Overzicht PSD-veerdiensten
Streekvervoer op de Bovenschelde (1866-1879)
In april 1866, toen de Provincie de stoomboten op de Westerschelde in eigen hand nam, voer de boot nog niet tot voorbij Hansweert. Pas op 1 oktober 1866 werd de vaart uitgestrekt tot Walsoorden: drie dagen in de week één keer, vanaf november nog maar twee dagen. Het was het topje van een lange lijn die bij Breskens begon en via Vlissingen, Neuzen en Hoedekenskerke de rivier op ging. Op de noordoever lag de aanlegplaats van Hansweert bij de monding van het kanaal door Zuid-Beveland, aan de overkant kwam in 1872 een steigerdam gereed in Walsoorden, waartoe de Staten op 26 juli 1871 hadden besloten.
Dat de ‘Bovenschelde’ het ondergeschoven kind was, laten de cijfers zien. In het eerste jaar telde het veer 168 passagiers, in 1871 waren dat er 1.067, terwijl tussen Vlissingen en Breskens datzelfde jaar bijna 19.000 mensen overstaken. Wie hier de boot nam, ging naar de markt, naar het werk of met vee op pad. Een oude ansichtkaart van de steiger van Walsoorden toont drie boeren die met hun varkens aan boord gaan.
Klachten kwamen er van meet af aan. In 1869 klaagden de Staten dat de dienst Walzoorden-Hansweert ‘niet beantwoordt aan het beoogde doel’ en werd overleg aanbevolen met de directie van de Telegraafbooten, die dagelijks in Walsoorden en Hansweert aanlegden. Het rapport van de Commissie van toezicht van 22 september 1871 noemde het ronduit onmogelijk om met de beschikbare schepen de dienst behoorlijk uit te voeren. Tegen het eind van de jaren 70 was het veer vrijwel doodgebloed: ‘Er werd toch in den laatsten tijd door de provinciale booten tusschen Walzoorden en Hansweert slechts tweemaal in de week gevaren’, noteert Hartman in het gedenkboek van 1928. In 1879 kwam de teller op 669 passagiers.




