meidagen. Het overzetten van de troepen was niet zonder gevaar, kunnen we lezen in ooggetuigenverslagen van de bemanningen. De schepen werden geregeld onder vuur genomen door Duitse vliegtuigen, maar ook de druk werd opgevoerd door Franse militairen om te blijven varen.

Wanneer de laatste Franse troepen terug naar Zeeuws-Vlaanderen zijn overgezet, werd de PSD-vloot afgebrand en tot zinken gebracht in de haven van Breskens. Op deze manier hoopten de Fransen dat de schepen niet bruikbaar in Nazi-handen zouden vallen. Dat voornemen kwam aardig uit: alleen de Koningin Emma en de koplader Koningin Wilhelmina zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog nog in de vaart komen.

Lees ook: Een artikel hierover met unieke foto’s uit mei 1940 en het artikel Onder vuur en schot met een verslag van de kapitein van zusterschip Ooster-Schelde.

Gezonken in Breskens (17 mei 1940)

Op 17 mei 1940 werden de Prinses Juliana, Prins Hendrik, Ooster-Schelde en de Prins Willem I tot zinken gebracht in haven van Breskens. De Koningin Emma kwam diezelfde dag bij Breskens in aanvaring met een Frans oorlogsschip en werd volgens de Koninklijke Marine ‘helaas op het Zaat tot zinken gebracht, zodat het bij laagwater geheel droog kwam te staan.’ Franse militairen probeerden de veerboot daar met een springlading in het onderschip alsnog onklaar te maken. De explosie veroorzaakte zware schade in de eersteklassesalons.

Na de Franse aftocht werd het gat gedicht en op 1 juni 1940 lag de Koningin Emma weer drijvend en intact in Vlissingen. Omdat de Koningin Emma bij de capitulatie formeel in Marinedienst was, beschouwde de bezetter het schip als krijgsbuit en werd het in beslag genomen. De Duitsers ‘leenden’ de Emma echter tegen huurprijs terug aan de PSD.

Op 17 juni 1940 kwam het schip weer in de vaart, voortaan op de dienst Vlissingen-Breskens, en zo kon de veerboot als enige van de drie zijladers gedurende de oorlog blijven varen. Tijdens het zware geallieerde bombardement op Vlissingen in de nacht van 31 mei op 1 juni 1943 moest het schip halsoverkop de haven uit en liep het lichte schade op door rondvliegende granaatscherven. In september 1943 verwrong de Emma haar roerkoning tegen de glooiing van de haven van Breskens, waardoor de veerdienst tijdelijk stilviel. Op 5 september 1944 werd de veerboot gevorderd door de Wehrmacht.

Bekijk ook: Een bijzondere foto van Duitse soldaten op de Koningin Emma in 1943.

Vluchtschip voor NSB’ers na Dolle Dinsdag

Op Dolle Dinsdag zelf gaf PSD-directeur Vierhout het personeel opdracht de schepen in Breskens te verlaten, om te verhinderen dat de Duitsers de Westerschelde nog konden oversteken. De Koningin Emma, die op dat moment de dienst Vlissingen-Breskens onderhield, werd daarop door de bezetter in beslag genomen.

Na de oorlog geeft de Marine een overzicht van de oorlogshandelingen van de Koningin Emma, aangezien het schip gevorderd was door de Koninklijke Marine in 1940. Na de Duitse vordering van 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) moest de Zeeuwse bemanning van het schip onderduiken. De bezetters bleken al snel zelf niet goed om te kunnen gaan met de technische kant van de zijlader, waardoor de machine voortdurend kapot ging.

Na Dolle Dinsdag beginnen de Duitse bezetter en hun NSB-sympathisanten vrees te krijgen dat een geallieerde aanval op handen is. In het hele zuiden van Nederland beginnen deze groepen aan hun exodus. De Duitsers regelen daarom een evacuatie van Zeeuwse NSB’ers, met de Koningin Emma. Via Veere vaart het schip binnendoor weg uit Zeeland en komt het terecht in Dordrecht, waar de NSB’ers zich veiliger voelen. Onduidelijk is wanneer exact vertrokken is uit Zeeland. Op geallieerde luchtfoto’s van begin oktober 1944 lijkt de Koningin Emma nog in de Vlissingse Buitenhaven te liggen.

