Home>Nieuws>Topdag tunnel, wat als PSD dit moet verwerken?

Topdag tunnel, wat als PSD dit moet verwerken?

13 mei 2018

Afgelopen woensdag passeerden 29.218 voertuigen de Westerscheldetunnel, de drukste dag ooit voor de tunnel. Zou de PSD dit hebben kunnen verwerken? 'De wachttijd kan je beter in dagen uitdrukken'

Naar aanleiding van het nieuws over de recorddrukte bij de Westerscheldetunnel vroegen mensen zich af of het met de veerdiensten gelukt was om zo’n enorme hoeveelheid voertuigen te vervoeren. PSDnet.nl gaat op onderzoek uit in dit gedachte-experiment. Wat als de PSD 29.218 voertuigen moest overzetten binnen 24 uur?

Wat was het PSD-record?

De vervoerscijfers van de PSD zijn per veerdienst per jaar bekend, maar data op dagniveau ontbreekt. De Zeeuwse krantenarchieven bieden uitkomst. De drukste dag die we tegenkomen is 15 augustus 1989 met 17.152 vervoerde eenheden. Bij de tunnel tellen ze voertuigen, maar bij de PSD ging het om eenheden. Een personenauto was 1 eenheid en een vrachtwagencombinatie bijvoorbeeld 4 eenheden. 

Op die bewuste augustusdag in 1989 waren drie dubbeldeksveerboten in de vaart en een enkeldekker van de Prinsessenklasse. De wachttijden liepen in Vlissingen op tot 1,5 a 2 uur, in Breskens tot 1 uur. Pas in de laatste 10 jaren had de PSD de beschikking over twee dubbeldekkers op beide veerdiensten.

Van voertuigen naar eenheden

Om een goede vergelijking te maken moeten we de getelde voertuigen van de Westerscheldetunnel uitsplitsen naar eenheden van de PSD. Gelukkig gaat dat goed, want de PSD en de tunnel maken hetzelfde onderscheid in voertuigsoorten.

Uitleg eenheden PSD

Wanneer we de gedetailleerde jaarcijfers analyseren (uit het meest recente jaarverslag van de Westerscheldetunnel over 2016) en omzetten naar PSD-eenheden, zien we een belangrijk verschil tussen aantallen en benodigde ruimte. Hoewel personenauto’s (inclusief motoren) in de meerderheid zijn, neemt het vrachtverkeer (inclusief bussen en aanhangers) door hun omvang enorm veel plek in beslag. Uit de analyse blijkt dat slechts 30% van de benodigde laadmeters bestaat uit personenauto’s die op het bovendek passen. De overige 70% van de capaciteit wordt opgeëist door zwaar en hoog verkeer dat alleen maar op het onderdek kan staan.

Als we deze verdeling toepassen op de recorddag, moeten er geen 29.218 voertuigen, maar in totaal 59.367 PSD-eenheden vervoerd worden.

Zijaanzicht PSD Prins Johan Friso (1997)

Vervoerscapaciteit van de PSD

In de berekening gaan we uit van twee dubbeldekkers van het type Koningin Beatrix (1993) / Prins Johan Friso (1997) op Vlissingen-Breskens en Kruiningen-Perkpolder. De Prins Johan Friso kan in totaal 210 PSD-eenheden vervoeren. Het bovenste rijdek garandeert plaats voor 106 losse eenheden. Vrachtwagens en auto’s met aanhangers (categorie 2 t/m 4) moeten vanwege de doorrijhoogte plaatsnemen op het hoofdrijdek, goed voor 104 eenheden. Dat kunnen bijvoorbeeld 26 vrachtwagencombinaties zijn. Wanneer alle vier de dubbeldekkers in de vaart zijn, kunnen per uur 1.680 PSD-eenheden de Westerschelde passeren.

Hoeveel afvaarten waren er?

Op een normale doordeweekse dag (dienstregeling 2002) waren er 64 afvaarten per veerdienst. Een afvaart is een enkele reis, bijvoorbeeld van Vlissingen naar Breskens. Daarvoor is 5 minuten laden, 20 minuten varen en 5 minuten lossen nodig, 30 minuten totaal. In de dienstregeling van 2002 werden 40 afvaarten met de dienstboot gemaakt en 24 extra afvaarten met de tweede veerboot. In totaal waren er 128 afvaarten per dag, Vlissingen-Breskens en Kruiningen-Perkpolder samen.

