Home>Vloot (+ fotopagina's)>Schroefstoomboot Zeeland (1866)

Schroefstoomboot Zeeland (1866)

1.017 woordenongeveer 5 min leestijd

De schroefstoomboot Zeeland werd in 1866 voor de PSD gebouwd bij John Dudgeon in Londen. Na een beruchte proeftocht wilden de Statenleden niet meer met het slingerende schip varen. In 1871 werd de Zeeland alweer verkocht.

Zijaanzicht PSD Zeeland (1866)

Op deze pagina over de schroefstoomboot Zeeland:

Gebouwd bij John Dudgeon in Londen (1866)

Voor de op 1 april 1866 begonnen eigen exploitatie hadden Gedeputeerde Staten twee schepen nodig. Naast de tweedehands Stad Vlissingen No.1 lieten zij in Londen een nieuwe boot bouwen. Scheepsbouwer John Dudgeon in Cubitt Town verklaarde in juni 1866 dat hij de ‘Twin screw steamer Zeeland’ op 18 juni 1866 op zijn werf had opgeleverd in opdracht van Gedeputeerde Staten van Zeeland: een schroefstoomboot met twee schroeven, groot 63 ton en nominaal 30 paardenkrachten, 90 voet (ruim 27 meter) lang en 15 voet breed, met één paalmast.

Goedkoop was het scheepje niet. Aan Dudgeon betaalde de Provincie 35.549,57 gulden. Met toezicht, invoerrechten, verzekering tijdens de bouw, transport en de herstellingen in het eerste jaar erbij kwam de Zeeland op 41.000,12½ gulden, meer dan de aankoop en de complete opknapbeurt van de Stad Vlissingen No.1 samen.

De beruchte proeftocht: ‘nauwelijks eene geit overzenden’ (juli 1866)

Waar de PSD alleen maar raderstoomboten in de vaart had, was de Zeeland (1866) een schroefstoomboot. Gedeputeerde Staten waren blijkbaar ingenomen met hun nieuwe scheepje, zo schrijft H.J.G. Hartman in zijn gedenkboek over de stoombootdiensten. Zij nodigden de Statenleden uit voor een proeftocht. Die tocht, op dinsdag 3 juli 1866, werd een fiasco.

Zolang het schip op de Westerschelde voer ging het goed, verklaarde Statenlid Hombach later, maar zeewaarts volgde bij niet meer dan een stijve koelte ‘eene schommeling zonder voorbeeld’. Dr. Hoelands Janssen vatte zijn gewaarwordingen bondig samen: op het dek kon men niet blijven staan en wie beneden zat, moest toch al snel weer naar boven.

In de Statenvergadering van 6 juli 1866 barstte de bom. Jhr. van Citters verdedigde namens Gedeputeerde Staten de aankoop: gezagvoerder, stuurman en machinist waren gehoord en hadden verklaard dat er geen gevaar was geweest en dat het schip lag ‘als een meeuw’. Mr. de Jonge van Ellemeet geloofde er niets van, want de bemanning vreesde volgens hem simpelweg voor haar broodwinning:

Zij hebben nu verklaard: het vaartuig ligt als een meeuw, doch zij zouden ook bereid zijn te verklaren: het ligt als een kaketoe (op het water, red).

In zijn afdeling was bovendien verklaard dat de passagiers voor hun leven hadden gevreesd, dat familieleden hen huilend aan boord hadden zien gaan en dat men zich aan elkaar had moeten vastklemmen ‘om niet over de verschansing te geraken’. Dr. van Eck meende dat met deze boot geen reizigers en geen vee konden worden vervoerd: hij zou er ‘nauwelijks eene geit mede durven overzenden’ waarmee een van de beroemdste quotes uit de PSD-geschiedenis een feit was. Van Citters kaatste nog terug dat de bemanning het schip uit eigen beweging met een meeuw op het water had vergeleken: ‘waren zij eigenaren eener menagerie geweest, dan hadden zij het wellicht vergeleken bij eene kaketoe.’

