Veerboot Prins Hendrik

Werf De Schelde in Vlissingen bouwt in 1932 een nieuwe PSD-koplader, de Prins Hendrik. Het schip gaat varen op de dienst Hansweert-Walsoorden en vanaf de jaren 40 tussen Kruiningen en Perkpolder. Na de PSD-tijd vaart de veerboot nog vele jaren op Malta.

Zijaanzicht PSD Prins Hendrik (1932)

Een schip wordt traditiegetrouw gedoopt door een vrouw, bijna nooit in de PSD-geschiedenis nam een man de beletselen weg. Op 20 juni 1932 verscheen koninklijke hoogheid prins Hendrik op het doopplatform van scheepswerf De Schelde in Vlissingen om een nieuwe kopladingsveerboot ‘Prins Hendrik’ te dopen. De bouw van het schip heeft 422.000 gulden gekost, ongeveer 100.000 gulden meer dan begroot in 1930.
De kiel van deze veerboot werd op 21 januari 1932 gelegd, het was de eerste kopladingsveerboot gebouwd in Vlissingen en ook de eerste PSD-order (ontvangen op 29 mei 1931) in jaren tijd voor de werf. De laatste Vlissingse veerboot (een kleine postjager zonder bouwnummer uit 1931 uitgezonderd) was de raderstoomboot Zeeuwsch-Vlaanderen uit 1891. Een verschil tussen Schelde-bouwnummers 76 en 196.

Direct naar alle foto’s van de Prins Hendrik.

Was De Schelde wel een geschikte werf? Nadat de veerboot op 20 september 1932 werd overgedragen aan de Provinciale Stoombootdiensten bleek al snel dat er stabiliteitsproblemen optraden. Ook bij de stapelloop was het schip al niet uiterst stabiel. Een oplossing werd later gevonden in het verbreden van de ferryboot. Overigens kwam het naast de betrouwbaarheid ook goed met de orders voor de werf, de opvolgende bouwnummers 197, 198 en 199 waren bestemd voor de PSD.
De Prins Hendrik was de derde kopladingsveerboot van de PSD, na de Koningin Wilhelmina (1927) en de Prinses Juliana (1931). Qua uiterlijk en techniek lijkt de Prins Hendrik een 15 meter kortere versie van de Prinses Juliana. De Hendrik was net als de Juliana uitgerust met een dieselelektrische voortstuwingsinstallatie, de Koningin Wilhelmina had dieselmechanische voortstuwing.

Voortstuwing

Zoals gezegd was de Prins Hendrik een dieselelektrisch aangedreven veerboot. De vaste voor- en achterschroef werden aangedreven door twee elektromotoren (225 omwentelingen per minuut, 565 PK). De benodigde elektriciteit hiervoor werd opgewekt door een tweetakt dieselmotor van het merk Schelde-Sulzer (800 PK), opgesteld in de machinekamer midscheeps. De hoofdmotor met motornummer 429 was gekoppeld aan twee dynamo’s (beide 460 kW). In de machinekamer was daarnaast een hulp-dieselmotor aanwezig, een Sulzer 3 RHK 20 met een vermogen van 75 APK. Deze motor dreef twee dynamo’s aan van 50kW bij 110 V.

Inrichting

De Prins Hendrik had een eerste klasse salon roken en niet-roken (2x 29 zitplaatsen), hetzelfde gold voor de tweede klasse salons (2x 26 zitplaatsen). Deze salons bevonden zich onder de stuurhuizen. Totaal waren er in de salons dus 110 zitplaatsen, maar er bevonden zich ook zitplaatsen op het open promenadedek. Net als op de drie zijladers werd dit dek afgeschermd met windschotten. Opvallend genoeg zelfs van hetzelfde ontwerp: voor met drie ramen, achter uitgevoerd met twee ramen. Op het promenadedek tussen beide salons bevond zich midscheeps een dekhuis met daarin toiletten, de kombuis en een pantry voor bijvoorbeeld koffie en thee.

De eerste maanden

Na vijf maanden bouwtijd was de Prins Hendrik was de nieuwe ferryboot al af. Ook de afbouw verliep vlot, voor de eerste maal kon men op 29 juli 1932 de machines proefdraaien terwijl de veerboot aan de kade lag. De technische proeftocht vond plaats op 16 september, op 20 september werd de veerboot overgedragen aan de Provinciale Stoombootdiensten op de Westerschelde.

