Zijaanzicht PSD Zeelandia (1872)

Op deze pagina over de raderstoomboot Zeelandia:

De derde boot, voor het eerst van ijzer (1871-1872)

De roep om uitbreiding kwam uit de Staten zelf. In de zomer van 1871 stelde Statenlid Hombach voor de dienst in twee delen te splitsen, met eigen boten voor Vlissingen-Breskens-Borssele-Neuzen en voor Neuzen-Hoedekenskerke-Hansweert-Walzoorden. Tegelijk vroeg de gemeenteraad van Neuzen om zo’n uitbreiding dat een reiziger ’s morgens de overkant kon bezoeken en ’s avonds weer thuis was. Na een uitvoerig rapport van de Commissie van toezicht besloten de Staten op 10 november 1871 met algemene stemmen tot de aanschaf van een derde boot.

Alle raderboten van de PSD waren tot dan toe van hout gebouwd: de stoomboot De Schelde uit 1828, de Stad Vlissingen No.1 en de zusterschepen Wester-Schelde en Zeeuwsch-Vlaanderen. Bij de Zeelandia stapte de PSD voor het eerst over op ijzer.

Het schip werd 32 meter lang en 5,50 meter breed en kreeg drie waterdichte schotten in de romp. De inrichting, machine en snelheid waren gelijk aan die van de Zeeuwsch-Vlaanderen uit 1870. Een latere aantekening in de Statenstukken noemt een machine van 300 ipk en een vaart van 7½ mijl. De bouw ging naar Christie, Nolet en De Kuyper in Delfshaven (bij Rotterdam) voor 59.716 gulden. Met het bijwerk en het honorarium van J. C. Andriessen in Rotterdam, die het bestek en de tekeningen maakte en toezicht hield op de bouw, kostte de boot in totaal 62.241,34½ gulden.

In 1884 was de ketel aan vervanging toe. Een nieuwe ketel zou 13.000 gulden kosten, maar Gedeputeerde Staten kozen voor een grotere ingreep: de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen bouwde de machine voor 25.000 gulden om naar het zuinigere compoundsysteem.

Met ijzeren cirkels door het ijs (1884-1891)

Het mooiste moment beleefde men met de Zeelandia in de strenge winter van 1890 op 1891. De raderen hadden ijzeren cirkels met houten planken ertussen. Waar de Walcheren de strijd tegen het ijs moest opgeven omdat de onbeschermde wielplanken stuksloegen, hield de Zeelandia de dienst Vlissingen-Neuzen vol: de oude raderstoomboot sneed met de cirkels door het ijs en als er al eens een plank stuksloeg, was die eenvoudig te vervangen.

Drijvende werkplaats in Vlissingen (1905-1923)

Rond de eeuwwisseling was de Zeelandia met een vaart van 7½ mijl te langzaam geworden voor een dienst die inmiddels op schepen met een 12-mijlsvaart was ingericht. De Zeelandia vervoerde vooral nog goederen en vee. Toen de noodzakelijke reparaties in 1904 op 35.000 tot 40.000 gulden werden geraamd, vonden Gedeputeerde Staten het genoeg: de Zeelandia werd afgevoerd. Op 18 oktober 1905 maakte het schip de laatste vaart. De machine en de onbruikbare delen van de inventaris werden verkocht.

Het onttakelde casco kreeg een bestemming als drijvende berg- en werkplaats van de PSD in Vlissingen en bleef dat totdat een vaste werkplaats was ingericht. In 1923 werd het casco voor sloop verkocht, voor 420 gulden aan sloper Montanari in Middelburg.

Op onderstaande afbeeldingen ligt de Zeelandia in Vlissingen, op de eerste samen met de Wester-Schelde.

Technische gegevens: raderstoomboot Zeelandia

Technische specificaties en capaciteit van de raderstoomboot Zeelandia (1872)

Algemeen
Bouwjaar 1872
IMO -
Brandmerk ?
Werf Christie, Nolet & De Kuyper, Delfshaven
Bouwnummer ?
Afmetingen
Lengte 32 m
Breedte 5,50 m
Diepgang 2,70 m
Waterverplaatsing ? t
Maximumsnelheid ? kn
Dienstsnelheid ? kn
Capaciteit
Passagiers ?
Opp. rijdek ? m²
Eenheden ?