Veerboot Prins Bernhard

Eigenlijk liep de Prins Bernhard als ‘bouwnummer 215’ al in 1941 van stapel in Vlissingen, maar de veerboot werd nooit afgebouwd. Het schip zinkt in de Buitenhaven en wordt na de oorlog hersteld als bouwnummer 215II. In 1950 komt de Bernhard in de vaart voor de PSD, tot in de jaren 90 vaart het schip nog op Malta.

Zijaanzicht PSD Prins Bernhard (1950)

Eind 1938 werd besloten over te gaan op de bouw van een nieuwe veerboot voor de lijn Vlissingen-Breskens. De twee veerboten konden door de toegenomen drukte het verkeersaanbod niet meer aan. Daarom werd vaak ook nog de Prins Hendrik van de veerdienst Hansweert-Walsoorden ingezet op het westelijke veer.

Aangezien binnen afzienbare tijd de veerhaven in Perkpolder zou worden geopend en de dienst geschikt zou worden gemaakt voor koplading, en dus het vervoer van de zwaarste vrachtwagens kon deze noodmaatregel niet lang meer worden toegepast. Als de Prins Hendrik op Vlissingen-Breskens voer, moest een veel kleinere veerboot de dienst overnemen op Hansweert-Walsoorden. Het was onvermijdelijk dat er een nieuwe veerboot moest komen.

Groter

Duidelijk was dat de nieuwe veerboot veel groter zou worden dan de Prinses Juliana, tot dan toe de grootste veerboot van de PSD. In de krant werden met trots de afmetingen van het schip gepresenteerd en ter vergelijking tussen haakjes de afmetingen van de Juliana erbij vermeld. Duidelijk was dat de nieuwe veerboot de volgende afmetingen zou krijgen: 74m x 12,19m x 4,30m.

Direct naar alle foto’s van de Prins Bernhard in de PSD-periode.

Het rijdek zou economischer worden ingericht dan dat van de Prinses Juliana. Daar liep namelijk een luchtkoker van de machinekamer in het midden van het rijdek naar boven. Het totale oppervlakte aan rijdek zou 734 vierkante meter bedragen, verdeeld over vier rijbanen.

De kosten van de nieuwe veerboot werden in 1938 geraamd op zo’n 1,3 miljoen gulden. Pas begin 1939 zou een definitieve beslissing genomen kunnen worden door de Provinciale staten omtrent de veerboot. In juni 1939 deden de Geduputeerde Staten een voorstel aan de Provinciale Staten om het geld voor de nieuwe veerboot beschikbaar te stellen. De veerboot zou gebouwd worden volgens tekeningen en bestekken van technici van De Schelde. In november 1939 werd de bouw daadwerkelijk opgedragen aan De Schelde in Vlissingen.

Opschudding

De komst van de veerboot bracht heel wat teweeg in de provincie. Zo greep Ged. Staten het moment van indienststelling aan om te stoppen met de veerdienst Vlissingen-Neuzen. Doordat de frequentie van afvaarten zou stijgen op Vlissingen-Breskens leek het hen niet meer nodig de veerdienst in stand te houden.

Ook werd halverwege 1939 door Schuttevaer gewaarschuwd voor de grote zuiging die kan ontstaan in de haven van Breskens als de grotere veerboot in dienst zou komen. Begin 1940 veroorzaakte de Prinses Juliana schade aan meertouwen door de grote zuiging, zo zag Schuttevaer zich bevestigd in de kritiek.

Sabbotage

De nieuwe veerboot kreeg bouwnummer 215 en de kiel werd op 2 oktober 1940 gelegd. Op 5 juli 1941 werd de nieuwe veerboot, nog altijd zonder officiële naam te water gelaten. Dit vond plaats tegen een sobere achtergrond, gezien de oorlogsomstandigheden. In overleg met De Schelde besloot de PSD de bouw van de veerboot opzettelijk te vertragen, om te voorkomen dat de 215 in handen van de Duitsers zou vallen. In dit kader werd het casco van de nieuwe veerboot naar Middelburg gesleept. Daar zou de veerboot verder worden afgebouwd in een fictief dok van De Schelde.

Wederom gezonken

Om nog meer vertraging te veroorzaken werd door personeel geprobeerd het schip te laten zinken. Dit mislukte echter, wegens de geringe diepgang van het dok waarin de 215 lag. De bezetter sleept daarna het casco terug naar Vlissingen met als doel dat het verder afgebouwd wordt en gebruikt kan worden door de Duitse marine.

