Op deze pagina over de raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen (1891):
- Op verzoek van Terneuzen (1890-1891): Een tweede boot van het type Walcheren, ook gebouwd bij De Schelde
- Drie keer Zeeuwsch-Vlaanderen: De naamgenoten van 1870 en 1916
- Lofwerk: De versieringen op de boeg van de drie zusterschepen
- Storingen en alsnog elektrisch licht (1897-1907): De kwalen van het type en een primeur
- Torpedo-ongeluk Vlissingen (1916): Een verdwaalde torpedo in de Buitenhaven
- Oorlogswinst bij de verkoop (1913-1924): Een mooie prijs, een mislukte trawler en de sloop
- Foto’s Zeeuwsch-Vlaanderen (1891)
Op verzoek van Terneuzen (1890-1891)
Een schrijven van de gemeenteraad van Terneuzen bracht de zaak aan het rollen. Op voorstel van Gedeputeerde Staten besloten de Staten op 7 november 1890 tot ‘aanschaffing van een raderstoomschip naar het type Walcheren’, te bouwen door de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen, die opnieuw zelf bestek en tekeningen leverde. Het contract werd op 10 en 12 december 1890 getekend, met een levertijd van zeven maanden.
Het schip werd 42,90 meter lang tussen de loodlijnen en 6,10 meter breed. De indeling, de machine en de vereiste snelheid waren gelijk aan die van de Walcheren, met één verschil: elektrische verlichting stond ditmaal niet in het bestek. De aanneemsom bedroeg 105.000 gulden. Wegens te late oplevering werd 3.680 gulden boete gekort en met 500 gulden voor het toezicht van J. V. Ahrensmann kostte de boot per saldo 101.810 gulden. Net als de Walcheren voer het schip tussen Vlissingen en Breskens en op Terneuzen.
Naast de Walcheren en de latere Zuid-Beveland (1899) is ook de Zeeuwsche Spoorboot No.2 (1892) van de Zeeuwsche Spoorboot Maatschappij een zusterschip: die werd direct na de Zeeuwsch-Vlaanderen bij De Schelde gebouwd en kwam pas in 1912 een paar maanden in dienst van de PSD.
Drie keer Zeeuwsch-Vlaanderen
De Zeeuwsch-Vlaanderen is het tweede PSD-schip met deze naam. In 1870 kwam de eerste veerboot met de naam Zeeuwsch-Vlaanderen in de vaart, in 1916 de derde en laatste.

Lofwerk
De drie PSD-zusterschepen Walcheren (1887), Zeeuwsch-Vlaanderen (1891) en Zuid-Beveland (1899) waren allen voorzien van ‘lofwerk’: de versieringen op de boeg. Hieronder een vergelijking van de verschillende patronen, waarschijnlijk afgeleid van de wapens van de naamgevende streken.

Storingen en alsnog elektrisch licht (1897-1907)
Het type Walcheren bleek storingsgevoelig. Al in 1897 meldden Gedeputeerde Staten dat de Zeeuwsch-Vlaanderen en de Walcheren ‘wegens meer of minder belangrijke herstellingen afwisselend voor korter of langer tijd buiten dienst moesten gesteld worden’. Deskundigen weten dat vooral aan de geforceerde trek van de ketels en aan de constructie van de raderen.
Eén verbetering kreeg de Zeeuwsch-Vlaanderen wel die de Walcheren nooit had: in februari 1907 werd het schip voorzien van elektrisch licht, geleverd door de N.V. Electrotechnische Industrie voorheen W. Smit & Co uit Slikkerveer, voor 1.600 gulden.
Torpedo-ongeluk Vlissingen (1916)
De raderstoomboot werd in 1916 getroffen door een torpedo in de Buitenhaven van Vlissingen. Hr. Ms. Onderzeeboot V vuurde per ongeluk een torpedo af, die de PSD-ponton doorboorde en daar ook ontplofte.
Oorlogswinst bij de verkoop (1913-1924)
Het vertrek was al jaren in voorbereiding. Bij het besluit van 8 juni 1913 om een reserveboot aan te schaffen, bepaalden de Staten meteen dat de Zeeuwsch-Vlaanderen verkocht zou worden zodra die nieuwe boot in dienst was. De reserveboot liet echter lang op zich wachten en dat oponthoud pakte gunstig uit.
In de oorlogsjaren gingen veel schepen verloren en stegen de prijzen, zodat de Provincie in augustus 1916 het volgens Hartman ‘belangrijke bedrag’ van 25.800 gulden kon vangen. Koper was L. Nolson uit Terneuzen, die er een stoomtrawler voor de Noordzeevisserij van wilde maken. Voor de zeebrief waren eerst flinke herstellingen nodig en toen die klaar waren, bleek de vraag naar zulke schepen alweer gedaald.
Nolson verkocht het schip een jaar later aan de Visserij Maatschappijen M.B. Osendarp in IJmuiden. De Zeeuwsch-Vlaanderen werd omgebouwd tot stoomtrawler en kreeg de naam YM 265 – Derika I*. De markt voor stoomtrawlers was echter ingestort en er bleek weinig emplooi voor de voormalige veerboot. In 1924 werd het schip gesloopt.
* Niet te verwarren met een stoomtrawler met dezelfde registratie en naam die in 1917 tot zinken gebracht werd door de bemanning van een Duitse U-boot.