‘Robert, Siegfried, und Paul.’ Drie namen, in krijt opgeschreven onder een paar foto’s in een Duits oorlogsalbum. De mannen poseren jolig op de sloep van de PSD-veerboot Koningin Emma, tijdens een overtocht van Breskens naar Vlissingen. De rest van het album verraadt hun reis: na een tijdje aan de Belgische kust is het gezelschap richting Walcheren vertrokken. Op de Markt in Middelburg staan ze voor het gehavende stadhuis, een ruïne na de verwoestende gebeurtenissen van 17 mei 1940.
Het is slechts één snipper van de vele onbekende verhalen achter Duitse oorlogsfotografie. Beeldmateriaal is er in overvloed; het naziregime moedigde soldaten actief aan om hun belevenissen vast te leggen. Die aanmoediging voedt tot op de dag van vandaag een levendige handel. Op platforms als eBay worden talloze foto’s uit oude oorlogsalbums per opbod verkocht. Waar de ene foto voor enkele euro’s van hand wisselt, drijven verzamelaars de prijs van andere exemplaren moeiteloos op tot boven de honderd euro.

Tussen die stroom aan beelden bevinden zich ook weleens Zeeuwse foto’s en soms ook PSD-veerboten. Het is vaak zoeken naar een speld in een hooiberg, zeker omdat (Duitse) verkopers hun materiaal lang niet altijd accuraat documenteren of simpelweg foutieve informatie vermelden. Zo kan het gebeuren dat een foto die wordt aangeboden als de ‘haven van Rotterdam’ bij nadere inspectie Vlissingen blijkt te zijn.
PSDnet.nl heeft de afgelopen tijd een bijzondere reeks van dit soort PSD-foto’s uit de oorlogsjaren verzameld, die we hier voor het eerst publiceren. Nog tastbaarder wordt de geschiedenis tijdens onze open dag op zaterdag 2 mei 2026, aan boord van de Koningin Emma die ook op de oorlogsfoto’s te zien is. Op de historische veerboot uit 1933 exposeren we 40 foto’s van de PSD-veerdiensten in oorlogstijd. De open dag is gratis te bezoeken.
In dit artikel nemen we je mee naar een aantal ongepubliceerde foto’s en de geschiedenis die ze laten zien.
Vervoer van Franse troepen
Nederland krijgt aan het begin van de Duitse invasie militaire hulp van Frankrijk. Franse troepen trokken massaal met de PSD-veerboten de Westerschelde over richting Walcheren en Zuid-Beveland. Niet veel later ontstaat er een omgekeerde beweging. PSD-kapitein De Smit van het vlaggenschip van de vooroorlogse vloot Prinses Juliana blikt in de PZC van 17 mei 1950 terug op de gebeurtenissen van tien jaar terug:
“Vlak voor de Prinses Juliana liep zaterdags (11 mei, red) een loodsboot op een mijn, maar het werk ging door. De eerste Pinksteren, keerde het getij: de Franse troepen begonnen terug te trekken. De laatste dag, vrijdag 17 mei, waren de Duitsers al in Souburg, toen de Prinses Juliana voor het laatst over ging. Gewonden werden nog aan boord gesleept, alles liep door elkaar en er was totaal geen orde meer, nog een keer moest de tocht worden gemaakt”
Bij het verlaten van de haven van Vlissingen werd de Prinses Juliana beschoten door de inmiddels tot in Vlissingen opgerukte Duitsers. Aangekomen in Breskens werd de Juliana in de fuik tot zinken gebracht door de Franse troepen. De 12-koppige bemanning onder leiding van kapitein De Smit stond ontheemd aan de kant, terwijl hun naasten nog dagenlang in de veronderstelling leefden dat hen iets fataals was overkomen
De sfeer was gespannen en de Franse militairen keerden zich ook weleens tegen de PSD-bemanningen. Zo schrijven wij in het artikel ‘Onder vuur en schot – mei 1940’, gepubliceerd op PSDnet.nl in 2017. Hierin beschrijven we hoe kapitein Verdoorn met een revolver onder druk gezet wordt om te varen onder gevaarlijke omstandigheden. Later in dit artikel lezen we opnieuw over Verdoorn, maar dan over een dramatische overtocht op de zeearm Oosterschelde.
