De huidige situatie
Wie een kijkje neemt in de veerhaven van Breskens of bij het station van Vlissingen kan het niet ontgaan zijn: de imposante PSD-fuiken liggen er nog. Ogenschijnlijk meert de veerboot voor auto’s er zo weer in af. De houten meerpalen, het remmingwerk, de robuuste betonnen constructies – allemaal zijn ze nog aanwezig. Wie goed kijkt, ziet zelfs de beschadigingen in het hout die de PSD-veerboten soms achterlieten bij een iets te innige ontmoeting met de fuik.
Wat er ontbreekt: infrastructuur
Op 5 mei 2004 werden de fuiken voor het laatst gebruikt toen de dubbeldeksveerboot Koningin Beatrix, als vervanger van een defecte nieuwe SWATH-veerboot, de laatste afvaarten maakte op de veerdienst Vlissingen-Breskens.
In Vlissingen (2005) en Breskens (2010) zijn cruciale onderdelen van de PSD-infrastructuur gesloopt, namelijk de bruggen en de heftorens. Ook de toeleidende wegen en viaducten zijn op de schop gegaan. Deze onderdelen zorgden er voor dat passagiers, fietsers, auto’s en vrachtwagens makkelijk de veerboot op en af konden gaan.
In Breskens komt daar nog bij dat de brugbak bij dijkverzwaringen in 2012 is dichtgemaakt. Hierdoor zou de brug niet meer kunnen zakken als het eb is.
Wat er ontbreekt: veerboten
In 2003 en 2004 vertrokken de vijf dubbeldeksveerboten naar Italië. Sindsdien zijn er drie schepen gesloopt, alleen de nieuwste veerboten bestaan nog. Deze zijn doorgaans in de vaart op de veerdienst van het vasteland van Italië naar Elba. Een veerdienst die in de winter rustig is, waardoor op het moment van schrijven bijvoorbeeld de voormalige PSD-boot Koningin Beatrix aan de kant ligt in Messina. Dat is wel op ruim 4.400 kilometer afstand van Vlissingen, enkele reis.
De schepen zijn in Italië verbouwd, ze hebben een laadklep gekregen aan de voorkant, in de plaats van dat de brug op het schip landt zoals in Zeeland. Een laadklep is goed mogelijk in de Middellandse Zee omdat het getijdenverschil daar minimaal is vergeleken met Zeeland. In Italië rijden de auto’s vervolgens via een interne verbinding naar het bovenste autodek, waar aan beide kanten een soort rotonde is gebouwd om de auto’s ook weer te laten draaien om naar beneden te rijden. Het probleem: deze ‘rotonde’ steekt uit en de veerboten passen hierdoor niet meer in onze nauwe fuiken bij eb.
Een Texelse veerboot?
Ook de veerdienst naar Texel maakt gebruik van dubbeldeksveerboten. Oorspronkelijk waren de aanleginrichtingen in Den Helder en Texel gebaseerd op die van Vlissingen en Breskens, maar de schepen van de TESO zijn aanzienlijk groter (vooral breder) tegenwoordig en ze passen dus niet in de oude fuiken. De laatste TESO-dubbeldeksveerboot met vrijwel dezelfde afmetingen als de PSD-veerboten werd in 2018-2019 gesloopt in Gent.

Een technisch hoogstandje
Het klinkt makkelijk, een brug van 52 meter tussen twee heftorens. Toch waren de aanleginrichtingen van de PSD technische hoogstandjes. Een simpele brug over een kanaal of een sluis, landt aan de ‘overkant’ op een vast stuk beton. De PSD-brug landde echter op een veerboot. Daar beginnen de technishce uitdagingen, een veerboot is namelijk bewegelijk. Door de wisselende lading of de wind kan de veerboot slagzij maken in de fuik. De brug moet al deze bewegingen kunnen opvangen.
Het getijdenverschil op de Westerschelde is het grootste van Nederland: bij Vlissingen en Breskens bedraagt het tussen de 3 en de 4 meter bij normale omstandigheden. Het verkeer kan niet onder een te grote hoek de veerboot verlaten of oprijden. Daarom zijn er bruggen gebouwd van 52 meter lengte. Een stuk langer dan bijvoorbeeld de bruggen op de veerdienst Texel – Den Helder (28 meter), omdat daar het getijdenverschil een stuk kleiner is.

