De tragedie op de Luctor et Emergo

Pinksterzondag 1940 begon in Vlissingen koud, maar met veel zon. Aan de ponton in de Buitenhaven lag de als hospitaalschip ingerichte PSD-veerboot Luctor et Emergo (1915). Het schip was wit geschilderd en voorzien van duidelijke rode kruizen. Nederland was een paar dagen eerder binnengevallen door Nazi-Duitsland, maar de strijd tegen de bezetter was nog in volle gang. Die bewuste zondagochtend 12 mei 1940 doken boven Vlissingen Duitse gevechtsvliegtuigen op.

Belangrijke data meidagen 1940:
[table id=10 /]

Twee meisjes genaamd Melva (13) en Julia (14) waren onderweg van hun kostschool in Aardenburg naar Walcheren. Aangekomen in Vlissingen zochten ze gezien de plotselinge dreiging vanuit de lucht een schuilplaats op het hospitaalschip Luctor et Emergo. De paniek in de haven was groot en waarschijnlijk dachten de meisjes een veilig heenkomen gevonden te hebben op de Luctor et Emergo. Dat gold ook voor twee volwassenen en een kleuter, die zich op het schip bevonden ten tijden van de luchtaanval. ‘Koninkrijk’-auteur Loe de Jong tekent in zijn boek (deel 3, p.470) het volgende op over de aanval:

Vrouwen en kinderen gillen het uit van angst. De tram in de richting van Middelburg zat spoedig ‘tjokvol met vluchtelingen waarvan velen soms zonder kleren, dekens en papieren waren weggelopen’

De Luctor et Emergo werd net als drie andere schepen in de Buitenhaven getroffen door de Duitse aanval. Een Luftwaffe-bom trof het hospitaalschip midscheeps. De Luctor et Emergo zonk.

Berging

Pas in augustus 1940 werd begonnen met de berging van het schip, tot die tijd was niet duidelijk hoeveel slachtoffers er waren gevallen bij de luchtaanval. Tak’s Bergingsdienst uit Rotterdam kon de Luctor et Emergo lichten en aan de dijk zetten. Aan boord van het schip ‘heerscht een geweldige ravage’, viel te lezen in de krant.

Unieke en nooit eerder gepubliceerde foto’s beamen dit beeld. De foto’s die PSDnet.nl heeft ontvangen van een bezoeker tonen het hospitaalschip op de dijk. De ravage is verschrikkelijk, het schip is amper te herkennen. De twee foto’s laten een zwarte bladzijde zien in de geschiedenis van de PSD en Zeeland in het algemeen.


© psdnet.nl / collectie Danny Corstens

Nadat het schip geborgen was, werd duidelijk dat er twaalf mensen waren omgekomen:

[table id=5 /]

‘Hartverscheurende toonelen’

Op 3 augustus 1940 werden de slachtoffers begraven op de algemene begraafplaats van Vlissingen. Eerst vond de begrafenis plaats van de burgerslachtoffers, ’s middags werd het PSD-personeel begraven. Klokslag 8u werden de meisjes Melva Buysse en Julia van Besien begraven, net als Madelaine Plasschaert (26). De Vlissingse Courant van die middag schrijft hierover:

Juist toen de plechtigheid was geëindigd, verscheen de familie op het graf. Het geheel maakte een pijnlijke indruk

Door een pijnlijk misverstand over het tijdstip was bijna niemand aanwezig op de begrafenis van Melva, Julia en Madelaine. Later die ochtend werd het jongste slachtoffer begraven, de op 3-jarige leeftijd overleden Bernard de Kort. De plechtigheden ’s ochtends vormden een schril contrast met de teraardebestellingen later die middag.

Bij de begrafenis van het PSD-personeel verschenen onder meer burgemeester van Vlissingen Van Woelderen en Commissaris van de Koningin Quarles van Ufford. De krant sprak over ‘hartverscheurende toneelen’ die middag op de begraafplaats. Het ging om een begrafenis met militaire eer – vooral Duitse eer moet gezegd worden – lezen we in de PZC van 5 augustus 1940:

Bij het graf had zich een vuurpeleton, bestaande uit zes Duitsche marinematrozen, onder commando van een Feldwebel, opgesteld om de militaire eer te bewijzen

Het moet een vreemde situatie zijn geweest. Twaalf mensen lieten het leven door een aanval van Nazi-Duitsland op een civiel hospitaalschip en de begrafenis vond plaats met Duitse militaire eer. Met een Feldwebel en een Nazi-vuurpeleton dat driemaal salveerde over de nog geopende graven. Een kletterende kogelregen van uitgerekend de vijand op ‘hen die vielen voor het vaderland’, de Nederlandse driekleur gedrapeerd over hun kisten.

De PZC interpreteerde de Duitse aanwezigheid als ‘gebaar van innig medeleven’:

De correcte wijze waarop de militaire autoriteit den gevallenen de laatste eer bewees, maakte op alle aanwezigen een diepe indruk.

Tenslotte werd los van het overige personeel hofmeester Johannes de Ronde begraven in zijn familiegraf en werd de laatste opvarende begraven, Petrus Eekman.

Oorlogsmonument

In 1954 is op de Noorderbegraafplaats van Vlissingen een oorlogsmonument opgericht met daarop de namen van de bemanningsleden van de Luctor et Emergo. ‘In dienst van het Vaderland zijn op 12 mei 1940 in Vlissingen gevallen aan boord van de Luctor et Emergo’, luidt de tekst.

Dit vind je misschien ook leuk...