Gezonken veerboten in Breskens in 1940
De drie zijladers die in 1933 gebouwd werden bij De Schelde zijn allen beschadigd geraakt in Breskens in mei 1940. De Koningin Emma had de minste schade en werd op een ‘zaat’ gezet (hierover later meer). Zusterschepen Ooster-Schelde en Prins Willem I kwamen er slechter vanaf en zijn bovendien ook uitgebrand. De schepen werden tot zinken gebracht in de haven van Breskens, vlakbij de aanlegplaats voor zijlading. Dat is in de huidige Vissershaven, aan de oostkant.
Wat deze foto bijzonder maakt is dat ook de PSD-veerboot Schouwen te zien is, helemaal achteraan. Stukken in het PSD-archief in Middelburg laten zien dat de Schouwen na het zinken bij Hoofdplaat naar Breskens gebracht is. De schoorsteen is helemaal wit, net zoals het andere hospitaalschip Luctor et Emergo, dat op 12 mei 1940 werd beschoten door de Luftwaffe, waarbij 12 doden vielen.
Hospitaalschip Schouwen
PSD-kapitein Leunis voerde het bevel over de veerboot Schouwen, die door de Koninklijke Marine was gevorderd om dienst te doen als hospitaalschip. Hij zette met het schip koers naar Bath om medische bijstand te verlenen, maar kon ter plaatse niets uitrichten. Uit een artikel in de PZC van 17 mei 1950 valt op te maken dat de Schouwen vanuit Bath naar Walsoorden is gevaren, om vervolgens terug te keren naar Hoedekenskerke. Vanaf daar voer het schip naar Terneuzen, waarna ter hoogte van Biervliet / Hoofdplaat een ankerplaats werd gezocht.
In de nacht stak een motorloos beurtschip over, vol met roeiende Franse soldaten. Zij waren afkomstig van de Sloedam en op de vlucht voor de oprukkende Duitsers, die hen op de hielen zaten. De bemanning van de Schouwen hielp deze Fransen aan land. Vervolgens voer de Schouwen door naar Breskens, maar het schip werd daar de haven weer uit gedirigeerd om uiteindelijk door de Fransen in brand te worden geschoten in Hoofdplaat.
De Koningin Emma in mei 1940
Ook de Koningin Emma was tot en met 17 mei 1940 in de vaart om troepen terug naar Zeeuws-Vlaanderen te brengen. Op last van het militair gezag moest het PSD-personeel de schepen verlaten die avond. Pas eind mei 1940 komt de kapitein van de Koningin Emma terug in Breskens en later dat jaar beschrijft hij wat hij toen aantrof:
“In de voorkajuit vermoedelijk door een explosie een gat in de bodem geslagen van +/- een halve meter doorsnee, waardoor dat compartiment vol water stond. Door die explosie was het een ware ravage in de kajuit.
De vloer was gedeeltelijk verbrijzeld, banken en tafels waren uit zijn verband gerukt, uit het schijnlicht was het glas in lood weggeslagen. Verder waren verschillende deuren geforceerd en alles overhoop gehaald zoals kasten en laden. Verschillende voorwerpen waren vernield of verdwenen. De sloepen waren verdwenen, kompas beschadigd enz.
Daar het schip echter op de scheepszaat lag, en dus bij laag water droog viel, konden we spoedig een begin maken met het gat te dichten en het schip drijvende te maken.”
Volgens een ander archiefstuk uit het PSD-archief, namelijk een brief van de directuer met de veelzeggende titel ‘Restant Vloot’ gedateerd 1 juni 1940, is de Koningin Emma op 17 mei 1940 in aanvaring gekomen met een Frans marineschip, beschadigd geraakt en op de zaten gezet.
Een ‘scheepszaat’ (of kortweg ‘zaat’) is een natuurlijke of gegraven ondiepte in een haven. Schepen konden hier bij eb op droogvallen, zodat ze niet te laag wegzakten. Dat was essentieel om ook bij laagwater lading te kunnen lossen aan de kade.
De Emma als krijgsbuit voor de bezetter
Ten tijde van de Duitse inval in mei 1940 was de Koningin Emma formeel in dienst voor de Koninklijke Marine, namelijk als Hr.Ms. Hulpmijnenlegger II. De lanceerbanen voor mijnen werden in de meidagen snel ingeruild voor broodnodige ruimte op het achterdek voor het vervoer van voertuigen. Omdat de Koningin Emma tijdens de capitulatie formeel in marinedienst was, beschouwde de bezetter haar als krijgsbuit en werd het schip in beslag genomen. De PSD mocht de Emma echter terughuren. Op maandag 17 juni 1940 kwam de Emma in de vaart op de veerdienst Vlissingen-Breskens waar het de rest van de oorlog zou blijven varen.
