Op welke veerdiensten heeft de Emma gevaren?

Nu de Koningin Emma terugkeert naar Zeeland kwam de vraag ter sprake: waar heeft deze veerboot eigenlijk allemaal gevaren? Het korte antwoord: op ongeveer iedere PSD-veerdienst. Zelfs Kruiningen-Perkpolder werd genoemd en ook dat antwoord is juist.

In het Zeeuws Archief in Middelburg ligt het archief van de Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD). Deel van het archief zijn de vaarstaten vanaf 1940, waar precies op aangegeven is waar en wanneer welke veerboot in de vaart was of onderhoud kreeg. Op basis van deze gegevens, gecombineerd met krantenberichten, kunnen we een mooi overzicht maken waar de Emma zoal gevaren heeft.

PSD archief

De oorspronkelijke verdeling

Al voor de bouw werd een verdeling gemaakt waar de drie zijladers van 1933 zouden gaan varen. De Ooster-Schelde was bestemd voor, zoals de naam al doet vermoeden, de Oosterscheldedienst. De Koningin Emma zou gaan varen op Terneuzen-Hoedekenskerke en de Prins Willem I was bedoeld als ‘reserveboot’.

Zeeuwse PSD-veerdiensten overzichtskaart

Terneuzen-Hoedekenskerke

De Koningin Emma heeft in de jaren 30 voornamelijk gevaren op de veerdienst Terneuzen-Hoedekenskerke. Speciaal voor de komst van de Emma werd er in Hoedekenskerke een nieuwe, moderne veerhaven aangelegd. Tijdens de proefvaart inclusief officiële overdracht van de Koningin Emma op 1 september 1933 werden de havens van Terneuzen en Hoedekenskerke aangedaan. Hierna volgen nog een aantal testvaarten, waarna de Emma begin 1934 structureel in de vaart komt op Terneuzen-Hoedekenskerke.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vordert de Koninklijke Marine het schip. Op 4 september 1939 komt de Emma in de vaart als Hr. Ms. Hulpmijnenlegger II. Het achterdek staat vol mijnen die voor de Zeeuwse kust gelegd moeten worden. De Emma keert voor de oorlog niet meer terug in dienst van de PSD. Wel wordt het schip tijdens de Meidagen van 1940 weer ingezet als veerboot tussen Vlissingen-Breskens.

Bij het herstel na de oorlog wordt de Emma niet verlengd, zoals de twee zusterschepen. De Koningin Emma keert eind jaren 40 terug op de dienst Terneuzen-Hoedekenskerke. Spannende momenten worden beleefd tijdens de Rampnacht van 1953, waarbij PSD’er J. Leijs om het leven komt bij het aanlopen van de haven van Hoedekenskerke. Pas in 1954 besluit de PSD tot het verlengen van de Emma, waarna het schip nooit meer in dienst komt op Terneuzen-Hoedekenskerke en naar de Oosterscheldedienst verhuist. De laatste vaart voor de Emma op Terneuzen-Hoedekenskerke is op 6 december 1954, een dag later komt de Prins Willem I in de vaart als vervanger.

Vlissingen-Breskens

Vanaf 1927 is de veerdienst Vlissingen-Breskens het domein van de moderne kopladers van de PSD. De oorlogshandelingen in de Meidagen van 1940 richten een ravage aan, denk aan het bombardement op de als hospitaalschip uitgeruste veerboot Luctor et Emergo. Ook de zijladers zijn in de vaart om Franse troepen te vervoeren (zie ons artikel Onder vuur en schot, over benauwde uren aan boord van de zijlader Ooster-Schelde). De Koningin Emma doorstaat de eerste dagen van de oorlog redelijk. De aanlegsteigers van de kopladingsveerboten zijn echter zwaar beschadigd.

De Koningin Emma wordt drooggezet op het Zaat, waar het schip ook deels onderloopt, maar de schade is beperkt. Op 17 juni 1940 hervat de Koningin Emma de dienst Vlissingen-Breskens in bezet Zeeland. Per dag worden 6 tot 8 vaarten gemaakt.

Een van de oorspronkelijke veerboten van Vlissingen-Breskens, de koplader Koningin Wilhelmina (1927) doorstaat ook de oorlogshandelingen en vaart tijdens de oorlog voornamelijk tussen Hansweert-Perkpolder en later Kruiningen-Perkpolder. Vanaf de zomer van 1944 springt de Wilhelmina weer bij op Vlissingen-Breskens.

De Emma blijft een vaste waarde op Vlissingen-Breskens tijdens de Tweede Wereldoorlog. De originele PSD-kleur wordt later ingeruild voor een volledig grijze oorlogsuitmonstering. De laatste diensten van de Emma die in de boeken staan vinden plaats op 29 augustus 1944. De PSD-documentatie vervolgt zich daarna pas weer in januari 1945.