Als in 1944 de bevrijding van Zeeland op handen is, slaan de Duitsers toe. Bouwnummer 215 wordt samen met de Prinses Juliana en de Prins Hendrik in de Vlissingse buitenhaven tot zinken gebracht, als wraak voor de vertraging van de bouw. De hoofdmotoren van de 215 worden gered en op het terrein van De Schelde geplaatst.

Het wrak blijft in de haveningang liggen tot eind 1945. Toen haalde een Engels drijvend bok de veerboot bovenwater en plaatste deze op het droge ten westen van het ‘eiland’, het gebied achter de sluizen in Vlissingen waar toentertijd slikken lagen.

Aangezien men niet tevreden was met de plek waar de 215 nu lag, werd geprobeerd het wrak te lichten. De sleepboot die hiervoor materiaal uit Engeland sleepte verspeelde echter z’n sleep waardoor de 215 bleef liggen. Daarom werd in september 1946 begonnen met het bergen van het voor en achterschip. De bijna voltooide veerboot werd in stukken gezaagd. Wegens de grote beschadigingen ten gevolge van het laten zinken en het ontbreken van materiaal om de gehele veerboot te lichten werd hiertoe besloten.

Nieuw begin

In 1947 werd de kiel gelegd van de 215II, zoals de oorspronkelijk 215 nu werd aangeduid. Het voor en achterschip van de 215 werden gebruikt voor de 215II, het middenschip werd nieuw gebouwd. De Prins Bernhard werd voorzien van vier zevenciinder Schelde-Sulzer-dieselmotoren (580 APK, 375 omwentelingen per minuut) die via één tandwielkast met de voor- en achterschroef verbonden waren.

Ook na de oorlog zat het niet mee met de bouw van de nieuwe veerboot. Wegens een groot tekort aan materiaal kon de veerboot pas op 19 november 1949 te water worden gelaten. Oorspronkelijk ging men er vanuit dat de Prins Bernhard al in januari 1950 in de vaart kon worden gebracht. De afbouw ging alleen niet zo snel als volgens planning. Daarom werd de nieuwe veerboot pas op 5 mei 1950 overgedragen aan de PSD, een jaar later als zusterschip Koningin Juliana.

In de vaart

Jarenlang deden onderhielden de Prins Bernhard en de Koningin Juliana de dienst tussen Vlissingen-Breskens. Na acht jaar kwam echter de Prinses Beatrix in dienst. De Prins Bernhard en de Koningin Juliana werden tot reserveboot gedegradeerd. De Bernhard kwam daarom vrij en voer geregeld op Kruiningen-Perkpolder.

In de zomer van 1962 werd besloten de veerboot te verbouwen in de winter. Door de verbouwing werd de doorrijhoogte verhoogd zodat ook grotere vrachtwagens konden worden overgezet. De verbouwing werd uitgevoerd door De Schelde in Vlissingen. De veerboot werd eerst ontdaan van de gehele bovenbouw, waarop de romp in doormidden werd gezaagd. In het midden werd een nieuw stuk romp met een lengte van 13 meter geplaatst. In het voorjaar van 1963 werd de veerboot afgebouwd.

Direct naar alle foto’s van de Prins Bernhard in de PSD-periode.

 Verbouwing

Van het gestroomlijnde uiterlijk van de veerboot bleef vrijwel niets over. Gekozen werd voor een open ontwerp, meer in de stijl van de Dordrecht en de Prins Hendrik . Door dit ontwerp konden ook gevaarlijke stoffen veilig worden vervoerd. Wél werden de oude stuurhuizen hergebruikt, na de verbouwing een van de weinige onderdelen waaraan nog iets van de oorspronkelijke veerboot te herkennen was.

In mei 1963 kwam de verbouwde Prins Bernhard weer in dienst. De veerboot was hard nodig op Kruiningen-Perkpolder waar een groot capaciteitstekort ontstaan was. Ook na de komst van de twee dubbeldekkers bleef de Prins Bernhard geregeld bijvallen op de veerdienst.