‘Fahrt nach Walcheringen’
Terug naar Robert, Siegfried en Paul. Onder de foto van de mannen op het promenadedek van de Koningin Emma staat geschreven ‘fahrt nach Walcheringen’ (sic). De mannen lijken het naar hun zin te hebben op de Emma, ze roken een sigaretje en poseren bij de sloepen voor foto’s die in het plakboek zijn geëindigd.
Ponton in Vlissingen
In de Buitenhaven van Vlissingen had de PSD in de jaren 30 meerdere aanlegplaatsen. Naast de fuik voor kopladingsveerboten was er ook een ponton, ongeveer op de plek waar nu de aanlegplaats is voor het voetveer. In mei 1940 raakt de kopladingsfuik met de brug en de heftorens beschadigd, pas na de oorlog kon deze hersteld worden. Dat de zijlader Koningin Emma zo snel hersteld was, vormde een enorme redding voor de gemotoriseerde bereikbaarheid van Zeeuws-Vlaanderen en Walcheren. De Koningin Emma was dankzij het achterdek uitgerust om makkelijk auto’s te vervoeren op plekken waar alleen een ponton beschikbaar was.
Veerboten op de kade bij De Schelde
Een Duits marineschip ligt ter reparatie bij De Schelde. Een van de opvarenden maakt een uiterst uitgebreide fotoserie. Links zien we een bemanningslid met de scheepshond onder de arm, rechts staat een Duitser met zijn tamme kraai die op meerdere foto’s terugkomt. Op de achtergrond zien we de Machinefabriek in Vlissingen, de Plaatwerkerij, de helling en op de kade twee PSD-veerboten: de Prins Willem I en de Ooster-Schelde. Het is 19 juni 1943 als deze twee ‘gebroken’ zijladers op de kade worden gezet in Vlissingen met behulp van drie drijvende bokken.

De Prins Willem I en de Ooster-Schelde waren een paar weken eerder, in de nacht van 31 mei op 1 juni 1943, gezonken in de Dokhaven. Vlissingen werd zwaar gebombardeerd door de geallieerden en een bom valt tussen de twee zijladers die vrij ver hersteld waren van de schade van mei 1940. Als de schepen op de kade staan zie je goed de schade van het bombardement.
Pas na de oorlog zouden de twee schepen, nog steeds op de kade, worden hersteld. Naast de Willem Ruys gaan de zijladers dwarsscheeps van stapel. De schepen zijn broodnodig om de veerdiensten te herstellen na de oorlog.
De ramp met de s.s. Prins Hendrik
De s.s. Prins Hendrik was een door de PSD gehuurde veerboot, niet te verwarren met de m.s. Prins Hendrik die in Breskens zonk in 1940 en na de oorlog weer in de vaart kwam. Op 16 juli 1940 kwam de s.s. Prins Hendrik in de vaart voor de PSD op de veerdienst Zierikzee – Katscheveer. De Hendrik was een oud, traag en slecht onderhouden schip. Tijdens de overtochten moest worden gepompt om het binnendringende water te lozen. Doordat de moderne PSD-vloot zo zwaar beschadigd was, moest men wel gebruik maken van wat er beschikbaar was om te huren en zo toch de belangrijke veerdiensten te kunnen onderhouden.
Op 3 september 1943 was de s.s. Prins Hendrik onderwerp van de grootste ramp in de geschiedenis van de Zeeuwse veerdiensten. Werd de Luctor et Emergo onder vuur genomen door de Duitse Luftwaffe, bij de s.s. Prins Hendrik sloeg het noodlot uit een andere hoek toe. Rond kwart voor zeven in de ochtend, steeg vanaf de Engelse vliegbasis Manston een RAF-squadron Hawker Typhoon 1B-toestellen op, deels gevlogen door Canadese piloten.
Joop van Loo schreef een uitgebreid artikel in het tijdschrift Kroniek van het Land van de Zeemeermin (1993) over de gebeurtenissen. We lezen een ooggetuigenverslag van kapitein Johannes Verdoorn, die samen met kapitein Marinus Beije het gezag over de stoomboot voerde:
“Na het mitrailleren waren op het promenadedek waarschijnlijk twee vrouwelijke passagiers gedood en een derde zeer ernstig gewond. Een kleine jongen werd in de schuilkegel ondergebracht. Direct daarna vielen er drie bommen en wel één op het achterschip, één midscheeps waarschijnlijk in de schoorsteen, waardoor de vlammen overal uitsloegen en de derde kwam terecht naast het voorschip.
