Berichten van boord (5)

Jan Willemsen (1959) is maritiem schrijver en publiceerde recent zijn boek 400 ton Deadweight, een ‘kustvaartroman’ over spannende belevenissen op de coaster Gerda. De auteur begon ooit als machinist bij Wijsmuller om later over te stappen naar de PSD. In deze serie artikelen deelt Willemsen zijn herinneringen aan de PSD-periode met ons. Vandaag deel 5: bahco, hoog bezoek & betonrot.

Bahco

Een zekere WTK in dienst van de Provinciale was erg zuinig op zijn gereedschap. Gebruiken mocht, omdat het daar toch voor bedoeld was uiteindelijk, maar het ging hem aan het hart. En na gebruik alles poetsen graag! Nu was het zo dat als er slecht weer op komst was, de salonramen op de enkeldekkers werden afgeblind met luiken tegen overkomende zeeën. De matrozen hadden hiervoor wel een grote bahco nodig van de meester.
En waar hij altijd zo bang voor was geschiedde: ‘Meester, de bahco ligt in de majem!’ In werkelijkheid hadden de jongens hem in een kast opgeborgen. ‘Rustig maar meester, we weten waar hij ongeveer ligt, we dreggen hem wel op.’ En terwijl de meester er niet meer in geloofde kwam de druipende bahco toch boven water. ‘Willem, leg hem meteen in de gasolie’, zei de meester. ‘Ongelofelijk, door zo’n klein oogje’, mompelde hij.

Hoog bezoek

Het kwam natuurlijk weleens voor dat er leden van het Koninklijk Huis overgezet wilden worden en dat vergde wat extra inzet van de opvarenden. Zo gebeurde het een keer dat onze koningin Juliana de oversteek Vlissingen-Breskens zou maken. Koninklijk of niet, een bezoek aan het toilet moeten we allemaal een keer maken en dus werd er een toilet vrijgehouden en bewaakt door twee matrozen die er onberispelijk uitzagen. Omdat je onze majesteit niet op een bril laat plaatsnemen waar ook het gewone volk op zit, kwam daar dan speciaal een mannetje voor die er een koninklijke bril opschroefde.

Groot was de consternatie toen onze majesteit via het veer Kruiningen-Perkpolder zou reizen. Onze ‘brillenman’ moest snel zijn. Onze koningin echter, besloot er geen gebruik van te maken. Als alles dan achter de rug was (ook de dienst) was er bier bij de hofmeester. En daar werd gretig gebruik van gemaakt.

Betonrot

In de periode dat de enkeldekkers de dienst onderhielden (uitmaakten) tussen Vlissingen en Breskens was de Prinses Margriet die keer als derde boot ingezet. Normaal gesproken meerde zij ’s avonds af achter in de Buitenhaven, bij de grindwasserij. Omdat daar op een gegeven moment werkzaamheden waren, moest de Margriet naar de Binnenhaven om bij de werkplaats af te meren.

Dus zodra de Margriet gelost was moest deze de fuik vrijmaken om de volgende boot de gelegenheid te geven om binnen te kunnen lopen. Meestal ging men dan even naar ‘buiten’ en wachtten ze op de Westerschelde het moment af waarop de haven vrij was en de sluis gereed. Deze keer echter besloot onze kapitein om tussen de fuik en de sluis te wachten, hierbij de Margriet tegen het beton van de kade drukkend. Dit ging echter met nogal wat geweld gepaard, zodanig dat de stukken uit de kade vielen. Dat was niet zo best, maar toen Rijkswaterstaat er later op terugkwam beweerde de kapitein doodleuk dat het betonrot was.


© Rijkswaterstaat / Beeldbank VenW

Dit vind je misschien ook leuk...