Op deze pagina over de raderstoomboot Westerschelde:

Liever een raderboot (1904)

Sinds 1899 draaide de dienst op drie boten van vergelijkbare snelheid: de Walcheren (1887), de Zeeuwsch-Vlaanderen (1891) en de Zuid-Beveland (1899). Voor averij, drukte en veevervoer was een vierde schip nodig en de oude Zeelandia (1872) was daarvoor te versleten en met zijn 7½ mijl veel te langzaam in een dienst die op 12-mijlsboten was ingericht. Gedeputeerde Staten voerden de Zeelandia af, bestemden de Walcheren tot reserve en verzochten een nieuw schip te laten bouwen.

Over het type ontstond nog een opmerkelijke discussie. De Commissie van toezicht neigde naar een schroefstoomboot, maar daar wilden de Staten niets van weten: de schrik van de slingerende Zeeland uit 1866 zat er bijna veertig jaar later nog zo in, vooral bij de Statenleden uit Zeeuws-Vlaanderen, dat het besluit uitdrukkelijk van een raderboot moest spreken. Zo geschiedde: op 15 juli 1904 kwam er machtiging voor ‘eene nieuwe raderboot’ van ongeveer 130.000 gulden.

Gebouwd in Kinderdijk (1905)

Het contract werd op 24 februari 1905 getekend. J. en K. Smit’s scheepswerven in Kinderdijk bouwden het schip en de naburige Machinefabriek Kinderdijk de machine, een opdracht samen goed voor 129.485 gulden. Inclusief bijkomende kosten en adviezen kwam de Westerschelde op 134.393,93 gulden. Met 49 meter tussen de loodlijnen en 6,60 meter breedte werd het de grootste PSD-boot tot dan toe, met zes stalen schotten in de romp en een diepgang van slechts 1,95 meter, volledig uitgerust met 16 ton kolen en 7 ton zoet water.

Op het dek stond een doorlopende teakhouten hut met een rooksalon en een niet-rooksalon, voorzien van banken met kussens van zwart leerdoek en ronde teakhouten tafels. De hellende triple-expansiemachine leverde ruim 600 pk bij een zuinig kolenverbruik van 0,87 kilo per paardenkracht per uur en dreef Morgan-patentwielen aan met acht gebogen stalen borden per rad. Op de proeftocht moest het schip 13 mijl lopen. Op 18 december 1905 kwam de boot voor het eerst aan in Vlissingen en werd later die maand in dienst gesteld tussen Vlissingen en Breskens. Ook de dienst Vlissingen-Terneuzen werd door de raderstoomboot uitgevoerd.

Een stranding en de koningin aan boord (1907)

Het jaar 1907 bracht eerst een pijnlijk moment. Op 2 maart 1907 liep de Westerschelde ’s middags rond drie uur bij mist op de Middenplaat, dwars voor Ellewoutsdijk. Bij laag water lag het schip geheel droog. Pas op 6 maart, in de vroege ochtend, trok de Zeeuwsch-Vlaanderen (1891) de stoomboot weer los. Het eerherstel volgde nog datzelfde jaar: op 13 en 14 september 1907 deed de Westerschelde dienst als Koninklijk jacht bij het bezoek van koningin Wilhelmina aan Zeeland, met de koningin en prins Hendrik aan boord. Hartman, die als secretaris van de Commissie van toezicht zelf op het schip aan de koningin werd voorgesteld, vat het oordeel over de boot in zijn gedenkboek van 1928 samen: ‘Het schip is nog steeds in dienst en voldoet uitstekend.’

Verschillen met andere PSD-stomers

De Westerschelde was een ander, groter type raderstoomboot dan de PSD in de voorgaande jaren had gebouwd met het type Walcheren. De stoomboot Zuid-Beveland (1899) heeft enige gelijkenissen, omdat de achtersteven afwijkt van de Walcheren en de Zeeuwsch-Vlaanderen en meer lijkt op die van de Westerschelde en de Zeeland (1908), maar was toch een heel ander schip.