PSD-dienstregeling 2003

Als je met de veerdiensten 24 uur per dag met twee veerboten per veerdienst zou varen dan kom je uit op een theoretische maximum van 192 afvaarten per dag. Nog meer afvaarten zouden alleen mogelijk zijn bij sneller varen of met het gebruik van vijf of zes veerboten, wat lastig is met de aanlegfaciliteiten.

Scenario 1: Het totale infarct

Omdat 70% van het aanbod uit vrachtverkeer bestaat dat verplicht op het onderdek moet, ontstaat er een gigantisch knelpunt. Er moeten ruim 41.000 ‘vracht-eenheden’ overgezet worden. Omdat er per afvaart maar 104 plekken op het onderdek zijn, zijn hier alleen al bijna 400 afvaarten voor nodig. En dan is er nog het aanbod van personenauto’s (categorie 1) die ook graag mee willen.

Dat is fysiek onmogelijk: de boten kunnen maximaal 192 keer per dag varen. Het resultaat is een file die niet in uren, maar in dagen wordt uitgedrukt. Wie ’s middags om 15.00u in de rij aansluit, zou pas de volgende avond om 23.00u aan de beurt zijn. Dit is uiteraard een theoretisch scenario: niemand gaat zoveel uur in de rij staan, omrijden via Antwerpen is al snel sneller immers. Daarbij zouden er files ontstaan van kilometers lengte.

Tijdvak (Aankomst) Aanbod (Eenheden) Benodigde Afvaarten Beschikbaar Tekort
06.00 – 09.00 13.653 93 24 -69
09.00 – 12.00 11.873 81 24 -57
12.00 – 15.00 10.091 69 24 -45
15.00 – 18.00 12.466 85 24 -61
18.00 – 21.00 6.530 45 24 -21
21.00 – 00.00 2.374 17 24 +7
00.00 – 03.00 1.187 8 24 +16
03.00 – 06.00 1.187 8 24 +16
TOTAAL (24u) 59.367 406 192 -214

Scenario 2: Zonder vrachtverkeer

De 408 benodigde afvaarten zijn puur nodig omdat er zoveel vrachtverkeer meegenomen moet worden. Hoe zit het zonder vrachtverkeer, dus alleen met personenauto’s en motoren?

In dat geval komen we uit op slechts 88 benodigde afvaarten om het aanbod van de recorddag te verwerken. Het aanbod bestaat dan niet meer uit bijna 60.000 PSD-eenheden, maar uit 17.756 eenheden die overal op de boot mogen staan.

Tijdvak Aanbod (Auto’s) Benodigde Afvaarten Beschikbaar Overschot (Capaciteit)
06.00 – 09.00 4.083 20 24 +4
09.00 – 12.00 3.551 17 24 +7
12.00 – 15.00 3.018 15 24 +9
15.00 – 18.00 3.728 18 24 +6
18.00 – 21.00 1.953 10 24 +14
21.00 – 00.00 710 4 24 +20
00.00 – 03.00 355 2 24 +22
03.00 – 06.00 355 2 24 +22
TOTAAL (24u) 17.756 88 192 +104

Tijdens het drukste dagdeel (06.00-09.00u) zijn er 20 afvaarten nodig. Met vier schepen in de vaart, die elk 6 keer kunnen varen in een tijdvak van 3 uur, zijn er in totaal 24 afvaarten beschikbaar. Omdat er meer capaciteit is dan aanbod, ontstaan er zelfs in de spits geen wachttijden.

Zelfs als de stroom niet gelijk verdeeld is, ontstaan er geen problemen. Stel dat in een extreem geval tussen 15.00-18.00u ongeveer 60% van het verkeer naar Zeeuws-Vlaanderen wil en slechts 40% de andere kant op. Dan moeten er in de drukke richting ruim 2.200 eenheden vervoerd worden. Daar zijn 11 volle boten voor nodig, terwijl er 24 varen. Ook in dat scenario kan iedereen dus direct mee. Theoretisch dan, want een grote stroom auto’s levert al snel vertraging op als het gaat om de toegangswegen, de kassa’s op het veerplein en nog veel meer praktische belemmeringen.

