Raderstoomboot Walcheren

De Schelde in Vlissingen bouwt in 1887 de Walcheren, het eerste stalen schip voor de PSD. Eind februari 1887 werd bepaald dat de naam van de nieuwe veerboot Walcheren zou worden. Op 16 juli 1887 loopt de Walcheren van stapel in Vlissingen. De voortstuwing van het schip bestond uit een drievoudig expansiesysteem met geoscilleerde cilinders. De Walcheren werd uitgerust met ‘alle nieuwe uitvindingen’, zoals elektrisch licht, stoomstuurtoestel en stoomverwarming.

Van ongeveer hetzelfde type zijn de PSD-veerboten Zeeuwsch-Vlaanderen (1891: De Schelde bouwnummer 76) en de Zuid-Beveland (1899). Ook de Zeeuwsche Spoorboot No.2 (1892: De Schelde bouwnummer 77) van de Zeeuwsche Spoorboot Maatschappij is een zusterschip van de Walcheren.

Op 24 september 1887 werd de in aanbouw zijnde Walcheren voor het eerst gesmeerd gestoomd. Op 8 oktober 1887 werd met gunstig gevolg de officiële proeftocht gehouden met de nieuwe Walcheren. Bij deze tocht waren verschillende autoriteiten aanwezig, zoals de toenmalige ‘commissaris des konings’ en verschillende leden van gedeputeerde staten. Ook de burgmeester van Vlissingen, de directeur van de Provinciale Stoombootdiensten en de directeur van de scheepswerf waren op de Walcheren te vinden.
Tijdens de proefvaart werd bij het traditionele mijlpalen bepaald dat de stoomboot een snelheid van 13,27 mijl haalt, 1,27 mijl meer dan vastgelegd in het contract. In driekwartier van werd er van Vlissingen naar Terneuzen gevaren, waar de Zeeuwsch-Vlaanderen (1870) daar nog een halfuur langer over deed. In totaal heeft het 86.524 gulden gekost om de Walcheren te bouwen.

De Walcheren had in het voorschip een 2e klasse kajuit en in het achterschip de 1e klasse kajuit. Beide kajuiten waren verwarmd door middel van koperen buizen welke gevuld werden met stoom. De stoommachine had een vermogen van 450 ind. paardenkrachten. De dienstsnelheid betrof 12 Engelse mijlen per uur.

Een nadeel van het schip bleek het dure onderhoud te zijn. De Walcheren had veel reparaties nodig om goed te functioneren, alleen al tussen 1887 en 1905 werd er voor 137.500 gulden aan versleuteld. Dit bedrag betrof ruimschoots het aankoopbedrag van de veerboot. De PSD besluit daarom om het schip van de hand te doen. Dit is het geval op 18 oktober 1909, wanneer Lobbestal-Van den Bosch uit Gent de Walcheren koopt voor 16.747 gulden en 50 cent.

Belgische rondvaartboot

De Belgische reder raakte in het begin van de 20ste eeuw onder de indruk van de Zeeuwse veerboten en greep in 1909 zijn kans om een raderboot te kopen. Lobbestal zet de Walcheren vanaf 1910 onder de oorspronkelijke naam in voor de pleziervaart. In deze rol komt de veerboot weleens terug naar Zeeland voor excursies, bijvoorbeeld tussen Oostende en Middelburg. Later wordt de Walcheren ‘Marguerite I’ gedoopt.

De Eerste Wereldoorlog breekt in 1914 uit en in België is vanzelfsprekend geen markt meer voor pleziertochtjes. De Belgische wateren zijn veranderd in een mijnenzee en de Vlaamse velden vormen het oorlogsfront. In 1916 verkoopt Lobbestal-Van den Bosch de Marguerite I aan de Franse marine.

Frans marineschip

Bij de Franse marine (Marine Nationale) wordt de voormalige Walcheren omgedoopt tot Grillon J en gestationeerd in de marinehaven van Calais. De Grillon J doorstaat de Eerste Wereldoorlog en raakt nadien overbodig. Op 21 juli 1919 wordt het schip verkocht in of naar Cherbourg, de verdere geschiedenis van het schip is onbekend.

Foto’s Walcheren