Na 1916 waren dit de enige drie overgebleven raderstoomboten in de PSD-vloot. De Zuid-Beveland kreeg de kleurstelling van de Westerschelde en Zeeland, wat het lastiger maakt de schepen uit elkaar te houden. Zo werd de romp helemaal zwart geschilderd en verdween het lofwerk op de boeg, iets wat achterwege was gelaten bij de nieuwere Westerschelde (1905) en Zeeland (1908). De Zuid-Beveland is onder meer te herkennen aan vier patrijspoorten direct onder het achterdek, iets wat de Westerschelde en Zeeland niet hadden omdat die plek daar diende als bergruimte.

Verschillen veerboten Westerschelde (1905), Zeeland (1908) en Zuid-Beveland (1899)

Invallen op de Oosterschelde (1927-1933)

Nadat vanaf 1927 op de veerdienst Vlissingen-Breskens kopladingsveerboten in dienst kwamen, werd de Westerschelde ook ingezet op de Oosterschelde-dienst. Tot ongenoegen van passagiers, blijkt uit ingezonden berichten in kranten van destijds: ‘De tweede klas-reizigers kunnen te midden van auto’s, fietsen, vrachtgoed enz. zich met een staanplaats vergenoegen, of in ’t vooronder (het z.g. hol) plaats nemen!’, schreef de Zierikzeesche Nieuwsbode in 1933.

Gelukkig voor de klagende passagier kwam in 1933 de moderne Ooster-Schelde in de vaart. De Westerschelde werd verkocht aan een werf uit Terneuzen. In 1935 werd de raderstoomboot via bemiddeling van een scheepsmakelaar verkocht aan P. J. Zwaan, eigenaar van een oliehandel in Oosterhout.

Bunkerschip in Born en Zaltbommel (1935-1988)

Nadat het schip in Hendrik-Ido-Ambacht van de machine, ketel en raderkasten was ontdaan, werd het door de N.V. Terneuzensche Scheepsbouw Mij omgebouwd tot oliebunkerschip. Daarna kwam het te liggen in de Berghaven van Born (Limburg), aan het toen nieuwe Julianakanaal.

Waar de veerboten in de oorlog in Zeeland bombardementen te verduren kregen, speelde het bunkerschip een andere rol: tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten er joden ondergedoken op het schip, die zo aan de Duitsers ontkwamen. PSDnet.nl publiceerde hierover artikelen op 7 februari en 12 april 2014.

Na de oorlog kwam de voormalige Westerschelde in Zaltbommel te liggen. In 1988 werd het bunkerschip daar overbodig doordat een nieuw schip in dienst werd genomen.

De Nederlander en Freya (1988-nu)

Het oog van twee ondernemers, W. & K. Key, viel op het casco van de raderstoomboot. Zij kochten het en verbouwden het tot salonboot; alleen de romp is dus nog origineel. Het schip werd tijdens een ceremonie door Willem Boot gedoopt en ging voortaan als De Nederlander door het leven, met tochtjes over de Maas vanuit Rotterdam. In 1999 werd het schip verkocht aan Insel- und Halligreederei Sven Paulsen. De oude Westerschelde heet tegenwoordig Freya en maakt rondvaarten op het Kielerkanaal en de Elbe. In 2005 werd de honderdste verjaardag van de raderstoomboot gevierd.

De Westerschelde is de oudste PSD-veerboot die nog ergens in de vaart is. In de machinekamer hangen als aandenken aan het PSD-verleden de Nederlandse en Zeeuwse vlag.

Foto’s Westerschelde / Freya

Bekijk alle foto’s van de Westerschelde / Freya.

Technische gegevens: raderstoomboot Westerschelde

Technische specificaties en capaciteit van de raderstoomboot Westerschelde (1905)

Algemeen
Bouwjaar 1905
IMO 8657031
Brandmerk 408 B Breda 1935
Werf J.&K. Smit, Kinderdijk
Bouwnummer 574
Afmetingen
Lengte 51,50 m
Breedte 6,60 m
Diepgang 3,30 m
Waterverplaatsing 150.562 t
Maximumsnelheid ? kn
Dienstsnelheid ? kn
Capaciteit
Passagiers ?
Opp. rijdek ? m²
Eenheden ?

Navigatie vlootpagina's

U bekijkt nu:

Raderstoomboot Westerschelde