202
Direct naar alle foto’s van de Koningin Emma.

Een ‘vrijwel vermoorde’ diesel, teruggevonden bij Wilton-Fijenoord

De machine van de Koningin Emma is volgens de Marine ‘vrijwel vermoord’, blijkt uit de naoorlogse rapportage. De Emma werd door de NSB’ers meegenomen naar Dordrecht en later gaf de bezetter opdracht om het schip te laten herstellen op de werf Wilton-Fijenoord in Schiedam. Op die werf werd tijdens de oorlog begonnen met het inbouwen van nieuwe hulpmachines, maar dit werk is nooit afgemaakt. De Koninklijke Marine vond de Koningin Emma na de bevrijding van Holland terug in de Wiltonhaven.

1945: terug naar Zeeland en herstel bij De Schelde

De Koningin Emma keerde in 1945 terug vanuit bevrijd Rotterdam naar het al in 1944 bevrijde Vlissingen. In Vlissingen kon de veerboot worden hersteld op scheepswerf De Schelde, 12 jaar na de bouw van het schip. Het schip kreeg bij het herstel een zogeheten ‘Priority II’-behandeling (voorrang op de rest van de vloot) en kwam op 24 november 1945 als eerste weer in de vaart, aanvankelijk tussen Vlissingen en Breskens. In april 1946 nam de Koningin Wilhelmina die dienst over en ging de Emma voor revisie terug naar De Schelde. In september 1946 was ze weer inzetbaar.

De zijlader blijft de oorspronkelijke 49 meter lang, waar de zusterschepen Prins Willem I en Oosterschelde (na de oorlog verviel het koppelteken in deze naam) met 6 meter verlengd werden. De Koningin Emma keerde in de vroege naoorlogse periode terug naar het veer Terneuzen-Hoedekenskerke.

De Koningin Emma in de watersnoodramp van 1953

Tijdens de rampnacht van 31 januari op 1 februari 1953 was de Koningin Emma onderweg van Terneuzen naar Hoedekenskerke. Bij het binnenlopen van de haven kreeg de bemanning geen draad aan de wal en raakte het schip de brug achter het remmingwerk. PSD’er Jacob Leijs, de goederenklerk die daar stond sloeg overboord en verdronk voor de ogen van de machteloze bemanning. Nadat de kapitein de machines had stopgezet om te voorkomen dat Leijs in de schroef zou komen, waaide de Emma naar de overkant van de haven. Pas toen er alsnog een draad aan de wal lag, kon het schip achteruit vrijkomen, maar niet met de complete bemanning omdat al een paar bemanningsleden overgestapt waren bij de poging tot afmeren. Terug in Terneuzen bleek het ponton te zijn weggewaaid en moest de Koningin Emma ten anker gaan.

Maandag 2 Februari zijn wij begonnen met ons m.s. “Koningin Emma”, toen ons werd gerapporteerd, dat een groot gedeelte van het hout, welk de haven van Breskens als het ware blokkeerde, was opgeruimd. Nadat de “Koningin Emma” twee reizen had volbracht en het hout in de haven en in de fuik grotendeels was opgeruimd, mede zij de dank aan de hulp van de matrozen, die te Breskens woonachtig zijn, kon de dienst Vlissingen-Breskens te 13.55 uur weer normaal worden uitgeoefend.

Zoals blijkt uit bovenstaande quote van PSD-directeur De Jonge, is de Koningin Emma op 2 februari gaan varen op Vlissingen-Breskens. Dit blijkt ook uit de vaarstaten van de PSD.

Op 3 februari 1953 hervatte de Koningin Emma als eerste de veerdienst Terneuzen-Hoedekenskerke. In juli van dat jaar werd het schip naar Zierikzee gehaald: de haven was daar door de dijkgaten vol bagger gelopen en te ondiep geworden voor het zusterschip Oosterschelde. Omdat de Emma nog niet verlengd was en minder diep stak, kon zij de dienst op de Oosterschelde bij hoog water blijven onderhouden.

Lees ook: PSD en de Watersnoodramp, een uniek verslag van de PSD-directeur over de rampnacht van 1953.

