Overzicht PSD-veerdiensten
Twee veerrechten over 200 meter (tot 1913)
Tussen de aanlegsteigers van Kortgene en Wolphaartsdijk ligt maar zo’n 200 meter water: veruit de kortste oversteek van alle PSD-veerdiensten. Eeuwenlang gebeurde het overzetten met een hoogaars. Moest vee mee naar de overkant, dan bond men de dieren achter de boot en zwommen ze mee, zo gaan de verhalen in de streek.
Bijzonder genoeg rustten op dat smalle water twee aparte veerrechten, één voor elke oever, in handen van de ambachtsheerlijkheden van Kortgene en Wolphaartsdijk. In 1912 kocht de Provincie het Wolphaartsdijkse recht voor 9.000 gulden en huurde het Kortgeense voor 450 gulden per jaar, valt te lezen in het gedenkboek van Hartman. Vanaf 1 januari 1913 voer het veer onder provinciale vlag, al bleef de dagelijkse dienst in handen van de veerschippers: die beschikten over een hoogaars, een zeilboot en twee roeiboten. Ze kregen salaris van de PSD en droegen de inkomsten af. De spoorboot van Middelburg op Zierikzee deed Kortgene in die jaren ook aan. Op 14 mei 1923 verving de PSD dat boottraject door een autobus tussen Middelburg en het Wolphaartsdijkse veer.
Zuidvliet: het eerste motorschip van de PSD (1914)
Voor de oversteek kwam in 1914 een nieuw veerbootje in de vaart: de Zuidvliet, gebouwd bij D. Boot in Alphen aan den Rijn. Met 20,13 meter was het schip bescheiden, maar voor de PSD betekende het een mijlpaal: het allereerste motorschip in een vloot die verder volledig op stoom voer en voornamelijk uit raderstoomboten bestond. De tweecilinder Deutz-motor leverde 30 pk en aan boord pasten 75 passagiers, al schoot het dek voor auto’s al snel tekort.
Zandkreek: ‘een rijdek waarop heel Noord-Beveland dansen kon’ (1926)
Voor de groeiende stroom voertuigen besteedde de Provincie in september 1925 een echte autoveerboot aan bij de firma Boele in Bolnes: de zijlader Zandkreek, ontworpen door ingenieursbureau M.A. Cornelissen, dat ook de Schouwen en de Koningin Emma tekende. Het schip werd 30 meter lang met een diepgang van slechts 1,5 meter, precies goed voor het ondiepe water op de Zandkreek. Op de proefvaart van 29 juni 1926 haalde de veerboot 18 kilometer per uur en eind december 1926 begon de dienst. De krant noteerde dat het schip ‘een rijdek waarop heel Noord-Beveland dansen kon’ had.
De motorhoogaars die het veer tot dan toe deed, kreeg een tweede carrière in Zierikzee: bij laag water bracht die passagiers van de veerboot naar aanlegplaats ’t Luitje. De andere hoogaars belandde via omzwervingen in de jaren 80 in het scheepvaartmuseum van Baasrode in België.
Goedkoop was het veer intussen niet. Over de autotarieven werd in de kranten stevig geklaagd:
“Is het u bekend, dat men momenteel voor een Ford-auto van Wolphaartsdijk naar Kortgene f1.50 betaalt, en dat diezelfde wagen op het veer naar Neuzen 20cts. minder kost, terwijl de afstand meer dan 50 maal grooter is?” De Zeeuw, 23.07.1929
Bijna een brug (1940)
In de jaren 30 klonk steeds vaker de roep om een brug naar Noord-Beveland. De Provincie kocht op 1 januari 1940 ook het Kortgeense veerrecht. Op 8 mei 1940 werd de bouw van de brug daadwerkelijk aanbesteed. Twee dagen later viel Nazi-Duitsland Nederland binnen en van de bouw kwam niets meer terecht. Zo bleef de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk voor auto’s de enige verbinding tussen het eiland Noord-Beveland en de rest van het land. Na de oorlog lagen de prioriteiten van de wederopbouw elders en verdween de brug in de la.




