Home>Vloot (+ fotopagina's)>Raderstoomboot Wester-Schelde (1867)

Raderstoomboot Wester-Schelde (1867)

819 woordenongeveer 4 min leestijd

De raderstoomboot Wester-Schelde (1867) was de eerste veerboot die de PSD zelf liet bouwen, bij Floris Kloos in Alblasserdam. Het houten schip was 32 jaar in dienst en werd in 1900 verkocht naar iemand uit Norddeich in Duitsland, maar het schip werd ook in Vlissingen nog gezien.

Zijaanzicht PSD Wester-Schelde (1867)

Op deze pagina over de raderstoomboot Wester-Schelde:

Hout of ijzer? De eerste nieuwbouw van de PSD (1867)

Voor hun eerste nieuwbouw stonden Gedeputeerde Staten voor een principiële keuze: hout of ijzer? Een commissie hoorde negen deskundigen. Kapitein Mommaas van De Schelde, drie steigerschuitschippers, de inspecteur van het loodswezen, de keurmeester van veerschepen en de hoofdingenieur van de Marine kozen allemaal voor hout. Twee gezagvoerders en scheepsbouwmeester F. Kloos uit Alblasserdam gaven de voorkeur aan ijzer. In maart 1867 hakten Gedeputeerde Staten de knoop door: het werd een houten schip, ‘ofschoon wel eenig verschil van gevoelen bleef bestaan’.

Zeven werven kregen een uitnodiging om in te schrijven en drie deden dat. De opdracht ging, opmerkelijk genoeg, naar de man die zelf liever een ijzeren schip had gebouwd: Floris Kloos in Alblasserdam, voor 21.900 gulden. Met toezicht en bijkomende kosten erbij kwam de boot op 23.935,76½ gulden. Het contract werd in april 1867 getekend, met een levertijd van vijfenhalve maand. Kloos maakte er vaart mee, geholpen door een premie van 25 gulden voor elke dag dat het schip vóór de afgesproken datum van 10 november klaar zou zijn. Op 24 oktober 1867 leverde hij de Wester-Schelde af in Vlissingen en streek hij de volle premie van 450 gulden op.

Trijp, mahonie en zestien patrijspoorten

Het bestek beschrijft een schip van 31,14 meter (110 voet) op de lastlijn, 5,10 meter breed en met een holte van 2,56 meter. Binnenin bleef de rangorde zichtbaar. De voorkajuit kreeg zitbanken van dennenhout zonder bekleding. In de grote kajuit liepen langs de scheepszijden banken met mahoniehouten poten, gevuld met stalen veren en paardenhaar en overtrokken met trijp. Verder schreef het bestek een inrichting voor de hofmeester voor, twee bestekamers met patentsecreten (toiletten) en zestien patrijspoorten ‘van solide kwaliteit’.

De machines en de inventaris kwamen uit de gezonken Stad Vlissingen No.1. Een snelheidseis ontbrak in het contract. Volgens een latere aantekening in de Statenstukken liep de boot 7½ mijl.

Een juichende Statenvergadering (1867-1887)

Gedeputeerde Staten stelden het schip direct in dienst, handig genoeg net vóór de Statenvergadering van november. Na alle misère met de slingerende Zeeland en de gezonken Stad Vlissingen No.1 sloeg de stemming volledig om: in de vergadering van 5 november 1867 kreeg het college van verschillende kanten hulde voor het nieuwe vaartuig, waarmee men ‘met onuitsprekelijk genoegen’ had kennisgemaakt. Eén spreker had aan zijn moedertaal niet genoeg en greep naar het Latijn: ‘Tandem causa bona triumphat’, uiteindelijk wint de goede zaak.

De Middelburgsche Courant van 7 november 1867 omschreef het schip als ‘Uitnemend wel ingericht, zeer gemakkelijk, snelvarend vaartuig, dat voldoet aan de vereischten voor den dienst op de Wester-Schelde’. Een overtocht van Vlissingen naar Terneuzen duurde met de nieuwe boot 1 uur en 10 minuten, weliswaar met tegenwind en buien.

Een nieuwe machine met bijwerkingen (1887)

De Wester-Schelde was een stevig schip, constateert H.J.G. Hartman in zijn gedenkboek over de stoombootdiensten. Toen het schip 20 jaar in de vaart was, liet de Provincie er nog voor 35.000 gulden een nieuwe machine in zetten door de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen. Het werd een triple compound stoommachine van 250 ipk, met een ketel van 13½ atmosfeer werkdruk en een kolenverbruik van hooguit 0,9 kilo per paardenkracht per uur.

Veel plezier beleefde de Provincie niet aan die modernisering. De nieuwe machine was hoger opgebouwd dan de oude, waardoor de stabiliteit van het schip verminderde. Om het evenwicht te herstellen kreeg de boot een zware ijzeren kiel en zware kimkielen. De stabiliteit kwam terug, maar dat ging ten koste van de snelheid.

Overbodig en verkocht aan een eigenaar uit Norddeich (1899-1900)

Na de komst van drie snelvaarders (de Walcheren, de Zeeuwsch-Vlaanderen van 1891 en de Zuid-Beveland) was de houten veteraan uit 1867 overbodig. In juli 1899 kregen Gedeputeerde Staten machtiging om het schip te verkopen. Een jaar later was het rond: de Wester-Schelde ging voor 4.500 gulden naar A. van Voordenne in Norddeich, Oost-Friesland (Duitsland). Die richtte de boot in als woonschip voor werklieden bij de uitvoering van werken. Zo heeft het schip later nog in Vlissingen gelegen, in de haven waar het 32 jaar de dienst onderhield. Hoe het daarna afliep, vermeldt Hartman niet.

Op onderstaande afbeeldingen is de Wester-Schelde te zien in Vlissingen, onder meer samen met de Zeelandia.

Technische gegevens: raderstoomboot Wester-Schelde (1867)

Technische specificaties en capaciteit van de raderstoomboot Wester-Schelde (1867) (1867)

Algemeen
Bouwjaar 1867
IMO -
Brandmerk ?
Werf Floris Kloos, Alblasserdam
Bouwnummer ?
Afmetingen
Lengte 31,14 m
Breedte 5,1 m
Diepgang 2,56 m
Waterverplaatsing ? t
Maximumsnelheid ? kn
Dienstsnelheid ? kn
Capaciteit
Passagiers ?
Opp. rijdek ? m²
Eenheden -

Navigatie vlootpagina's

U bekijkt nu:

Raderstoomboot Wester-Schelde (1867)