Waar de Koningin Wilhelmina in Duitsland teruggevonden wordt na de Oorlog, is de Emma dichterbij huis gebleven. Het schip is na Dolle Dinsdag (5 september 1944) gebruikt door Zeeuwse NSB’ers om te vluchten naar Rotterdam. De moderne diesel bleek te hooggegrepen voor de NSB-bemanning en werd in de soep gedraaid. Op 7 juni 1945 keert de Koningin Emma terug in Vlissingen vanuit Rotterdam. In november 1945 komt de Koningin Emma weer in de vaart op Vlissingen-Breskens, wat na een dikke maand wijzigt in Kruiningen-Perkpolder.

In 1953 kwam de Koningin Emma voor het laatst in de vaart op Vlissingen-Breskens. Na de laatste vaart van Hoedekenskerke naar Terneuzen op 31 januari 1953 (de Rampnacht) wordt deze veerdienst gestaakt. De Koningin Emma valt op 2 februari 1953 in op de veerdienst Vlissingen-Breskens, om een dag later weer terug te keren naar Terneuzen.

In het Algemeen Dagblad beschrijft een verslaggever hoe hij via België en Zeeuws-Vlaanderen, het geïsoleerde Vlissingen probeert te bereiken:

De eerste boot van Vlissingen liep de haven binnen. Klein, kittig naderde de Koningin Emma over het nu lage water, glanzend in de zon. Wij spoedden ons naar buiten en ziedaar, een klein halfuur later voeren wij over de Westerschelde Vlissingen tegemoet. De stuurman wist ons niet te zeggen hoe het in Vlissingen was. Hij kwam rechtstreeks van Terneuzen, waar de toestand nu heel gunstig was.

Katseveer – Zierikzee

In de eerste jaren na de oorlog heeft de Koningin Emma vaak gevaren op de veerdienst Katseveer-Zierikzee. De kleinere (gehuurde) veerboot Koningsplaat nam de honeurs waar tussen Terneuzen en Hoedekenskerke, tot de veerboot Oosterschelde weer vrijkwam van invallen op Vlissingen-Breskens en de Oosterscheldedienst terug kon uitvoeren. Daarop keerde de Emma terug naar de dienst Terneuzen-Hoedekenskerke, met een tussenperiode Katseveer-Zierikzee in de nasleep van de Watersnoodramp vanaf 1 juli 1953.

De Koningin Emma voerde de veerdienst Katseveer-Zierikzee vanaf 14 september 1953 ook driemaal per nacht uit. Dit ter bevordering van de bereikbaarheid van Schouwen-Duiveland, dat voor de Watersnoodramp ook ontsloten werd door diverse RTM-veerdiensten. Nachtdiensten waren zeer uitzonderlijk in de PSD-geschiedenis.

Eind 1954 loopt de naoorlogse periode op Terneuzen-Hoedekenskerke af, waarna de Koningin Emma in Vlissingen verlengd wordt. Vervolgens is de Emma van 1955 tot de opheffing van de veerdienst in de vaart op de Oosterschelde. Kleine wijzigingen zijn het inkorten van de veerdienst, een proces wat al gaande is sinds de opheffing van Middelburg als aanlegplaats in de veerdienst naar Zierikzee. In 1958 wordt de aanlegplaats ’t Luitje ingeruild voor de nieuwe veerhaven van Zierikzee, De Val. In 1961 is het de beurt aan de steiger van Katscheveer, die door de bouw van de Zandkreekdam ingeruild kan worden voor de veerhaven van Kats op Noord-Beveland.

Eind 1965 opent de brug tussen Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland, waarna de schepen terugkeren naar de PSD-werkplaats in Vlissingen en nieuwe PSD-bestemmingen krijgen.

Hansweert-Walsoorden

In de jaren 30 bestond de veerdienst Kruiningen-Perkpolder nog niet aangezien deze nieuwe veerhavens in aanbouw waren. De dienst werd uitgevoerd tussen Walsoorden (t/m 1940) en Hansweert (t/m 1941). Al in 1933 mag de gloednieuwe Koningin Emma invallen op de veerdienst Hansweert-Walsoorden, aangezien het eigenlijke schip van deze dienst, de eveneens bij De Schelde gebouwde kopladingsveerboot Prins Hendrik machineschade opliep. De Hendrik (bouwnummer 196) en de Koningin Emma (197) waren na elkaar gebouwd in Vlissingen.