1985: oude tijden herleven

In 1985 was de laatste grote taak voor de Prins Bernhard weggelegd. Samen met de Koningin Juliana moest de veerboot nog een aantal maanden de dienst onderhouden tussen Vlissingen-Breskens. Omdat de aanleginstallaties moesten worden aangepast voor de komst van de eerste dubbeldekker daar, konden er een aantal maanden geen veerboten afmeren. Aangezien de Prins Bernhard en de Koningin Juliana eigen, kleinere fuiken gebruikten ondervonden zij geen hinder van de verbouwingen. De Prins Bernhard was nog één keer de dienstboot op Vlissingen-Breskens tussen 19 februari en 15 mei 1985.

Gevolg van de inzet van de twee oudste PSD-veerboten waren enorme vertragingen veroorzaakt door de kleine capaciteit van de veerboten en het maximale gewicht van voertuigen van 3500kg. Ook werd de veerdienst in deze periode geplaagd door defecten aan de oude fuik. Hierdoor moesten zelfs vissersschepen op eigen initiatief de gestremde veerdienst overnemen. De Prins Bernhard kampte zelf ook met enige problemen door de langdurige inzet. In april raakte de veerboot enige tijd stuurloos op de Westerschelde, maar dat probleem werd al snel weer verholpen.

Op 15 mei nam de Prinses Margriet de taak als dienstboot weer over van de Prins Bernhard op Vlissingen-Breskens. De veerboot werd afgemeerd bij de PSD-werkplaats in de Binnenhaven in Vlissingen. De Prins Bernhard vertrok weer naar Kruiningen, waar de veerboot als reserveboot dienst deed. De veerboot maakte plotseling water waarna het schip grondig onder handen werd genomen en geinspecteerd werd. Provinciale Staten hebben eind november 1985 de Gedeputeerde Staten van Zeeland gemachtigd de schepen Koningin Juliana, Prins Bernhard en de Prinses Irene te verkopen voor een bedrag van vier miljoen gulden.

Verkoop

In juli 1986 werden de Prins Bernhard en de Koningin Juliana verkocht. Op papier werd de Bernhard verkocht aan Johnson Ferries Company Ltd. op het Engelse Isle of Man, maar het bedrijf Intershitra nam na de verkoop de veerboot vrijwel direct over. Twee Scheldepoort sleepboten haalden de Bernhard op in Kruiningen en brachten de oude veerboot naar de Binnenhaven in Vlissingen.

Intershitra, die de twee veerboten voor puur speculatieve doeleinde had opgekocht had een maand een ligplaats voor de twee boten gereserveerd in Vlissingen. De Prins Bernhard maakte meer kans om verkocht te worden aangezien de veerboot vier ongedeelde motoren had, in tegenstelling tot de gedeelde motor van de Koningin Juliana.

Naar Malta

Uiteindelijk werd de Prins Bernhard in het voorjaar van 1987 verkocht door Intershitra aan Gozo Channel & Co Ltd op Malta. De veerboot werd omgedoopt tot Cittadella en vertrok op 5 maart op eigen kracht naar het eiland in de Middellandse Zee, welke bereikt werd op 26 maart. Op Malta begon de PSD-boot aan een tweede leven als veerboot. Vanaf 7 mei werd de Cittadella ingezet op de dienst Cirkewwa-Mgarr.

Cirkewwa is een veerhaven op het eiland Malta, Mgarr ligt op het naburige eilandje Gozo. Ook de Dordrecht en de Prins Hendrik voeren bij dezelfde rederij. De oude Prins Bernhard kan gezien worden als de opvolger van de Dordrecht. Toen Gozo Channel & Co in 1992 twee andere Nederlandse veerboten kocht, namelijk de Marsdiep (1964) en de Texelstroom (1966) van de TESO waren de dagen geteld voor de Cittadella.

Direct naar alle foto’s van de Prins Bernhard op Malta.

Tot begin 1995 heeft de Cittadella gevaren, maar toen in april 1995 de twee oude TESO-veerboten in dienst kwamen tussen Cirkewwa en Mgarr was het gedaan voor de Zeeuwse veerboten op Malta. De Cittadella werd omgedoopt tot Citta en opgelegd. In 1997 is de veerboot verkocht aan Izzet Sari in Aliaga, Turkije. Daar is de veerboot uiteindelijk gesloopt.

Foto’s PSD-koplader Prins Bernhard

Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Prins Bernhard (1950) op de fotopagina.

PSD Prins Bernhard