Berichten van boord (6)

Jan Willemsen (1959) is maritiem schrijver en publiceerde recent zijn boek 400 ton Deadweight, een ‘kustvaartroman’ over spannende belevenissen op de coaster Gerda. De auteur begon ooit als machinist bij Wijsmuller om later over te stappen naar de PSD. In deze serie artikelen deelt Willemsen zijn herinneringen aan de PSD-periode met ons. Vandaag deel 6, waarin Willemsen de herinneringen van PSD’er Willem Wisse optekent.

Stoken

Toen Willem Wisse zo rond 1950 in dienst kwam bij de Provinciale, had hij daarvoor al enige tijd op de mailboten naar Engeland gewerkt als stoker. Ook bij de PSD hadden ze in die tijd nog stomers, namelijk de Moerdijkponten. Deze ponten voeren destijds tussen Kruiningen en Perkpolder. Over die tijd het volgende verhaal.

Deze Moerdijkponten konden soms ‘zwaar’ stoken, dit hield in dat de pijpen vol met roet zaten waardoor ze slecht trokken. ‘Die rotketel stookt niet’, zei Willem en hij besloot er iets aan te doen. Hij boog de leiding van de peilglazen om en sloot deze aan op de stoomleiding.

In die tijd was echter het toerisme in opkomst en aan dek stond op deze mooie zomerdag ondermeer een open Belgische touringcar met luchtig geklede reizigers. De schoorsteen braakte roet uit en dit sloeg neer aan dek, terwijl de kapitein kwaad was en Willem van niets wist.

Reizen

Als je als aflosser geplaatst werd op een boot buiten je standplaats, kon je vroeger nogal eens lang onderweg zijn. Dat was niet altijd even leuk, zeker ook omdat lang niet alle gemaakte uren vergoed werden.

Een auto had men niet en de bus reed niet altijd meer op dat late uur. Een voorbeeld: Als je om 13u moest beginnen in Kruiningen, dan moest je om 10u de deur uit. En als je als Vlissinger op maandagochtend in Kruiningen de vroege dienst had, moest je ’s zondagsavonds om 20u al vertrekken.

Het ging dan met de trein naar Kruiningen en dan moest je verder maar zien hoe je bij de veerhaven kwam… lopen dus. En dat werd allemaal niet vergoed. Later kwam er detacheergeld van zo’n 65 gulden in de maand. Moest je in Terneuzen aflossen en je was zondags om 13.30u klaar, dan was je pas om 18u thuis. Je nam dan de bus vanaf Hoedekenskerke naar Vlissingen (met heel veel stops onderweg) en daar stond dan je fiets om mee naar huis te komen. Met je reisgeld kwam je dan maar net uit. Je moest met andere woorden maar zien dat je er kwam.

Om die reden werd er daarom ook nogal eens naar huis gelift. Het was op de laatste overtocht van  van die dag van Perkpolder naar Kruiningen dat Willem Wisse de dekdienst vroeg of ze eens om wilden kijken naar een passagier die ook richting Vlissingen moest. De bussen reden immers op dat late uur niet meer.

Een lift werd gevonden, maar de bestuurder zei ‘me bin nog nie tuus oar’. En daar bleek hij gelijk in te krijgen. Willem was aan de goden overgeleverd want de man bleek dronken te zijn en reed in Kruiningen gelijk naar het café. Later ging het verder naar Goes, maar ze raakten zonder benzine en met een jerrycan heeft Willem toen een lossepomp houder (benzinepompen langs de snelweg waren er toen nog niet) uit zijn bed gebeld.

Weer verder ging het, maar bij de Sloedam ging het mis want hier reed de bestuurder zijn banden lek op een paar paaltjes. ‘Ik ga slapen’, zei de man. ‘Ik rij geen meter meer!’ ‘Er valt ook niets meer te rijden’, zei Willem. ‘Ik ga lopen.’ Om 24u was Willem van boord gestapt. Om 4 uur was hij thuis.

Je maakt wat mee.

Dit vind je misschien ook leuk...