Verlenging met 10 meter in 1955: meer auto’s op het achterdek

Door het toegenomen vrachtverkeer besloot men eind 1954 de Koningin Emma met bijna 10 meter te verlengen, zodat er meer auto’s vervoerd konden worden op het achterdek. Op 6 december 1954 verliet het schip de veerdienst Terneuzen-Hoedekenskerke richting De Schelde in Vlissingen, waar de Prins Willem I de dienst waarnam. Op 19 april 1955 kwam de verlengde Emma weer in de vaart. Bij de verbouwing werd de achtersalon weggelaten, alleen de trap naar de op het bovendek gelegen salon bleef aanwezig. Deze ingreep is afgekeken van de twee al verlengde zusterschepen van de Koningin Emma.

Door de verlenging werd 248 vierkante meter autodek gecreëerd. De zusterschepen Oosterschelde en de Prins Willem I hadden na verlenging in 1946 ongeveer 216m2 rijdek. Ter vergelijking: de Prinsesseboot Prinses Beatrix (1958) had 1300m2 ruimte voor auto’s.

Naar de Oosterscheldedienst tussen Kats en Zierikzee

Na de verlenging kwam de Koningin Emma nooit meer in de vaart op de veerdienst tussen Terneuzen en Hoedekenskerke. Het schip verhuisde naar de Oosterscheldedienst. Het personeel van de Provinciale Stoombootdiensten maakte er een sport van zoveel mogelijk auto’s aan boord te krijgen. Men schuwde er niet voor een kleine personenwagen desnoods met een paar man op te tillen om een klein gaatje op het achterdek te vullen. Het autoverkeer naar het eiland Schouwen-Duiveland nam sterk toe na de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp.

De route over de Oosterschelde veranderde in die jaren een paar keer. Op 31 mei 1958 opende de Koningin Emma met genodigden aan boord de nieuwe veerhaven De Val bij Zierikzee, waarmee de aanloop naar ’t Luitje in het stadscentrum verviel. Na de opening van de Zandkreekdam verhuisde in 1961 ook de overkant van Katscheveer naar Kats, wat de overtocht aanzienlijk verkortte.

Bekijk ook: Een mooie serie kleurenfoto’s gemaakt van deze veerdienst in de jaren 60.

1965: de Zeelandbrug maakt de Oosterscheldedienst overbodig

1965 was het laatste jaar van de Oosterscheldedienst. De Oosterscheldebrug naderde zijn voltooiing en Schouwen-Duiveland was bijna verbonden met Noord-Beveland. De voltooiing van de Grevelingendam in april 1965 maakte een definitief einde aan de geïsoleerde eilandstatus van Schouwen-Duiveland. Op 14 december 1965 voer de Koningin Emma voor de laatste maal tussen Kats en De Val. In Zierikzee werd het schip opgewacht door koningin Juliana, die de Oosterscheldebrug de volgende dag officieel zou openen. Bij de laatste afvaart kregen passagiers door de Zeeuwse landbouw een speciaal Delfts Blauw-tegeltje aangeboden. Hieronder zijn beelden te zien uit het Polygoon Journaal over de opening van de Oosterscheldebrug. De ‘stoompont’ vaart voor de laatste keer, spreekt de voice-over…

Na het einde van de Oosterscheldedienst bleef de Koningin Emma nog enkele jaren reserveboot en verzorgde ze bij grote drukte extra afvaarten op de veerdienst Kruiningen-Perkpolder. Zo zette het schip op 1 maart 1967 minister van Verkeer en Waterstaat De Quay tijdens een werkbezoek over van Kruiningen naar Perkpolder. Met de komst van de eerste dubbeldeksveerboot Prinses Christina in 1968 was de Emma definitief overbodig. Voor de dienst Terneuzen-Hoedekenskerke was het verlengde schip bovendien onpraktisch lang.

Logementsschip bij jachthaven De Zandkreek in Wolphaartsdijk (1968)

Eind augustus 1968 bood de PSD het schip te koop aan bij inschrijving. Het schip lag toen samen met de Noord-Beveland opgelegd in de Tweede Binnenhaven in Vlissingen, achter het PSD-kantoor. Jachtwerf De Zandkreek uit Wolphaartsdijk van de firma J. Zuidweg & Zn deed met 47.250 gulden de hoogste inschrijving en op 11 oktober 1968 vond de overdracht plaats bij de notaris in Middelburg. De PSD stond niet toe het schip ‘koninklijk’ te verkopen: de veerboot ging voortaan als ‘Emma’ door het leven. Nog diezelfde ochtend brachten drie PSD-bemanningsleden (een kapitein, een kwartiermeester en een machinist) het schip op kosten van de koper naar Wolphaartsdijk. De personeelskosten bedroegen 228 gulden.

