Home>Vloot (+ fotopagina's)>Raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen (1870)

Raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen (1870)

477 woordenongeveer 2 min leestijd

De houten raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen (1870) werd gebouwd door Johannis Kloos in Amsterdam, als zusterschip van de Wester-Schelde. In 1887 werd het door paalworm aangetaste schip voor 2.310 gulden verkocht en daarna gesloopt.

Zijaanzicht PSD Zeeuwsch-Vlaanderen (1870)

Op deze pagina over de raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen (1870):

Een tweede houten raderboot (1869-1870)

Eén nieuwe boot bleek niet genoeg om de dienst op Vlissingen-Breskens en Terneuzen ‘bestendig op eene regelmatige en voor het publiek geriefelijke wijze’ te verzorgen. In oktober 1869 stelden Gedeputeerde Staten daarom voor een tweede houten raderboot te laten bouwen, van hetzelfde type als de Wester-Schelde maar met een krachtiger stoomwerktuig. De kosten werden geraamd op 50.000 gulden. Na een uitvoerige discussie, waarin tegenstanders opnieuw de particuliere exploitatie van stal haalden, gaven de Staten op 5 november 1869 hun machtiging.

De opdracht ging voor 64.150 gulden naar scheepsbouwmeester Johannis Kloos in Amsterdam Het contract werd in februari 1870 getekend, met een levertijd van 7,5 maand en een proeftijd van vier maanden. Op de proefvaart moest de boot vier uur achtereen een snelheid van 8⅛ mijl halen. De oscillerende machine mocht volgens het bestek niet meer verstoken dan 4,5 kilo grove kolen per nominale paardenkracht.

Hutten in de raderkasten

Het bestek geeft dezelfde hoofdmaten als de Wester-Schelde: 31,14 meter op de lastlijn en 5,10 meter breed, met een iets grotere holte van 2,67 meter. Onder het dek bleven de rangen netjes gescheiden. Voorin lag het volkslogies voor de bemanning, zonder kooien maar met zitbanken langs de zijden. Daarachter volgde de voorkajuit met onbeklede dennenhouten banken. Achter de machinekamer lag de grote kajuit, met doorlopende banken op mahoniehouten poten, gevuld met een derde paardenhaar en twee derde koehaar en overtrokken met trijp.

De opvallendste ruimtes zaten in de raderkasten. Daarin waren een hut voor de kapitein, een voor de conducteur, een bergplaats, een kombuis en een ‘bestekamer’ (toilet) ondergebracht, met een loopgang tussen beide kasten. Op het dek stond een koperen brug met lampen en kompas.

Ten prooi aan de paalworm (1887)

Na zeventien jaar was het schip niet meer nodig. In 1887 kwam de nieuwe Walcheren in dienst, kreeg de Wester-Schelde een nieuwe machine en beschikte de Zeelandia al over een compoundmachine: met die drie schepen kon de dienst behoorlijk worden uitgevoerd. De Staten besloten daarom op 3 november 1887 tot verkoop.

Veel bracht dat niet meer op, want de romp was sterk aangetast door de paalworm (Teredo navalis). Met machines, ketel, inventaris en zelfs een reserveketel erbij ging de Zeeuwsch-Vlaanderen voor 2.310 gulden van de hand. Een jaar later was het schip gesloopt.

Lees ook: De geschiedenis van de raderstoomboot Wester-Schelde (1867), het oudere zusterschip waarmee de Zeeuwsch-Vlaanderen jarenlang de dienst deelde.

Technische gegevens: raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen (1870)

Technische specificaties en capaciteit van de raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen (1870) (1870)

Algemeen
Bouwjaar 1870
IMO -
Brandmerk ?
Werf Johannis Kloos, Amsterdam
Bouwnummer ?
Afmetingen
Lengte 31,14 m
Breedte 5,1 m
Diepgang 2,67 m
Waterverplaatsing ? t
Maximumsnelheid ? kn
Dienstsnelheid ? kn
Capaciteit
Passagiers ?
Opp. rijdek - m²
Eenheden -

Navigatie vlootpagina's

U bekijkt nu:

Raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen (1870)