Vijfentwintig jaar in particuliere handen (1879-1904)
De oplossing kwam van Statenlid Van Waesberghe Janssens: geef het subsidiegeld aan een ondernemer die dagelijks tussen Walsoorden en Vlake wil varen en hef de provinciale dienst op de oostelijke Westerschelde op. Op 4 juli 1879 namen de Staten dat voorstel aan met 36 stemmen tegen één, goed voor 11.000 gulden per jaar gedurende vier jaar. Het subsidie ging naar Jan Smit V en de zijnen. Op 1 september 1879 begon de nieuwe dienst, met afvaarten van Vlake naar Walsoorden en terug.
Het grootste obstakel lag halverwege: de sluis van Hansweert. Wie door wilde naar Vlake moest schutten en dat lukte lang niet altijd op tijd, want bij Vlake ging de spoorbrug dicht zodra er een trein aankwam. Een aanlegsteiger ten zuiden van die brug werd daarom nodig geacht, waarvoor de Staten op 10 juli 1880 600 gulden bijdroegen. Het hielp maar half. Het scheepvaartverkeer op het kanaal groeide zo hard dat de boot soms een uur of langer moest wachten voordat de sluisdeuren opengingen. Bij de verlenging van het subsidie op 10 november 1882 stelden de Staten daarom een voorwaarde: de ondernemers moesten passagiers en bagage gratis tussen Hansweert en Vlake vervoeren met ‘een goed ingerichten omnibus voor 12 personen, in twee afdeelingen voor 1e en 2e klasse verdeeld en getrokken door twee paarden’.
Onder de particuliere vlag ging het veer wel vooruit. Van 669 passagiers in 1879 klom het vervoer naar 5.786 in 1880, 14.194 in 1900 en 21.342 in 1904. De stoomtram van Hulst naar Walsoorden bracht zoveel reizigers op de been dat tussen Hansweert en Vlake met twee wagens gereden moest worden in plaats van één. Het subsidie liep mee: 15.000 gulden vanaf 1883, 10.000 vanaf 1893, 11.500 vanaf 1896 en 13.100 over 1904, dat laatste jaar met 1.600 gulden verhoogd voor die tweede wagen.
De Provincie neemt de lijn terug (1904-1905)
Toen de overeenkomst met Smit V, Diepeveen en Van der Bent eind 1904 afliep, praatten Gedeputeerde Staten met de ondernemers over een nieuw subsidie en over een betere of een nieuwe stoomboot. Die gesprekken liepen vast. Op 3 juni 1904 rapporteerden Gedeputeerde Staten aan de Staten: ‘Na ernstige overweging meenen wij, dat het wenschelijk is, de exploitatie van den stoombootdienst met 1 Januari 1905 voor rekening van de Provincie te nemen. Het verkeer per stoomboot op de geheele Wester-Schelde zal alsdan in ééne hand komen.’ Op 15 juli 1904 namen de Staten dat met algemene stemmen aan. Vanaf 1 januari 1905 voer de PSD vier keer per dag.
Hetzelfde besluit machtigde Gedeputeerde Staten om er een stoomboot voor te laten bouwen. Het contract ging op 2 september 1904 naar de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij in Leiden voor 49.700 gulden. Met alle bijkomende kosten erbij kwam de Walzoorden uit op 53.593,55½ gulden. Op zaterdag 4 maart 1905 liep het schip in Leiden van stapel en op 1 juni 1905 kwam het in de vaart tussen Hansweert en het dorp waarnaar het vernoemd was. Zoet water innemen kon alleen achter de sluis van Hansweert en dat schutten kostte zoveel tijd dat de Walzoorden een ontziltingsinstallatie aan boord kreeg, om het drinkwater voortaan zelf te maken.
Ook de wal ging over. De ondernemers hadden in de buitenhaven van Hansweert een drijvende ponton met toegangsbrug laten bouwen en die nam de Provincie in 1905 over voor de helft van de geschatte waarde: 1.730,38 gulden. Herstel kostte nog 579,63½ gulden, een paar beveiligingsdukdalven 3.355,62½ gulden en een plateau op de havendijk met open kolenbergplaats, kantoor en bergplaats 5.518,45 gulden. Voor 949 gulden kwam er in Hansweert en Walsoorden een installatie waarmee de aanlegplaatsen vanaf de schepen elektrisch verlicht konden worden.
Een paardentram die een stoomtram werd (1904-1913)
Bij het overnemen van het veer hoorde een tweede belofte: een paardentramweg van Hansweert naar station Vlake, als opvolger van de omnibus. Nauwelijks was dat besloten of de twijfel sloeg toe. De Commissie van toezicht onderzocht wat er verder op de markt was, van de auto-omnibus en de Renard-trein tot de petroleumlocomotief, de motrice-Decauville en de benzinemotor van Deutz. De voorkeur ging al snel uit naar vervoer op rails. Op 19 november 1909 trokken de Staten het besluit over de paardentram weer in en in 1910 sneuvelde ook de petroleumlocomotief, die niet de zekerheid bood dat de dienst altijd zou rijden. Het werden gewone stoomlocomotieven.
Op 2 juni 1913 opende de stoomtramlijn Hansweert-Vlake. Die voldeed uitstekend, schrijft Hartman: ‘De door sommigen geuite vrees, dat bij hevigen wind de geheele trein van den dijk zoude waaien, is niet in vervulling gegaan.’ Vooral in het begin van de Eerste Wereldoorlog, toen duizenden vluchtelingen in Hansweert aan wal werden gezet, bewees de tram goede diensten. Boot en tram groeiden samen mee: het veer telde 35.175 passagiers in 1913 en 122.037 in 1915, terwijl de tram in dat oorlogsjaar 90.531 reizigers vervoerde. Ook de dienstregeling dijde uit, van vier afvaarten per dag in 1905 naar zeven op weekdagen in mei 1928, met drie op zondag na klachten uit het vijfde district over de zondagsdienst.