Regelmatig kwam het voor dat de kopladingsveerboot Prins Hendrik moest invallen op Vlissingen-Breskens. De Hendrik was een volwaardige ‘ferryboot’ die in Vlissingen en Breskens daadwerkelijk als koplader kon worden gebruikt. Pas in de nieuwe havens van Kruiningen en Perkpolder zouden aanleginrichtingen voor kopladingsveerboten komen. In de Middelburgsche Courant van 6 juni 1939 lezen we wat het tijdelijk overplaatsen van de Hendrik betekende:

Een schip met zijlading vaart dan op de lijn Hansweert-Walsoorden. Meermalen bleek het nodig daarvoor de dienstboot Neuzen-Hoedekenskerke (de Koningin Emma) te gebruiken. Het stoomschip Schouwen van de lijn Vlissingen-Neuzen werd dan gedirigeerd naar Neuzen-Hoedekenskerke, terwijl de lijn Vlissingen-Neuzen werd bevaren door de algemeen reserveboot Luctor et Emergo.

Kruiningen-Perkpolder

Na de oorlog onderhoudt de Koningin Emma de veerdienst Kruiningen-Perkpolder tussen december 1945 en 25 april 1946. Vele jaren later komen we de Emma wederom tegen op het oostelijke Westerscheldeveer. In de jaren 60 was deze veerdienst zacht gezegd een chaos. Het verkeersaanbod was niet meer bij te benen, chauffeurs klaagden steen en been over de uit de hand gelopen wachttijden.

Reden om rigoureus in te grijpen en Kruiningen-Perkpolder om te vormen tot de modernste veerdienst van Europa, met de toepassing van dubbeldeksveerboten. Voordat het zover was moest de PSD roeien met de riemen die voorhanden waren.

In 1965 nadert de toen geheten Oosterscheldebrug haar voltooiing. Reden voor geïnteresseerden om alvast bij de PSD te informeren of de Koningin Emma dan ook te koop staat. PSD-directeur Nieuwenhuis moet de geïnteresseerden teleurstellen: ‘Het m.s. “Kon. Emma” zal worden ingezet op de lijn Kruiningen-Perkpolder’.

De PSD gaf uiteraard de voorkeur aan kopladingsveerboten op Kruiningen-Perkpolder, bijvoorbeeld de verlengde Prins Bernhard (1950), Koningin Juliana (1949), Dordrecht (1933) of de Prins Hendrik (1932). Als versterking konden de zijladingsveerboten Koningin Emma (1933) en Oosterschelde (1933) voor verlichting van de wachttijden zorgen, alsook de naoorlogse zijlader Noord-Beveland (1952) met een extra breed autodek.

Tot de dubbeldeksveerboot Prinses Christina in de vaart kwam op 4 juni 1968 had de veerdienst Kruiningen-Perkpolder te kampen met capaciteitsproblemen en kwam het voor dat zijladers in de vaart moesten komen. De laatste Zeeuwse diensten van de Koningin Emma waren dan ook op het oostelijke Westerscheldeveer, voor het schip op 11 oktober 1968 de PSD-vloot verliet.

De Koningin Emma is niet de laatste zijladingsveerboot die gevaren heeft op Kruiningen-Perkpolder. Toen de ‘kleine fuiken’ voor onderhoud gestremd waren in december 1968 werd de zijlader Oosterschelde (1933) ingezet samen met de dubbeldeksveerboot Prinses Christina (1968). Tot 1972 had de PSD zijladingsveerboten in haar vloot.

Pleziervaarten

Naast reguliere veerdiensten werden PSD-boten in de jaren 30 ook ingezet voor plezier- en rondvaarten binnen Zeeland. In de zomermaanden juli en augustus werd de Koningin Emma ingezet voor pleziertochten vanuit Vlissingen. Het ging om de volgende rondvaarten: Van Vlissingen naar Middelburg en door naar Veere, waarna Zierikzee werd aangedaan, om vervolgens buitenom – langs de Walcherse duinenrij – terug te varen naar Vlissingen. In de krant Het Volk van 17 september 1934 lezen we over een opvallend voorval:

Op dien bewusten maandag 20 augustus stond er bijna een vliegende storm, toch werd besloten de terugreis van Zierikzee buitenom te doen. Een der passagiers heeft een klacht ingediend bij de Scheepvaartinspectie. Na onderzoek is gebleken dat door de zeewaardigheid van het schip de passagiers niet in gevaar zijn gebracht.

Rondvaarten met andere PSD-schepen gingen bijvoorbeeld naar Gent. Na de Tweede Wereldoorlog werden er geen reguliere pleziervaarten langs de kust uitgevoerd, de ‘Showboot’ in de jaren 50 vanuit Vlissingen en Breskens daargelaten.

Leuk detail is dat de Koningin Emma na de PSD-tijd nog een paar keer in Zeeland is geweest voor de pleziervaart en het evenement Terneuzen 400 jaar. Binnenkort keert de Koningin Emma definitief terug naar Zeeland.

Dit vind je misschien ook leuk...