(…)
Toen ik mij door een zijraam van de brug op het voordek liet zakken zag ik dat de deur van de schuilkegel opengeslagen was en het jongetje was verdwenen. Het gehele ongeval heeft zich zo spoedig afgespeeld, dat de tijd ontbrak om de aan boord aanwezige reddingsmiddelen uit te delen.
(…)
Samen met kapitein Beije kon ik mijzelf op ronddrijvend wrakhout drijvende houden. Na ongeveer 20 minuten te hebben rondgedreven werden we door de bemanning van de eerder gemitrailleerde sleepboot En Avant XVIII uit het water gehaald. De bemanning was met gevaar voor eigen leven, onmiddellijk met de reddingswerkzaamheden begonnen.”
De aanval op de s.s. Prins Hendrik is niet de enige keer dat de PSD-veerdiensten werden aangevallen door geallieerd vuur, wel is het de meest dodelijke afloop. Het wrak van de s.s. Prins Hendrik en daarmee ook het zeemansgraf van de vermisten ligt nog altijd op de bodem van de Oosterschelde (51°33’50.0″N 3°54’32.0″E).
Siebelfähre in de Buitenhaven
We kijken hier naar de achterkant van een Siebelfähre (opgeschreven als Siebel Fähre op het schip zelf), een Duits landingsvaartuig opgebouwd uit twee rompen, rechts in beeld zie je de twee roeren. Op de achtergrond is de PSD-veerboot Koningin Emma en de fuik van Vlissingen te zien. De Emma is helemaal in oorlogsgrijs geschilderd.
Ook de Koningin Wilhelmina was in de loop van de oorlog helemaal grijs geschilderd, maar meer naar het einde van de oorlog kreeg de Wilhelmina de PSD-kleuren weer terug, blijkt uit foto’s. In juni 1944 heeft de Wilhelmina de oorspronkelijke kleuren terug en dat is ook te zien op foto’s die zijn gemaakt bij het terugtrekken van de Duitsers in september 1944. Het is onbekend of ook de Koningin Emma later in de oorlog haar oorspronkelijke kleur terugkreeg. We hebben (nog) geen gedateerde foto’s om dat te verifiëren.
De veerboot Koningin Wilhelmina in Breskens
Tijdens de luchtaanval op het hospitaalschip Luctor et Emergo (12 mei 1940), lag de Koningin Wilhelmina in de fuik van Vlissingen. De Wilhelmina raakte beschadigd door een bom. Pas op vrijdag 17 mei 1940 kon de Wilhelmina motorisch hersteld worden. Het schip kwam niet meer in dienst voor de vluchtende Franse troepen. Dat is de reden geweest dat de Koningin Wilhelmina de meidagen overleefd heeft, want in Breskens was ze ongetwijfeld tot zinken gebracht net zoals de andere (kopladings-) veerboten.
Doorgaans was de Wilhelmina gedurende de oorlog in de vaart op de veerdienst Hansweert/Kruiningen – Perkpolder blijkt uit de vaarstaten die in het Zeeuws Archief liggen.
Op deze ongedateerde oorlogsfoto zien we de Koningin Wilhelmina in de haven van Breskens. De Wilhelmina heeft dichtgemaakte salonramen, stuurhuisramen en het ontbreekt aan davits. Op geen enkele andere ons bekende oorlogsfoto van de Wilhelmina zien we de veerboot in deze toestand. Zoals beschreven, zijn er foto’s van de veerboot Koningin Wilhelmina gemaakt eind september 1944 toen de Duitse bezetter bezig was met het terugtrekken van troepen tussen Breskens en Vlissingen. Op die foto’s zijn de ramen nog open en ook is de grote overnaadse sloep met davits nog aanwezig.
Wellicht kijken we hier dus naar de veerboot Koningin Wilhelmina in oktober 1944, al voorbereid voor het vertrek richting Duitsland. Voor een gevaarlijke tocht over de Noordzee is beschutting voor beschietingen wenselijk. Rond het stuurhuis is bepantsering aangebracht en op de brugvleugels lijkt Flak-geschut te staan. Op het topdek staat een schuilkegel. Na de oorlog werd deze Zeeuwse veerboot ver van huis teruggevonden: in Hamburg.
Kom aan boord en ontdek nog veel meer oorlogsfoto’s
Zaterdag 2 mei 2026 brengt PSDnet.nl de geschiedenis letterlijk tot leven tijdens onze open dag op de Koningin Emma in Vlissingen. Naast bovenstaande foto’s zijn er nog veel meer oorlogsfoto’s van de veerdiensten te bekijken.




