Een dam voor twee tramlijnen (1916)
De steiger van Walsoorden had het zwaar te verduren, want anders dan die van Borssele en Hoedekenskerke werd deze ook door andere schepen dan de veerboten gebruikt. In 1916 was het bouwwerk versleten. Gedeputeerde Staten stelden voor de aanlegplaats met drie naast elkaar liggende, volledig gescheiden bruggen aan de steigerdam te verbinden en die dam te verbreden, zodat de sporen van de Stoomtrammaatschappij Hulst-Walzoorden én van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramwegmaatschappij erop pasten. Op 8 december 1916 gingen de Staten akkoord. Een eigen gebouw kreeg de PSD er nooit: de agent hield kantoor in zijn woning vlakbij en de reizigers waren aangewezen op het Veerhuis naast de steiger.
Te klein voor een druk veer: de Schouwen lost af (1921)
De Walzoorden voldeed niet lang. Het schip haalde 9 mijl in plaats van de bedongen 11 en voor de drukte bij Walsoorden was de boot bovendien aan de kleine kant. Op 9 juli 1921 nam de grotere stoomboot Schouwen (1912) de dienst over, in de woorden van het gedenkboek ter vervanging van de te klein gebleken Walzoorden. Het kleine schip ging als reserveboot verder op de Oosterschelde.
Hansweert houdt één veerdienst over (1930)
Op 15 mei 1930 verviel de aanloop op Hansweert bij de lijn Terneuzen-Hoedekenskerke. Daarmee hield het dorp nog één veerdienst over: die naar de overkant bij Walsoorden.
Een koningin aan boord (1937)
Op maandag 6 september 1937 kreeg de lijn hoog bezoek. De zijlader Prins Willem I bracht koningin Wilhelmina van Hansweert naar Walsoorden en zette de reis later die dag voort naar Vlissingen. Voor een veer dat vooral boeren, marktgangers en vee vervoerde, was zo’n overtocht een uitzondering.
Een koplader zonder fuik (1932-1940)
Voor het groeiende autovervoer bestelde de Provincie begin jaren 30 een derde kopladingsveerboot, bestemd voor Hansweert-Walsoorden en als reserveboot voor Vlissingen-Breskens. Op 20 juni 1932 doopte prins Hendrik het schip bij werf De Schelde in Vlissingen, als enige man die in de PSD-geschiedenis een veerboot ten doop hield. Op 20 september 1932 werd de Prins Hendrik overgedragen.
De fuiken waarvoor het schip gebouwd was, bestonden alleen nog niet. Hansweert en Walsoorden hadden zijladingssteigers en dus kreeg de Prins Hendrik ook deuren in de flanken. Jarenlang laadde de nieuwste veerboot van de vloot zijn auto’s over de zijkant, terwijl de boegklep dicht bleef. Het schip was besteld op de groei: de nieuwe veerhavens lagen al op de tekentafel.
De Hendrik was bovendien niet altijd beschikbaar. Bij zomerdrukte sprong de Prins Hendrik bij op Vlissingen-Breskens en nam een kleiner schip het oostelijke veer over. De Middelburgsche Courant vatte dat op 6 juni 1939 zo samen: ‘Een schip met zijlading vaart dan op de lijn Hansweert-Walsoorden.’ Toen de Hendrik eind november 1933 machineschade opliep, nam de gloednieuwe zijlader Koningin Emma op 1 december de overtocht over. Ook de eerste PSD-koplader, de Koningin Wilhelmina, kwam er in de jaren 30 weleens langs.




Het besluit tot verplaatsing (1933-1940)
Uitbreiden op de oude plek kon niet. In Hansweert lag de steiger klem tussen de kanaalmond en de bebouwing en in Walsoorden deelde de PSD de dam met het vrachtvervoer en twee tramlijnen. De Provincie koos daarom voor de radicale variant: het hele veer verhuizen naar twee nieuw aan te leggen havens buiten de dorpen, bij Kruiningen en Perkpolder. Daar was ruimte voor uitbreiding en daar konden kopladingsfuiken worden gebouwd.
In Hansweert viel dat plan slecht. Het dorp kwam in 1933 bijeen in een protestvergadering, waar de vraag op tafel lag of het miljoen gulden niet op een andere manier aan Zeeuws-Vlaanderen besteed kon worden. Het mocht niet baten.

Perkpolder en Kruiningen nemen het over (1940-1943)
Op 6 augustus 1940 meerde de eerste veerboot uit Hansweert af in de nieuwe haven van Perkpolder. Walsoorden verdween daarmee uit de dienstregeling, midden in de oorlog en zonder de feestelijkheden die bij zo’n verhuizing hoorden. De lijn heette voortaan Hansweert-Perkpolder, want op de noordoever was de haven van Kruiningen nog niet klaar.
Bijna drie jaar hield die tussenoplossing stand. Tijdens de bezetting oefende vooral de veerboot Koningin Wilhelmina de dienst uit, terwijl de Koningin Emma tot 1941 nog op Hansweert te zien was. De Prins Hendrik, het schip waarvoor de hele operatie was bedacht, kwam er niet meer aan te pas: op 17 mei 1940 werd de veerboot in Breskens tot zinken gebracht en pas op 10 december 1949 leverde de werf het herstelde schip weer af.
Op 1 mei 1943 kwam de veerhaven van Kruiningen gereed en verloor Hansweert de veerdienst. Vanaf dat moment heette de oostelijke oversteek Kruiningen-Perkpolder, een naam die het tot 15 maart 2003 zou uithouden.



Het traject kwam nog één keer terug (2005-2025)
Van 2005 tot 2025 voer in de zomermaanden een fiets- en voetveer tussen Hansweert en Perkpolder, precies over het traject dat de PSD van 1940 tot 1943 bediende. In Hansweert kwam daarvoor een nieuw ponton met een oude brug: het fietsgedeelte van de dubbeldeksbrug van Kruiningen, compleet met de rode PSD-hekwerken. Sinds het veer in 2025 stopte, ligt die aanlegplaats er verlaten bij.
