Raderstoomboot Zuid-Beveland

De raderstoomboot Zuid-Beveland wordt in 1899 gebouwd op de werf De Maas in Delfshaven (Rotterdam). De Zuid-Beveland is het laatste zusterschip uit een reeks veerboten, die begon bij de Walcheren (1887) en de Zeeuwsch-Vlaanderen (1891). Ook de Zeeuwsche Spoorboot No.2 (1892) is een zusterschip van de Zuid-Beveland. De Zuid-Beveland wijkt optisch wel af vanwege de hogere opbouw aan de achterkant.

Aan het dek bevindt zich de ruime rooksalon, een grote kajuit en een aparte salon voor dames. De Zuid-Beveland is ingericht door de Rotterdamse meubelmaker Allan. De banken zijn bekleed met donkerrood fluweel, met bijpassende gordijnen en tapijten. De bemanning heeft hutten op de Zuid-Beveland, ook bevindt zich achter de machinekamer een mailkamer. Deze kamer ontbrak op de zusterschepen van de Zuid-Beveland.

In verschillende kranten werd de Zuid-Beveland bekritiseerd vanwege de bij de proefvaart behaalde snelheid. De nieuwe veerboot kwam een kwartier later aan op de bestemming dan het zusterschip Walcheren, dat ook meegevaren was. Dit gebrek aan snelheid kwam volgens deskundigen doordat de ketel teveel naar voren was geplaatst bij de bouw. Hierdoor lag de steven van de veerboot te diep.

Om dit probleem op te lossen wordt de Zuid-Beveland in 1913 een aantal meter verlengd. Het schip maakt tot 1932 deel uit van de PSD-vloot en wordt dan gesloopt in Hendrik-Ido-Ambacht.