De Emma werd verbouwd tot recreatie- en logiesschip voor de watersport, met benedendeks veertig slaapplaatsen en een driemaal zo grote kombuis. Plannen om met het schip te gaan sportvissen op de Oosterschelde en de Noordzee strandden: de veerboot was daarvoor simpelweg te groot en de machine te bewerkelijk. In de drukke zomermaanden deed de Emma dienst als hotelschip en restaurant, met een terras op het achterdek.

Drijvend logies voor de bouwers van de Deltawerken en de Houtribdijk

In 1970 huurde aannemerscombinatie Verhoeven en Verstoep de Emma als logiesschip voor de aanleg van het werkeiland op de Roggeplaat, iets noordelijker gelegen dan Neeltje Jans. Benedendeks werden tientallen kamertjes getimmerd en op het voormalige rijdek verscheen een houten kantine met het uiterlijk van een bouwkeet. Vanaf 21 april 1970 bood het schip in het haventje van het werkeiland voor de kust van Burghsluis van maandag tot vrijdag onderdak aan zo’n vijftig dijkwerkers, compleet met eigen kok.

Begin 1971 vertrok de Emma voor een soortgelijke klus naar het IJsselmeer, waar ze werd verhuurd aan aannemersbedrijf Zanen en Verstoep voor de bouw van de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad. Medio 1972 keerde het schip terug in Zeeland, waar het in 1973 werd opgelegd in Wolphaartsdijk. Een verkoop naar Marokko of Tunesië ketste af op de oliecrisis, waarna de Emma opnieuw in de verkoop ging.

Als Estrella Del Sur: nachtclub aan de Rotterdamse Maasboulevard (1974)

Rond 1974 werd de Emma verkocht naar Rotterdam en werd de naam gewijzigd in Estrella Del Sur. Het schip kwam te liggen aan de Oude Plantage, aan het einde van de Maasboulevard, en was een nachtclub geworden, bevolkt met dames van de lichte zeden. Hieronder een advertentie:

Estrella Del Sur: Uw relaxschip ligt einde Maasboulevard. Voorbij stoplichten, eindpunt Lijn 1 rechtsaf. Bij splitsing links tot water. Smalle weg rechts naar parkeerplaats. Middag- en avond lifeshow (sic). Relaxen zonder clubbezoek mogelijk. Wij varen met paren.

Aan boord vonden wel erg duistere zaken plaats die meer in de hoerenbuurt thuishoorden, berichtte Schuttevear destijds. De nachtclub werd opgedoekt.

202
Direct naar alle foto’s van de Koningin Emma.

Sportvisserij vanuit Scheveningen als Estrella

In juli 1975 kocht J. Vrolijk van Rederij Vrolijk uit Scheveningen het schip. De voormalige PSD-zijlader werd herdoopt tot Estrella en na een grote dokbeurt ingezet voor de sportvisserij, eerst vanuit Vlissingen en Vlaardingen, later vanuit Scheveningen.

In de eerste jaren als Estrella kwam het schip op veel verschillende plekken. Zo werd de Estrella tijdens de verkiezingscampagne van 1977 verhuurd aan D66, om onder meer lijsttrekker Jan Terlouw op tour door Nederland te sturen. Onder andere Deventer, Arnhem en Nijmegen werden door de Estrella aangedaan. Ook werd Zeeland aangedaan, waarbij de Estrella vastliep voor de haven van Yerseke.

Opmerkelijk detail: de Estrella voer jarenlang onder Panamese vlag. De Nederlandse scheepvaartinspectie keurde het schip in 1975 af, waarna Vrolijk het onderbracht bij classificatiebureau Bureau Veritas en de vlag wisselde. Pas in 1985 keerde het schip terug onder Nederlandse vlag, met Scheveningen als thuishaven.

Een andere bijzondere bestemming was Zeeland. Onder meer in 1984 werden rondvaarten verzorgd vanuit Terneuzen. In 1984 was dat in het kader van Terneuzen 400 jaar. Een jaar later, op 28 september 1985, voer de Estrella rondvaarten tussen Kortgene en Wolphaartsdijk ter ere van 25 jaar vaste oeververbinding tussen Noord- en Zuid-Beveland.

