Overzicht PSD-veerdiensten
Nieuwe veerhavens in oorlogstijd (1940-1943)
Het oostelijke veer over de Westerschelde is ouder dan de veerhavens van Kruiningen en Perkpolder doen vermoeden. Van 1866 tot in de oorlogsjaren voer de dienst een paar kilometer stroomopwaarts, tussen de zijladingssteigers van Hansweert en Walsoorden. Op 6 augustus 1940 meerde de eerste veerboot uit Hansweert af in de gloednieuwe veerhaven van Perkpolder, voortaan in plaats van Walsoorden. Grote feestelijkheden bleven door de oorlog uit, al zette de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij een extra tram in en zat de eerste boot vol ‘officieele personen’, schreef dagblad Het Vaderland een dag later. Als aansluiting op de nieuwe haven legde de staat 2.500 meter tramlijn aan tot Kloosterzande. In de eerste oorlogsjaren diende de ruime haven ook als ligplaats voor een deel van de gehavende PSD-vloot: de Ooster-Schelde en de Prins Willem I lagen er opgelegd tot het voorjaar van 1943.

Drie jaar bleef gevaren worden vanuit Hansweert. Op 1 mei 1943 kwam ook de veerhaven van Kruiningen gereed, in de Zeeuwse pers een ‘inloophaven voor ferrybooten’ gedoopt: een aanlegplaats buiten de bebouwde kom, volledig ingericht op het wegverkeer. Daarmee kreeg de veerdienst Kruiningen-Perkpolder zijn definitieve naam en vorm. Veilig was het varen allerminst. Op vrijdagmorgen 17 september 1943 werd de veerboot tussen Kruiningen en Perkpolder door Britse vliegtuigen onder vuur genomen, waarbij volgens krantenberichten ‘eenige gewonden en dooden’ vielen.





Verwoest in de Rampnacht (1953)
Amper tien jaar na de opening ging de veerhaven van Kruiningen vrijwel volledig verloren. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 hield de bemanning van de Prins Hendrik het schip de hele nacht met draaiende motoren en extra trossen in de fuik. De stoompont Willemsdorp sloeg los en dreef door het dijkgat de ondergelopen polder in. Ook Taveerne Waterloo en het veerhuis werden weggevaagd.
Het herstel duurde ruim een jaar, waarin het verkeer moest omrijden via Terneuzen-Hoedekenskerke of Vlissingen-Breskens. Op 1 mei 1954 heropende minister Algera de haven en kon de dienst naar Perkpolder worden hervat. Hoe het veer die jaren doorkwam, staat in Kruiningen in de jaren 1943-1953.
Verlengde veerboten en een geleende brug (1954-1967)
Na de wederopbouw explodeerde het autoverkeer. Kruiningen-Perkpolder profiteerde van de vernieuwing van het westelijke veer: door de komst van de Prinsessenboten kwamen de Prins Bernhard en de Koningin Juliana vrij voor het oostelijke veer. Verschillende veerboten werden verlengd om capaciteit te winnen, maar plannen voor een eigen nieuwe veerboot sneuvelden telkens: tot de Zeeuwse politiek koos om het hele veer in één keer op de schop te nemen.
De overbrugingsperiode vergde improvisatie. Uit de haven van Anna Jacobapolder haalde Rijkswaterstaat een afgedankte RTM-aanlegbrug uit 1948, die bij De Schelde ‘gerepareerd en pasklaar gemaakt voor montage in de veerhaven te Kruiningen’ werd, aldus Eilanden Nieuws van 19 november 1965. De geadopteerde brug bewees zich snel: toen de Koningin Juliana op 3 december 1966 de fuik van Kruiningen ramde en onbruikbaar maakte, hielden zijladers als de Koningin Emma en de Noord-Beveland de dienst dagenlang gaande.




Prinses Christina: de eerste Nederlandse dubbeldekker (1968)
Voor de grote sprong koos de PSD een concept dat Nederland nog niet kende: een veerboot met twee rijdekken boven elkaar. Vijf scheepswerven dongen in 1966 mee naar de bouw van de eerste Nederlandse dubbeldeksveerboot. De raming bedroeg 18,5 miljoen gulden, maar bij de opening van de inschrijvingen op 9 mei 1966 bleek de laagste bieding ruim 20,7 miljoen. Na onderhandelingen ging de opdracht naar scheepswerf De Merwede in Hardinxveld-Giessendam.
Op 4 juni 1968 nam de Prinses Christina de nieuwe dubbeldeksfuiken van Kruiningen en Perkpolder in gebruik. Voortaan reden auto’s over twee boven elkaar gelegen rijbanen aan en van boord van een dubbeldeksveerboot. De schepen hielden bewust dezelfde breedte en fuikvorm als de Prinsessenboten van Vlissingen-Breskens, zodat de vloot onderling uitwisselbaar bleef.
Prins Willem-Alexander en de NAVO-kade (1970)
Kort na de overdracht van de Christina tekende de Provincie op 17 mei 1968 het contract voor een tweede dubbeldekker van 20,2 miljoen gulden. Op 11 maart 1970 werd de Prins Willem-Alexander overgedragen en was de modernisering compleet. De Prins Hendrik en de Dordrecht werden overbodig; de Prins Bernhard en de Koningin Juliana bleven in drukke tijden bijspringen vanaf de oude kleine fuiken uit de jaren 40.
Twee dubbeldekkers brachten een nieuw probleem: waar meert zo’n schip van 113,60 meter af als maar één boot de dienst vaart? De oplossing werd de NAVO-kade, een betonnen kade van 333 meter met een dubbelrol. In geval van een Sovjetinvasie moesten er geallieerde landingsschepen kunnen afmeren, tot die tijd lagen er PSD-veerboten.