Scenario 3: Alleen personenauto’s, maar één veerdienst

Stel we nemen het gunstige scenario zonder vrachtverkeer, maar we halveren de capaciteit. We varen alleen met de veerdienst Vlissingen-Breskens (2 schepen). De capaciteit zakt dan van 192 naar 96 afvaarten per etmaal (standaard 12 afvaarten per blok van 3 uur).

Op papier lijkt dit te kunnen: er zijn immers maar 88 afvaarten nodig voor alle auto’s, en we kunnen er 96 maken. Toch loopt het mis. Dit scenario laat perfect zien waarom ‘dagtotalen’ misleidend zijn. Omdat iedereen tijdens kantooruren wil reizen, is de capaciteit van twee schepen simpelweg niet genoeg om de pieken op te vangen.

In de ochtendspits zijn 20 afvaarten nodig, maar de twee schepen kunnen er maar 12 maken. Er ontstaat direct een achterstand van 2 uur. Omdat het aanbod de hele dag hoger blijft dan de capaciteit (ook in de middag zijn er 15 tot 18 afvaarten nodig, terwijl er maar 12 zijn), groeit de file de hele dag door.

Wie om 18.00u aansluit voor de ’terugweg’, staat 5,5 uur te wachten en is pas om half 12 ’s nachts aan de overkant. Pas diep in de nacht (rond 04.00u) is de file weggewerkt. Ook hier een onrealistisch scenario in de praktijk omdat omrijden via Antwerpen sneller is en in de PSD-tijd de veerboten niet 24u per dag in de vaart waren.

Tijdvak Aanbod (Auto’s) Benodigde Afvaarten Beschikbaar (2 schepen) Tekort / Overschot
06.00 – 09.00 4.083 20 12 -8
09.00 – 12.00 3.551 17 12 -5
12.00 – 15.00 3.018 15 12 -3
15.00 – 18.00 3.728 18 12 -6
18.00 – 21.00 1.953 10 12 +2
21.00 – 00.00 710 4 12 +8
00.00 – 03.00 355 2 12 +10
03.00 – 06.00 355 2 12 +10
TOTAAL (24u) 17.756 88 96 +8

Conclusie

De laatste jaren weten steeds meer vrachtwagenchauffeurs de tunnel te vinden, mede door tolheffing in België. Door al dit vrachtverkeer zouden de veerdiensten onder de huidige omstandigheden per direct bezwijken. Er is niet simpelweg sprake van zomaar ‘drukte’, maar van een logistieke onmogelijkheid: er zijn dagelijks ruim 200 afvaarten méér nodig dan fysiek mogelijk is.

Wanneer we vrachtverkeer echter weglaten uit ons gedachte-experiment, verandert het beeld compleet. Voor alleen de personenauto’s hebben de veren een enorme overcapaciteit en zou iedereen direct mee kunnen, zelfs op een recorddag. Daar heb je wel twee veerdiensten en vier dubbeldeksveerboten voor nodig. Gaan we uit van alleen personenauto’s op de veerdienst Vlissingen-Breskens met twee schepen, dan zijn de mega-wachttijden gelijk terug.

Het is dus niet de hoeveelheid auto’s, maar de enorme groei in vrachtverkeer die de tunnel noodzakelijk maakt. De veerdiensten hadden de huidige vervoersstroom nooit kunnen verwerken; het systeem was hopeloos vastgelopen. Uiteraard is dit artikel vooral gebaseerd op theorie. In de praktijk is het verkeer nooit zo efficiënt en zullen er meer vertragingen zijn. Daarnaast gaat niemand uren in een wachtrij staan en zeggen mensen hun reis af of rijden ze via Antwerpen.

Navigatie nieuws & achtergrond

Berichtdatum: 13 mei 2018

Topdag tunnel, wat als PSD dit moet verwerken?