Aanpassingen aan het schip in de Scheveningse periode

De grootste wijziging werd het vervangen van de Schelde-Sulzer-diesel voor een Duitse M.A.N. die krachtiger was. Bij het bevoorraden van een schip op de Noordzee, een activiteit die Vrolijk naast het sportvissen ook uitvoerde, raakte de Estrella een keer een zeeschip met het achterste dekhuis. Hierdoor sneuvelden alle ramen en werd besloten het achterste dekhuis te verwijderen. In de plaats kwam een tweede mast.

In 2002 kreeg het schip een elektrisch aangedreven boegschroef van 150 pk en in 2008 nam G. de Ruiter Scheepsagenturen Rederij Vrolijk over, waarna de Estrella onder dezelfde naam bleef doorvaren en ook Rederij Vrolijk als naam ongewijzigd bleef.

In de tweede helft van de jaren ’00 werd de oorspronkelijke installatie voor het koproer verwijderd. Achterop het promenadedek stond een stuurmachine, waar kabels naar voren liepen en zo mechanisch het koproer bedienden. Een koproer was in de PSD-tijd van groot belang bij het achteruit verlaten van de havens bijvoorbeeld in Terneuzen en Zierikzee (het Havenkanaal).

Pakjesboot van Sinterklaas in Scheveningen

Jaarlijks werd de Estrella gebruikt als Pakjesboot voor Sinterklaas in Scheveningen. In november 1976 was het schip voor de opnames van de landelijke intocht zelfs even terug in Zeeland: na een rondvaart over de Noordzee meerde de Estrella af in de oude veerhaven De Val bij Zierikzee. Een jaar later, in 1977, is de Estrella helemaal de ster van de show op tv tijdens de landelijke intocht van Sinterklaas in Muiden.

PSDnet.nl haalt de Koningin Emma terug naar Zeeland

Halverwege 2020 kreeg PSDnet.nl het bericht dat de voormalige Koningin Emma te koop stond. Daarop zijn wij gelijk op zoek gegaan naar investeerders om het historische schip te redden en terug naar Zeeland te halen. In maart 2021 kwam het bericht dat dit gelukt is. De Koningin Emma komt terug naar Vlissingen om te dienen als luxe hotelschip.

31 maart 2021: aankomst in Zeeland en restauratie bij Scheepswerf Reimerswaal

Op 31 maart 2021 is de Koningin Emma teruggekeerd in Zeeland, zie ons verslag. Op Scheepswerf Reimerswaal in Vlissingen-Oost werd de Emma tussen maart en december 2021 grondig gerestaureerd en geschikt gemaakt voor gebruik als hotelschip.

22 december 2021: definitief terug in Vlissingen als hotelschip

Op 22 december 2021 is de Koningin Emma definitief teruggekeerd naar Vlissingen (centrum). In de ochtend meerde de historische veerboot af aan de Houtkade. In 2022 opende aan boord van de Emma een hotel van Kloeg Collection, ook de uitbater van de nabijgelegen Timmerfabriek en diverse andere hotels in Zeeland. PSDnet.nl knapt momenteel de stuurhut en machinekamer op en organiseert open dagen op het schip.

Foto’s PSD-zijlader Koningin Emma

Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Koningin Emma (1933) op de fotopagina.

Aankomst aan steiger Katscheveer

Technische gegevens: zijlader Koningin Emma

Technische specificaties en capaciteit van de zijlader Koningin Emma (1933)

Algemeen
Bouwjaar 1933 Verlengd 1955
IMO 8432962
Brandmerk 95 Z Midd 1942 170 B Midd 1958
Werf De Schelde
Bouwnummer 197
Afmetingen
Lengte 49 m 59 m
Breedte 8,85 m 8,85 m
Diepgang 2,25 m 2,25 m
Waterverplaatsing 129.186 t 175.477 t
Maximumsnelheid 10 kn 10 kn
Dienstsnelheid 9 kn 9 kn
Capaciteit
Passagiers 1000 500
Opp. rijdek 100 m² 248 m²
Eenheden 10 25

Vaarstaten 1946–1955: Koningin Emma (1933)

Waar voer de Koningin Emma (1933) en wanneer lag het schip stil? De vaarstaten uit het PSD-archief geven het antwoord. Hieronder staat een kort overzicht. Bekijk het volledige logboek en alle statussen van de Koningin Emma (1933), 1946–1955.

