
Op deze pagina over de stoomboot Luctor et Emergo:
- Eén reserveboot voor alle lijnen (1913): Waarom de Zuid-Beveland niet door de sluis van Veere paste
- Gebouwd bij J. en K. Smit (1915-1916): Geraamd op 65.000 gulden, ruim een ton geworden
- Gelijkenissen: Het kleinere zusje van de Zeeuwsch-Vlaanderen
- Verlenging (1926): De reserve die geen reserve bleek
- Hospitaalschip en de aanval van 12 mei 1940: Twaalf slachtoffers en een monument in Vlissingen
- Foto’s PSD-veerboot Luctor et Emergo
De Luctor et Emergo werd in 1913 besteld als reserveboot voor alle provinciale lijnen tegelijk, een novum in de vloot. Het nieuwe schip, een kleiner zusje van de Zeeuwsch-Vlaanderen, moest in de praktijk zo vaak invallen dat het in 1926 werd verlengd.
Eén reserveboot voor alle lijnen (1913)
De oude reserveboot, de raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen uit 1891, vertoonde volgens een rapport uit mei 1913 zulke gebreken dat het niet meer verantwoord leek het schip langere tijd de geregelde dienst te laten doen. Volgens de oude gewoonte zou dan de Zuid-Beveland reserveschip doorschuiven en een nieuwe boot de gewone dienst overnemen. Gedeputeerde Staten braken met die gewoonte, want de Zuid-Beveland was te kostbaar om stil te liggen en de raderstoomboot pastte niet door de kleine sluis bij Veere.
De oplossing werd één reserveboot voor alle lijnen tegelijk: Vlissingen-Breskens en Vlissingen-Terneuzen, Walzoorden-Hansweert, Middelburg-Zierikzee én de nieuwe dienst Terneuzen-Hansweert. Zo’n schip hoefde volgens de raming maar ongeveer 65.000 gulden te kosten. Op 8 juli 1913 gaven de Staten hun machtiging.
Gebouwd bij J. en K. Smit (1915-1916)
De Luctor et Emergo liep in maart 1915 van stapel in Krimpen aan de Lek, waarna het schip in Alblasserdam van machines en ketels werd voorzien. Begin december 1915 leverde scheepswerf J. en K. Smit de dubbelschroefstoomboot op en in 1916 kwam de boot als reserveschip in dienst. De geraamde 65.000 gulden werd ruim overschreden aangezien de aanneemsom 97.500 gulden bedroeg en met het toezicht van ontwerper M. A. Cornelissen en bijkomende kosten er bij kwam het schip op 100.900,98 gulden.
Het bestek beschrijft een stalen dubbelschroefstoomboot van 40 meter tussen de loodlijnen (41,70 meter over alles), met dezelfde machines als de Zeeuwsch-Vlaanderen: twee triple-expansiemachines van elk 250 ipk. Benedendeks was de indeling gelijk aan die van het grotere zusterschip, maar bovendeks ontbraken de salons en was er alleen een toegang tot de kajuiten, met een promenadedek van 10 meter.
Gelijkenissen
De zusterschepen Luctor et Emergo en Zeeuwsch-Vlaanderen lijken sterk op elkaar, al was de Luctor iets korter en soberder uitgevoerd. Opvallend is dat beide schepen al veel gelijkenissen vertonen met de achttien jaar later gebouwde PSD-veerboten Koningin Emma, Oosterschelde en Prins Willem I, zoals het ‘kruisershek’ (de rechtere achtersteven). Ook zijn er overeenkomsten met de paar jaar eerder gebouwde schroefstoomboten Schouwen en Noord Beveland uit 1912. De schepen komen allemaal van ontwerpbureau M.A.Cornelissen.

Verlenging (1926)
Het reserveschip bleek al snel geen echte reserve. Doordat de boot voor vier lijnen moest inspringen en het vervoer op Vlissingen-Breskens op drukke dagen sterk toenam, deed het schip geregeld wekenlang achtereen dienst. Daarvoor schoot het schip tekort: het dek bood te weinig ruimte voor goederen, vee en auto’s en ook de passagiersaccommodatie was op geregeld verkeer niet berekend wegens onder meet het ontbreken van dekhuizen op het promenadedek.
In 1926 werd de Luctor et Emergo daarom bij J. en K. Smit met 4,50 meter verlengd, voor 20.000 gulden. Het bovenvoordek en de benedensalon tweede klasse werden 4,50 meter langer, het promenadedek en de achterdeksalon elk 2 meter. Op het promenadedek verrees bovendien een dekhuis zoals de Zeeuwsch-Vlaanderen dat had.
Hospitaalschip en de ramp van 12 mei 1940
In 1940 deed het schip dienst als hospitaalschip in Vlissingen. Op 12 mei 1940 zonk de Luctor et Emergo daar na een aanval van Nazi-Duitsland, waarbij de Luftwaffe het schip midscheeps met een voltreffer raakte. In augustus werd het schip gelicht, maar het is nooit meer hersteld.
Later werd duidelijk dat er in totaal twaalf slachtoffers waren te betreuren. Voor de bemanning is in 1954 een monument opgericht op de Noorderbegraafplaats in Vlissingen, met de namen van de bemanningsleden en de tekst:
In dienst van het Vaderland zijn op 12 mei 1940 in Vlissingen gevallen aan boord van de ‘Luctor et Emergo’.
Naast de bemanning zijn vijf andere slachtoffers te betreuren, die beschutting zochten voor het bombardement maar niet lang daarna alsnog op het schip getroffen zijn.
De twaalf slachtoffers (12 mei 1940)
| Bernard J. de Kort | 3 | 09.01.1937 | geen afvaart |
|---|---|---|---|
| Melva O.A.M. Buysse | 13 | 13.07.1926 | geen afvaart |
| Julia M.M. van Besien | 14 | 22.03.1926 | geen afvaart |
| Pieter A. van der Maas | 21 | 21.11.1918 | Hofmeesterbediende |
| Madelaine N. Plasschaert | 26 | 19.07.1913 | geen afvaart |
| Anthonie de Putter | 41 | 26.11.1898 | Beambte PSD |
| Johannes C. Dooms | 43 | 16.09.1896 | Matroos |
| Augustus Th. Volk | 46 | 07.03.1894 | Machinist |
| Petrus A. Eekman | 47 | 05.12.1892 | geen afvaart |
| Johannes de Ronde | 49 | 28.06.1890 | Hofmeester |
| Franciscus J. van der Pijl | 49 | 07.07.1890 | Hofmeester |
| Borghardus van der Stigchel | 52 | 30.03.1888 | Stoker |
Het muZEEum in Vlissingen heeft de scheepsbel van de Luctor et Emergo in zijn collectie.
Foto’s PSD-veerboot Luctor et Emergo
Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Luctor et Emergo (1915) op de fotopagina.
