Een kijkje benedendeks

Een herkenbare situatie voor veel Zeeuwen: de veerboot ligt in de fuik en het plotseling aanzwellen van het gedreun van de scheepsmotoren vormt het ‘vertreksein’. Het signaal dat de machtige dubbeldekker van wal steekt en dat de reis naar de overkant begonnen is. Eenmaal onderweg verdwijnt het inmiddels rustige en ritmische machinegeluid over de stille Westerschelde. Meters onder het onderste autorijdek bevindt zich de machinekamer, een wereld waar weinig PSD-passagiers een blik op hebben geworpen. Dit artikel geeft een kijkje achter de schermen en een korte beschrijving van de werking van de apparatuur.

Eerste dubbeldeksveerboten

De veerboten Prinses Christina (1968) en Prins Willem-Alexander (1970) hadden een dieselelektrische voortstuwingsinstallatie met vaste schroeven. Oudere PSD-veerboten, zoals de drie zijladers uit 1933, waren uitgerust met een dieselmechanische installatie, waarbij de schroef direct door de dieselmotor werd aangedreven. De koplader Prinses Juliana uit 1931 was het eerste PSD-schip met dieselektrische voortstuwing. Dit concept werd daarna veelvuldig toegepast, zo ook bij de eerste twee dubbeldeksschepen.

De MAN-dieselmotoren van de Christina en Willem-Alexander waren verbonden aan generatoren voor elektrische gelijkstroom, op hun beurt verbonden in één stroomkring met de elektromotoren die de scheepschroef aandreven. Door het gelijkstroomnet was er een apart draaistroomnet nodig (met eigen generatoren) voor andere elektrische apparatuur of bijvoorbeeld het licht op de veerboot.

Een nadeel van de toegepaste techniek was dat er veel elektrische apparatuur onderhouden moest worden en dat de besturing complex kon zijn, zo blijkt uit een artikel van Schip en Werf over de voortstuwing van Nederlandse dubbeldeksveerboten (september 2005). In hetzelfde tijdschrift werd in een bespreking (juli 1968) van de Prinses Christina juist het volgende gemeld:

Grote aandacht werd besteed aan de eenvoud en overzichtelijkheid (van de machines, red.), zodat ook door niet gespecialiseerd personeel de installatie betrouwbaar kan worden bediend en onderhouden

Benedendeks

Onder het onderste autodek bevonden zich niet alleen machines. Ook de bemanning had benedendeks zijn onderkomen, verdeeld over twee verblijven met hutten en gemeenschappelijke ruimtes. In totaal konden 22 bemanningsleden op de veerboot verblijven en gebruikmaken van gemeenschappelijke ruimtes zoals het dagverblijf (bijvoorbeeld tussen diensten in) en de wasruimtes met douche. Dit alles bevond zich op het tussendek, het eerste dek onder het rijdek. De machines en apparatuur stonden opgesteld op een dek daaronder, maar deze machinekamers liepen in de hoogte door tot aan het onderste rijdek. In tegenstelling tot de Prinsessenboten bevond er zich geen salon onderdeks.


© psdnet.nl | De andere helft is niet weergegeven omdat deze bijna symmetrisch is

Naast de machines was het hart van de wereld onderdeks de goed geïsoleerde controlekamer, een soort ‘brug’ om de verschillende apparatuur te bedienen en te monitoren. De bemanning op de echte brug kon de motoren overigens zelf bedienen vanop afstand, maar de machinist had desalnietemin genoeg te doen beneden.

De Prinses Christina was uitgerust met vijf dieselmotoren, waarvan er één min of meer als reserve diende. Zusterschip Prins Willem-Alexander was dan ook uitgerust met ‘slechts’ vier MAN-diesels. In het gesimplificeerde schema is de situatie op de Prinses Christina uitgetekend met bijbehorende technische informatie. In 1999 is op beide schepen de hulpgeneratorset vervangen door een onderhoudsarm model van Volvo-Pentax.

Schema voortstuwingsinstallatie
© psdnet.nl | M = motor, G = generator, S = schroef, D = diesel, E = elektro

Koolborstel

Een onderdeel van de elektromotoren was de koolborstel, hieronder afgebeeld. Sjaak van Loo uit Kruiningen heeft een aantal koolborstels van de Prins Willem-Alexander in zijn bezit en stuurde ons deze foto. De koolborstel is een specifiek onderdeel uit een elektromotor en verdient enige uitleg. Elektromotoren werken op basis van magnetische polen en door inductiewerking gaat er een rotor draaien. Om te zorgen dat deze rotor blijft draaien, moet de polariteit van de stroom steeds gewisseld worden. Dit kan met behulp van de geleidende commutator en de koolborstels.


© Sjaak van Loo | De batterij geeft de grootte weer en heeft verder niets met de koolborstel te maken

De koolborstel verzorgt via de commutator het elektrische contact van het statische deel van de motor met het roterende gedeelte (rotor of anker genoemd). Uit het zwarte blokje grafiet (ook de grondstof van potloden) steekt een geleidende draad, de litze genaamd, waarmee de koolborstel verbonden is met de rest van het statische gedeelte. Koolborstels slijten wegens het contact met het bewegende onderdeel van de machine en moeten regelmatig vervangen worden.

Tunnel & Italië

Op het onderste dek lag de ‘tunnel’, deze verbinding liep onder de bemanningsverblijven door en aan weerszijden bevonden zich tanks voor ballastwater en brandstof. Op de foto rechts is de tunnel te zien op de veerboot Prins Willem-Alexander. Na de komst van de andere tunnel, de Westerscheldetunnel, werden de PSD-veerboten verkocht. De Prinses Christina en Prins Willem-Alexander hebben niet veel gevaren in Italië.


© Mike Jackson

Ongeveer een half jaar voor de sloop van de Prinses Christina (Ladies Matacena) nam Mike Jackson een kijkje op het schip in de haven van Reggio di Calabria. Op de foto zijn de drie MAN-diesels te zien die zijn opgesteld voor de controlekamer. Links buiten beeld bevinden zich nog de overige machines. Eind 2012 vertrok de Ladies Matacena met zusterschip Athos Matacena (Prins Willem-Alexander) naar een Turks sloopstrand. Het mooie machinegeluid van deze veerboten is sindsdien voor altijd weggeëbd over de zee. Wel bestaat er nog een CD met de geluiden van PSD-veerboten.

► We zijn nog op zoek naar foto’s van de bemanningsverblijven benedendeks. Heeft u nog iets liggen dan zouden we daar erg blij mee zijn.

Dit vind je misschien ook leuk...