Al snel kwamen stabiliteitsproblemen aan het licht, genoeg reden voor de PSD om met De Schelde twee proefvaarten te organiseren in januari 1933: een met waterbalast en een met auto’s. De resultaten werden verwerkt en technici kwamen tot de conclusie dat het schip op de waterlijn verbreed moest worden. De ontwerplastlijn was 9,15 meter, na de verbreding werd dit 10,03 meter. De werf kreeg de opdracht voor deze operatie op 24 februari 1933, op 28 februari werd aangevangen met de werkzaamheden. Toen de Prins Hendrik weer uit het Dokje van Perry kwam op 25 maart, voldeed het schip aan alle eisen. Dat bleek na de proeftocht op 31 maart 1933.

Hansweert-Walsoorden

De Prins Hendrik werd gebouwd als reserveboot voor Vlissingen en Breskens en als dienstboot voor de veerdienst Hansweert – Walsoorden. Om ook op de laatste dienst te kunnen varen werd de Prins Hendrik uitgerust met deuren aan de zijkant, kopladingsteigers waren nog niet gebouwd aldaar. Het plan was om de steigers van Hansweert en Walsoorden te verplaatsen naar respectievelijk Kruiningen en Perkpolder, in de nieuwe havens zouden nieuwe aanleginrichtingen worden aangelegd.

De Prins Hendrik werd dus besteld op de groei. De Tweede Wereldoorlog belemmerde niet de groei, aangezien de veerhavens van Perkpolder (1940) en Kruiningen (1943) gewoon werden opgeleverd. Het probleem was dat de Prins Hendrik zonk in mei 1940. Op 17 mei 1940 werd de Prins Hendrik tot zinken gebracht in de haven Breskens net als de Prinses Juliana. In augustus 1940 konden de gezonken PSD-veerboten worden gelicht.

Verbouwing & verlenging

De PSD besloot tijdens de oorlog om de Prins Hendrik te verlengen met 9,90 meter. Hiertoe werd een middenstuk gefabriceerd, de Hendrik werd doorgebrand en het middenstuk werd geplaatst. Deze handelingen vonden plaats op de Scheldewerf tussen 30 augustus 1941 en 11 februari 1942. Bij het verlengen werd de scheepsvorm weer strokend gemaakt, tijdens de verbreding van 1933 ontstond namelijk een knik in de vorm die gecorrigeerd werd in de jaren 40. Verder herstel van de ferryboot werd gesaboteerd door werfpersoneel en de PSD. De Prins Hendrik kwam niet meer in de vaart tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wel werd het schip diverse keren versleept tussen Vlissingen en Middelburg.
In oktober 1944 bracht de vluchtende Duitse bezetter ook de Hendrik tot zinken, het duurde nog tot 10 juni 1947 voor het wrak van ferryboot weer boven water kwam, in september werd het schip binnengenomen op de werf. Op 25 juni 1948 kon het werfpersoneel met de veerboot proefdraaien aan de kade. Na de oorlog heerste er materiaalschaarste, daarom duurde het tot 10 december 1949 eer de Prins Hendrik afgeleverd werd. De veerboot was nu verlengd, voorzien van nieuwe stuurhutten en een ‘nieuwe’ machine.

Direct naar alle foto’s van de Prins Hendrik.

‘Nieuwe’ machine

Aangezien de Prins Hendrik ook een dieselelektrische voorstuwing had, kon de dieselmotor van de Prinses Juliana makkelijk worden overgezet. Deze enkelwerkende machine was een tweetact 8-cylinder Werkspoor-Sulzerdieselmotor van 1600 PK. De ‘nieuwe’ machine was dus dubbel zo krachtig als de oorspronkelijke Schelde-Sulzer. De dubbele generator had een vermogen van 1360 kW.

Na de oorlog

De Prins Hendrik ging varen op de veerdienst Vlissingen-Breskens, waar inmiddels de aanleginrichtingen waren hersteld. Niet veel later verhuisde de Prins Hendrik voor het eerst naar de veerdienst Kruiningen-Perkpolder, waar het schip eigenlijk al in 1943 had moeten varen.