Humor bood ook de voorzitter. Toen een lid de hogedrukmachine van de boot gevaarlijk noemde, kreeg hij als antwoord: ‘Ga dan nooit met den spoorweg rijden’, want locomotieven hadden allemaal machines van hoge drukking. De spanning liep intussen zo op dat vanaf de publieke tribune bijval klonk en de voorzitter moest dreigen de zaal te laten ontruimen.

Zes maanden proefvaren en daarna reserveboot (1866-1867)

De uitkomst van het provinciale debat was hard. Op voorstel van De Jonge van Ellemeet besloten de Staten dat de Zeeland niet in de geregelde beurtvaart zou komen voordat minstens zes maanden lang proefnemingen waren gedaan, ook ‘bij uitgemaakt stormweder’. Helemaal aan de kant bleef het schip niet, want een tweede boot was onmisbaar: in juli 1866 voer de Zeeland naast de Stad Vlissingen No.1 en van augustus tot en met oktober naast de gehuurde De Schelde.

Begin 1867 wilden Gedeputeerde Staten van het schip af, omdat de publieke opinie de Zeeland ‘ongunstig gezind’ bleef. Zover kwam het (nog) niet: op 7 maart 1867 besloten de Staten de ketel te laten nazien en de Zeeland te bestemmen tot reserveboot. Het hielp weinig. In juli 1867 constateerden vier Statenleden dat bijna niemand nog met de boot de oversteek Vlissingen-Breskens durfde te maken dan bij volstrekte noodzaak, wat niet alleen de provinciale kas schaadde maar ook ‘krenkend voor de eer harer bestuurders’ was. Hun voorstel om een vervangend schip te kopen vond de vergadering te duur.

Gehuurd werd er wel: van 18 juli tot 29 oktober 1867 nam de PSD voor 500 gulden per week de Sliedrecht No.2 van P. B. Visser uit Sliedrecht in dienst, tot de nieuwe Wester-Schelde uit Alblasserdam klaar was.

Verkocht naar Ameide (1871)

Na de komst van de Wester-Schelde werd de Zeeland ‘een beetje opgeknapt’ en voer het schip nog zo nu en dan mee, aldus Hartman. Toen de Staten in 1869 besloten een tweede nieuwe boot te laten bouwen, was het lot van de oude raderboot beslist. Een eerste verkoopvoorstel hielden de Staten in juni 1871 nog aan: de biedingen waren te laag en men wilde onderzoeken of de boot bruikbaar was op Westerschelde-veren meer stroomopwaarts in rustiger vaarwater.

Op 26 juli 1871 kregen Gedeputeerde Staten alsnog machtiging tot verkoop. De Zeeland ging onderhands van de hand voor 4.500 gulden, ruim een tiende van wat het schip vijf jaar eerder had gekost. Kopers waren De Borst Verdoorn en Van Haaften & Co., aannemers in Ameide aan de rivier de Lek. Hoe het de boot daarna is vergaan, vermeldt Hartman niet, maar rustig vaarwater zal ongetwijfeld zijn gevonden in het binnenland.

Lees ook: De geschiedenis van de raderstoomboot Stad Vlissingen No.1, de andere boot waarmee de PSD in 1866 van start ging.

Technische gegevens: schroefstoomboot Zeeland (1866)

Technische specificaties en capaciteit van de schroefstoomboot Zeeland (1866) (1866)

Algemeen
Bouwjaar 1866
IMO -
Brandmerk ?
Werf John Dudgeon, Londen
Bouwnummer ?
Afmetingen
Lengte 27,04 m
Breedte 4,5 m
Diepgang 2,1 m
Waterverplaatsing ? t
Maximumsnelheid ? kn
Dienstsnelheid ? kn
Capaciteit
Passagiers ?
Opp. rijdek ? m²
Eenheden -

Navigatie vlootpagina's

U bekijkt nu:

Schroefstoomboot Zeeland (1866)