1946194719481949195019511952195319541955
Zierikzee-Katseveer Terneuzen-Hoedekenskerke Werkplaats Werf Kruiningen-Perkpolder Binnen Ligplaats Terneuzen Speciale vaart Overbrenging Ligplaats Vlissingen Gestaakt Vlissingen-Breskens Ligplaats Katseveer

Verdeling van statussen (1946–1955)

De Koningin Emma (1933) komt op 3.286 dagen in de vaarstaten voor en voer in deze periode op 4 veerdiensten. Het langst was het 336 dagen aaneengesloten toegewezen aan Zierikzee-Katseveer. Het schip wisselde 81 keer van veerdienst of status.

1.359 dagen
Werkplaats
411 dagen
Werf
175 dagen
Binnen
66 dagen
Ligplaats Terneuzen
6 dagen
Speciale vaart
3 dagen
Overbrenging
3 dagen
Ligplaats Vlissingen
2 dagen
Gestaakt
1 dag
Ligplaats Katseveer
1 dag
0 300 600 900 1.200 1.500

Aantal dagen

Bron: Zeeuws Archief, 123 Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD), 3.2.6 (917-920). Het jaar 1952 ontbreekt in het archief.

Veelgestelde vragen over de veerboot Koningin Emma

Waar ligt de voormalige PSD-veerboot Koningin Emma nu?

De Koningin Emma (1933) ligt sinds 22 december 2021 aan de Houtkade in Vlissingen. Dankzij inspanningen van PSDnet.nl keerde de veerboot in maart 2021 terug naar Zeeland en werd het schip op Scheepswerf Reimerswaal gerestaureerd. Sinds 2022 is de Emma in gebruik als hotelschip, herenigd met het originele gietijzeren provinciewapen dat PSDnet.nl terughaalde naar Zeeland. De stuurhut en de machinekamer worden in oude luister hersteld.

Kan ik de Koningin Emma bezoeken?

Ja. PSDnet.nl organiseert regelmatig open dagen op de Koningin Emma in Vlissingen, waarbij ook de opgeknapte stuurhut en machinekamer te bezichtigen zijn. Daarnaast kunt u aan boord overnachten, want het schip is tegenwoordig een hotelschip. Bekijk vooraf alvast de fotopagina met bijna 200 foto's van de zijlader Koningin Emma.

Wat is een zijlader?

Een zijlader is een veerboot waarbij auto's en passagiers via de zijkant aan boord komen, in tegenstelling tot een koplader waar het verkeer via de kop het rijdek oprijdt. De PSD liet in 1933 drie zijladers bouwen bij De Schelde in Vlissingen: de Koningin Emma, de Ooster-Schelde en de Prins Willem I. Omdat ze in crisistijd gebouwd werden en een spitse rompvorm hadden, kregen ze de bijnamen 'crisisboten' en 'puntboten'.

Welke rol speelde de veerboot Koningin Emma in de Tweede Wereldoorlog?

De Koninklijke Marine vorderde de Koningin Emma op 4 september 1939 als Hr.Ms. Hulpmijnenlegger II. Als enige van de drie zijladers bleef het schip tijdens de bezetting als veerboot varen, totdat de Wehrmacht het op Dolle Dinsdag (5 september 1944) vorderde. Bekijk ook de bijzondere foto van Luftwaffe-soldaten op de Koningin Emma uit 1943.

Nog 2 vragen tonen Minder vragen tonen

Op welke veerdiensten was de Koningin Emma in de vaart?

De Koningin Emma kwam na de aflevering in 1933 in de vaart op de veerdienst Terneuzen–Hoedekenskerke. Na de verlenging met 10 meter in 1955 verhuisde het schip naar de Oosterscheldedienst tussen Kats en Zierikzee, waar het tot de opening van de Zeelandbrug in december 1965 bleef varen.

Wat gebeurde er met de Koningin Emma na haar PSD-tijd?

De PSD verkocht het schip in 1968 als logementsschip voor jachthaven De Zandkreek in Wolphaartsdijk. In 1974 werd het als Estrella Del Sur een nachtclub in Rotterdam en daarna voer het decennialang als sportvisserijschip Estrella vanuit Scheveningen, waar het jaarlijks ook dienstdeed als pakjesboot van Sinterklaas. In 2021 keerde het schip terug naar Vlissingen.

Navigatie vlootpagina's

U bekijkt nu:

Zijlader Koningin Emma