Home>Vloot (+ fotopagina's)>Raderstoomboot Stad Vlissingen No.1

Raderstoomboot Stad Vlissingen No.1

884 woordenongeveer 4 min leestijd

De raderstoomboot Stad Vlissingen No.1 (1842) was in maart 1866 de eerste veerboot die de PSD kocht. In december van dat jaar strandde het schip bij Borssele en zonk het. Machine en ketel kregen een tweede leven in de Wester-Schelde (1867).

Zijaanzicht PSD Stad Vlissingen (1842)

Op deze pagina over de raderstoomboot Stad Vlissingen No.1:

Van de Oosterschelde naar het veer Vlissingen-Breskens (1842-1866)

De Stad Vlissingen No.1 werd in 1842 gebouwd voor de Zeeuwsche Maatschappij van Stoomvaart, op de werf van de Commercie Compagnie in Middelburg waar veertien jaar eerder ook De Schelde van stapel was gelopen. De eerste jaren bracht de raderboot door op de Oosterschelde. In de koopakte uit 1866 staat die loopbaan samengevat: ‘dienst gedaan hebbende op de Ooster-Schelde, thans dienst doende op de Wester-Schelde’.

De overstap naar Vlissingen-Breskens verliep via Dirk Dronkers, die sinds 1854 de stoombootdienst op de Westerschelde in concessie had. Op 14 januari 1857 kocht hij de boot in openbare veiling in Middelburg voor 6.600 gulden van de Zeeuwsche Maatschappij van Stoomvaart. Daarna zette hij het schip naast De Schelde (1828) in.

Het schilderij De Wedstrijd van Johan Frederik Schütz uit 1847 toont de drukte op de Westerschelde voor Vlissingen: het vaargebied waar de Stad Vlissingen No.1 vanaf eind jaren 1850 zijn werk deed.

De Wedstrijd: schilderij van Johan Frederik Schütz

De eerste aankoop van de jonge PSD (maart 1866)

Toen de Staten op 1 maart 1866 besloten de veerdienst voortaan zelf te exploiteren, moest binnen een maand een eigen vloot gemobiliseerd worden. Dronkers had zijn schepen al te koop aangeboden en vroeg voor de Stad Vlissingen No.1 13.000 gulden. Gedeputeerde Staten kochten alleen deze boot en lieten de oudere De Schelde lopen, die wel nog gehuurd werd. Op 22 maart 1866 passeerde de akte bij notaris Th. van Uye Pieterse in Vlissingen. De koopprijs bedroeg 8.000 gulden, fors onder de vraagprijs.

De koopakte beschrijft het schip nauwkeurig: 20,98 meter lang, 4,32 meter wijd en een holte van 1,68 meter, groot 152 ton en voortbewogen door twee lagedrukmachines van elk 25, samen 50 paardenkrachten. Bij die holte schrijft H.J.G. Hartman in zijn gedenkboek over de stoombootdiensten: zij geeft ‘voldoende aanwijzing voor de onderstelling, dat het wel moeilijk zal geweest zijn, om in de kajuit rechtop te staan’.

Het begin werd meteen zwaar. Van april tot en met juni 1866 onderhield de Stad Vlissingen No.1 in zijn eentje de complete dienst, van Breskens en Vlissingen tot verder de Westerschelde op. In juli kwam de nieuwe, in Londen gebouwde Zeeland erbij, maar dat schip werd een groot fiasco, toch op z’n minst in de publieke opinie van destijds.

Een opknapbeurt duurder dan het schip (zomer 1866)

De Stad Vlissingen uit 1842 was hard aan onderhoud toe. Op 25 juli 1866 vertrok de raderboot naar de fabriek van Evrard, Van Duyl en Cie in Delfshaven bij Rotterdam voor herstel van schip en machines en de inbouw van een nieuwe stoomketel. De rekening loog er niet om: 20.494,80 gulden, ruim tweeënhalf keer de koopsom van het schip zelf. Met de bijkomende kosten erbij kwam de Stad Vlissingen No.1 de Provincie in totaal op 29.030,31½ gulden te staan.

Tijdens de drie maanden in Delfshaven hielden de gehuurde De Schelde en de nieuwe Zeeland (1866) de dienst gaande. Op 25 oktober 1866 keerde ‘de Stad’ terug. Bij de proefreis voldeed het schip uitstekend en kwam het direct weer in de vaart.

Gestrand en gezonken bij Borssele (21 december 1866)

Lang heeft de Provincie geen plezier van de opgeknapte boot gehad. Op 21 december 1866, op de reis van Vlissingen naar Neuzen, liep de Stad Vlissingen No.1 door opkomende mist op de wal bij Borssele. Het schip zonk. Met veel inspanning werd het wrak gelicht en naar Vlissingen gebracht, een klus die volgens een bewaard gebleven rekening 10.440,21½ gulden kostte. Deskundigen oordeelden dat het niet raadzaam was nog grote sommen aan het schip te besteden.

Pijnlijk detail: de vloot was niet verzekerd en dat bleef zo. Toen twee Statenleden op 7 maart 1867 voorstelden om ‘de booten te verzekeren’, verwierp de vergadering dat voorstel met 26 tegen 4 stemmen. Hartman noemt die uitslag ‘des te merkwaardiger’, omdat de Stad Vlissingen No.1 kort tevoren gestrand was.

Machine en ketel leven door in de Wester-Schelde (1867)

Diezelfde dag, 7 maart 1867, besloten de Staten hoe het verder moest. In Alblasserdam werd een nieuwe boot besteld waarin de nog nieuwe machines en de ketel van de Stad Vlissingen No.1 zouden worden overgeplaatst. De romp werd afgestaan aan de leverancier van het nieuwe schip. Hartman vat het slot samen: ‘Daarmede was de Stad Vlissingen no. 1 van het tooneel verdwenen.’ De nieuwe boot kwam eind oktober 1867 in de vaart als de Wester-Schelde.

Lees ook: De geschiedenis van de raderstoomboot Wester-Schelde (1867), waarin machine en ketel van de Stad Vlissingen No.1 een tweede leven kregen.

Technische gegevens: raderstoomboot Stad Vlissingen No.1

Technische specificaties en capaciteit van de raderstoomboot Stad Vlissingen No.1 (1842)

Algemeen
Bouwjaar 1842
IMO -
Brandmerk ?
Werf Commercie Compagnie, Middelburg
Bouwnummer ?
Afmetingen
Lengte 20,98 m
Breedte 4,32 m
Diepgang 1,68 m
Waterverplaatsing ? t
Maximumsnelheid ? kn
Dienstsnelheid ? kn
Capaciteit
Passagiers ?
Opp. rijdek ? m²
Eenheden -

Navigatie vlootpagina's

U bekijkt nu:

Raderstoomboot Stad Vlissingen No.1