Noord-Beveland: de laatste PSD-zijlader (1951-1952)
Ondanks een verlenging van de Zandkreek in 1948 kon het schip het naoorlogse verkeer niet meer aan. Op dinsdag 2 oktober 1951 trokken de Provinciale Staten daarom 410.000 gulden uit voor een nieuwe veerboot, al benadrukten ze dat het schip geen definitieve oplossing mocht zijn: het eiland Noord-Beveland verlangde een vaste oeververbinding. Statenlid Van Oorschot noemde de boot ‘een soort voorschot’ op die verbinding. De Provinciale Zeeuwse Courant vatte de zitting samen met de kop ‘Nieuwe boot is thans het enig mogelijke’.
Zo bouwde Bijker’s Aannemingsbedrijf in Gorinchem de Noord-Beveland, de allerlaatste zijlader die de PSD liet bouwen. Bij de tewaterlating op 14 juni 1952 kreeg de doopvrouw het zilveren bijltje waarmee ze de kabel had doorgehakt. De wens voor een lang scheepsleven corrigeerde Commissaris De Casembroot: de Noord-Bevelanders hoopten juist op een kórt leven voor het schip, want zij wilden die brug. Op 20 december 1952 maakte de zijlader de eerste overtocht, waarbij De Casembroot op beide oevers de driekleur hees boven de gloednieuwe aanlegplaatsen. De Zandkreek werd reserveboot.
Files en de ‘Spoetnik’ (jaren 50)
Het verkeer bleef groeien. Op topdagen in 1957 passeerden 400 auto’s en 200 vrachtwagens het veer, met wachtrijen tot 40 vrachtauto’s. Zelfs een gehuurd gevaarte van twee aan elkaar gekoppelde binnenschepen, in de volksmond de ‘Spoetnik’, moest bijspringen.
De winter kon het veer ook stilleggen. Toen kruiend ijs de Zandkreek in februari 1956 wekenlang onbevaarbaar maakte voor de zijladers, vormde het oude veerbootje Zuidvliet de enige verbinding tussen Noord-Beveland en de rest van Zeeland via het veer Veere-Kamperland Het maakte twaalf reizen per dag, vijf keer zoveel als normaal, telkens volgeladen met passagiers, fietsen, vracht en levensmiddelen.
De Zandkreekdam maakt het veer overbodig (1960)
Een brug over de Zandkreek werd ingehaald door de Deltawerken die verschillende zeearmen en vaargeulen in z’n geheel afsloot. Als eerste voltooide Zeeuwse werk van het Deltaplan sloot de Zandkreekdam het water tussen Noord- en Zuid-Beveland af. Op 1 oktober 1960 ging de dam (tegenwoordig de N256) open voor het verkeer en werd de veerdienst opgeheven: het eerste PSD-veer dat door de Deltawerken verdween. Een jaar later volgde de dienst Veere-Kamperland.
De allereerste oversteek over de dam was twee weken eerder trouwens al voor de veerboot zelf. Op vrijdagmiddag 16 september 1960 reed een ‘namaak’-Noord-Beveland over de Zandkreekdam: een praalwagen van de gemeente Wissenkerke, gebouwd voor het Zeeuwse Fruitcorso in Goes, die het ‘eiland-af-zijn’ van Noord-Beveland symboliseerde. De echte Noord-Beveland, nog geen acht jaar oud, verhuisde naar Kats-Zierikzee als reserveboot. De Zandkreek werd in 1961 voor 37.500 gulden verkocht aan aannemer Van Oord.
Sporen van het veer (1960-nu)
Aan beide oevers van de oude oversteek liggen tegenwoordig jachthavens; de huidige steiger van Wolphaartsdijk is niet meer de originele PSD-steiger. De schepen zijn verrassend goed terug te vinden. De Zuidvliet uit 1914 ligt gerestaureerd in de Museumhaven Zeeland in Zierikzee en is vanaf de kade te bezichtigen. En de Zandkreek, waarvan iedereen aannam dat het schip in 1972 was gesloopt, blijkt nog te bestaan: PSDnet.nl ontdekte het schip in de zomer van 2024. Het hele verhaal staat in De ontdekking van de Zandkreek. Ook de Koningin Emma is bewaard gebleven en ligt in Vlissingen, waar open dagen op het schip georganiseerd worden.