Nationale faam via de verkeersberichten (1970-2003)
De dubbeldekkers konden het aanbod jarenlang moeiteloos aan. Halverwege de jaren 80 werden de Bernhard en de Juliana verkocht; bij drukte sprong voortaan een Prinsessenboot van het westelijke veer bij. Landelijk werden Kruiningen en Perkpolder intussen een begrip, want de wachttijden op het veer haalden standaard de verkeersberichten op de radio. Hoe die faam voelde, staat in 15 jaar zonder PSD (2018).
Toen in de jaren 90 de laatste enkeldekkers uit de vloot verdwenen, schoven de dubbeldekkers door. Na de komst van de Prins Johan Friso (1997) werd de Prinses Christina (1968) reserveboot en kwam de Prinses Juliana (1986) naar het oostelijke veer. Samen met de Prins Willem-Alexander onderhield dit schip de dienst tot het einde.
De dienstregelingen van het veer
Het oostelijke veer kreeg elk seizoen dezelfde folder als Vlissingen-Breskens, op hetzelfde gekleurde papier en met een eigen tabel erin. Hieronder de laatste vier van Kruiningen-Perkpolder, van de winterdienst van 2002-2003 terug tot mei 1997. De voorkant van 1999 draagt de Prins Willem-Alexander, de eerste scheepsfoto op een folder van dit veer.
-
2002-2003 Kruiningen-Perkpolder
Provinciale
Stoombootdiensten
in ZeelandDienstregeling
Kruiningen-Perkpolder
15 december 2002 tot en met 14 maart 2003
Met ingang van 15 maart 2003 worden de Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland opgeheven.
-
1999-2000 Kruiningen-Perkpolder
Provinciale
Stoombootdiensten
in ZeelandDienstregeling
Kruiningen-Perkpolder
30 mei 1999 tot en met 27 mei 2000
…… tot en met de
laatste klant veilig
naar de overkant ! -
1998-1999 Kruiningen-Perkpolder
Dienstregeling
Kruiningen-Perkpolder
2 juni 1998 tot en met 29 mei 1999
-
1997-1998 Kruiningen-Perkpolder
Dienstregeling
Kruiningen-Perkpolder
1 mei 1997 tot en met 23 mei 1998
Tot en met de laatste klant veilig naar de overkant
Na zestig jaar maakte de Westerscheldetunnel het veer Kruiningen-Perkpolder overbodig. Op vrijdag 14 maart 2003 vertrokken ’s avonds laat (23.30u) de laatste auto’s aan boord van de Prinses Juliana vanuit Perkpolder naar Kruiningen:

Op 15 maart 2003 volgde een afscheidsdag voor passagiers; auto’s moesten toen al door de Westerscheldetunnel. Op zondag 16 maart vertrokken de twee Kruiningse veerboten naar Vlissingen, waarbij de Prins Willem-Alexander in Kruiningen voor de laatste keer auto’s meenam: die van PSD-medewerkers, om ze in Vlissingen weer te lossen. Het verslag van die bijzondere slotvaart staat in Kruiningen-Vlissingen, 16 maart 2003.
Sporen van het veer (2003-nu)
In Kruiningen verdween de haven in etappes: de aanleginrichtingen werden in 2006 en 2008 gesloopt en op het veerplein staat tegenwoordig een woonwijk. Onderdelen kregen een tweede leven. De fietsbrug van de dubbeldeksbrug verhuisde naar Hansweert als aanlegbrug voor het nieuwe voetveer, compleet met de kenmerkende rode PSD-hekwerken. Houten meerpalen uit de fuik werden een vlonderbrug in een natuurgebied bij Waalwijk.
Perkpolder bleef verrassend origineel. Een deel van de gebouwen stamt nog uit 1940 en er is ook nog een heel klein stukje veerplein te zien, net als een stukje busstation. Beiden nog overblijfselen van het veerplein van voordat de dubbeldeksveerboten kwamen. PSDnet.nl maakte in 2025 een rondgang over dit stukje origineel PSD-erfgoed: Een postzegeltje Perkpolder.
Van 2005 tot 2025 voer bovendien in de zomermaanden een fiets-voetveer tussen Hansweert en Perkpolder, over precies het traject dat de PSD tussen 1940 en 1943 bediende. Rond de voormalige veerhaven werd nieuwe (buitendijkse) natuur aangelegd en men bouwt aan nieuw dorp: Waterzande.