Na de oorlog verviel de onderverdeling tussen eerste en tweede klasse, de Westerscheldeveren werden immers gratis gemaakt. Niet voor lang, in 1951 werd weer een tarief ingesteld voor passagiers eerste klasse. Opnieuw moest een scheiding gemaakt worden tussen eerste en tweede klasse salons, hoewel het onderscheid ditmaal rigoureus werd uitgevoerd. De bemanningsverblijven benedendeks werden begin 1955 omgebouwd tot de salon tweede klasse, goed voor 60 zitplaatsen. Tot 1958 werd deze salon gebruikt, toen werden de vrije veren afgeschaft. Daarmee verviel opnieuw de noodzaak een strikte scheiding in te stellen tussen de salons.

Eind jaren 50 werd een nieuwe constructie gemaakt om in- en uitschepen voor passagiers makkelijker te maken. Waarschijnlijk was dit ook nodig om uitwisseling tussen de veerdiensten Vlissingen-Breskens en Kruiningen-Perkpolder mogelijk te maken.

Terneuzen-Hoedekenskerke

Begin mei 1960 werd de Prins Hendrik ingezet voor een overtocht met minister Klompé die een werkbezoek bracht aan de provincie. Eind mei 1960 maakte koningin Juliana een overtocht met de Prins Hendrik tussen Hoedekenskerke en Terneuzen. Het staatshoofd legde een bezoek aan de Zeeuws-Vlaamse plaats af. Vanaf 1 juli werd het schip definitief ingezet op de veerdienst Terneuzen-Hoedekenskerke.

De Prins Hendrik verving de zijlader Prins Willem I, die hard nodig was op de Oosterscheldedienst. Dit omdat het zusterschip Oosterschelde uitgeleend was aan Doeksen voor de dienst naar Terschelling.

Lees ook: De omgekeerde wereld in de jaren 60, over de koplader Prins Hendrik op een zijladingsveer.

Overbodig

Toen de Prinses Christina in 1968 in de vaart kwam, werd de Prins Hendrik overbodig op Kruiningen-Perkpolder. In overleg met de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat werd de veerboot nog aangehouden, voor het geval de nieuwe dubbeldeksveerboot Prinses Christina met kinderziektes zou kampen. Aangezien schepen die stilliggen ook geld kosten, besloot men de Prins Hendrik rond de jaarwisseling te verkopen.

Op de lijst met gegadigden die mogelijk belangstelling hadden voor de veerboot stonden onder andere N.V. Terschellinger Stoomboot Mij (Doeksen), T. Dijkhuizen en de Brugse Scheepsloperij. Ook andere geïnteresseerden informeerden naar de veerboot, met bijvoorbeeld het doel een ponton van het schip te maken. De Provincie plaatste diverse advertenties in dagbladen, bijvoorbeeld in Schuttevear.

Verkocht en vertrokken naar Malta

Op 24 december 1968 is de veerboot verkocht en onder de naam Hendrik overgedragen aan De Boer en Slooten N.V. te Purmerend. De PSD stelde een bemanning beschikbaar (waar uitaard voor betaald moest worden) om de Hendrik naar de Sloehaven te varen. De eigenlijke eigenaar van de veerboot was E. Zammit & Sons Ltd, gevestigd op Malta. Een bedrijf dat vaker in de PSD-geschiedenis zou voorkomen.

Direct naar alle foto’s van de Prins Hendrik op Malta.

Op 28 maart 1969 vertrok de Hendrik uit Vlissingen met als bestemming Malta, op sleeptouw van de Fairplay XI. Daar kwam het sleeptransport aan op 10 april 1969, de Hendrik ging varen als Calypso Land tussen Cirkewwa en Mgarr op het eiland Gozo. Ondertussen kocht Zammit ook de voormalige PSD-veerboot Dordrecht. Vanaf 1979 raakte de Calypso Land in onbruik en niet veel later werd het schip opgelegd in Valletta. In het voorjaar van 1985 werd de voormalige Prins Hendrik gesloopt op Malta.

Foto’s PSD-koplader Prins Hendrik

Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Prins Hendrik (1932) op de fotopagina.

Prov. boot in Walsoorden