Getijdenverschillen in Breskens
Bij de aanleg van de veerhaven van Breskens is uitgegaan van de toen bekende waterstanden. De hoogst bekende waterstand in Vlissingen was + 4,55 meter op 1 februari 1953 en -3,26 meter op 21 december 1929. Aangezien die extremen niet vaak voorkomen is rekening gehouden met een waterstand van + 3,50 meter. Boven die waterstand kan de veerboot niet meer aanmeren omdat de brug niet kan zakken op de boot. Springtij is gemiddeld + 2,27 meter, doodtij -1,52 meter (berekend in de jaren 50), wat betekent dat het zelden voorkwam dat de veerdienst gestaakt werd vanwege de waterstand. Waar de brug begint was een afsluitbare hoogwaterkering aangebracht in Breskens.
Fuikwanden en remmingwerk
Wat wel nog aanwezig is in Vlissingen en Breskens is de fuik met het remmingwerk. Ook dat ziet er simpel uit van een afstandje, maar is technisch ingewikkeld. De houten meerpalen zijn niet direct bevestigd aan de betonnen constructies, er zitten rubberen ringen tussen zodat de verschillende secties onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen en dus ook kunnen meeveren als de veerboot er tegenaan komt. Aan het begin van de fuik is het remmingwerk bevestigd, ook deze kan meeveren.
Walfaciliteiten: een vergelijking
Hieronder staat een gedetailleerde vergelijking welke PSD-walfaciliteiten er nog aanwezig zijn in Vlissingen en Breskens.
| Walfaciliteit | Vlissingen | Breskens |
|---|---|---|
| Grote fuik | Aanwezig | Aanwezig |
| Kleine fuik | Gesloopt jaren 90 | Aanwezig |
| Heftorens | Gesloopt 2005 | Gesloopt 2010 |
| Brug | Gesloopt 2005 | Gesloopt 2010 |
| Brugbak grote fuik | Aanwezig | Gedempt 2012 |
| Brugbak kleine fuik | Gedempt jaren 80 | Gedempt 2012 |
| Fly-overs verkeer bovenrijdek | Gesloopt 2004 | Gesloopt 2010 |
| Veerplein | Aanwezig | Aanwezig |
| Verkeerstoren | Aanwezig | Aanwezig |
Waarom bestaan de fuiken nog?
Op de lange fuikwand van Breskens is bij de aanleg in 1958 een windscherm gebouwd van 6 meter hoogte. Ook de nieuwe veerboten van het voetveer profiteren van deze flinke windblokkade. In Vlissingen, op de plek waar vroeger de tweede veerboot ‘naast de fuik’ lag, ligt een nieuwe kade voor de (reserve-) schepen van het Loodswezen. Ook hier levert de fuik beschutting voor de naastgelegen aanlegplaats voor het voetveer.
In de veerhaven van Breskens is de fuik gebouwd op heipalen die 22 meter de grond ingaan. De kern van de fuik is een massief betonnen constructie. Uniek aan Breskens is dat ook de ‘kleine fuik’ nog aanwezig is, die al sinds de jaren 80 niet meer gebruikt wordt. Ook de kleine fuik is bij de dijkverzwaringen in 2012 wat ingekort op de de plek waar de brug over het water lag.
Het slopen van de fuiken, zoals in Kruiningen en Perkpolder gebeurd is, is een kostbaar karwei en in Vlissingen en Breskens hebben ze dus nog nut. De fuiken op het oostelijke Westerscheldeveer zijn in 2008 gesloopt.
Conclusie
De twee PSD-veerboten in Italië zullen niet terugkeren naar Zeeland om in te vallen tijdens de stremming van de Westerscheldetunnel. Uiteraard zijn er meer opties om een autoveerdienst te realiseren, maar in dit artikel kijkt PSDnet.nl alleen naar de roep om de oude PSD-boten tijdelijk terug te laten keren. Als je de voormalige PSD-fuiken sloopt of aanpast, kun je kijken naar andere opties zoals een brug naar een ponton als aanleginrichting. Een PSD-dubbeldekker zien we (helaas) niet meer terug in Zeeland.






























