De Oosterschelde bij Doeksen

De PSD-veerboot Oosterschelde (1933) werd in de zomers van 1959 tot 1963 uitgeleend aan Rederij Doeksen. In het hoge noorden werd de Zeeuwse zijlader ingezet op de veerdienst tussen Harlingen en Terschelling. De Oosterschelde werd gehuurd omdat het schip meer auto’s kon overzetten dan het vlaggenschip van Doeksen, de veerboot Friesland uit 1956.


© archief Douwe Jorritsma | Passagiers mochten bij Doeksen op het voordek (‘de bak’) staan, bij de PSD was dit ten strengste verboden.

In 1959 komt de Oosterschelde voor het eerst naar Terschelling, het Nieuwsblad van het Noorden schrijft eind juni 1959 daarover het volgende:

Het schip vertrekt in de loop van morgen (1 juli 1959, red) binnendoor naar Rotterdam, daarna over zee naar Den Helder en vervolgens over de Waddenzee naar Terschelling. Personeel van de rederij Doeksen is in de loop van maandag in Vlissingen aangekomen om het schip te bemannen en klaar te maken voor de reis. (…) Om moeilijkheden (in Zeeland, red) te voorkomen heeft men in het huurcontract de bepaling doen opnemen dat bij eventuele moeilijkheden op verkeersgebied de Oosterschelde binnen tweemaal vierentwintig uur in Zeeland terug zal zijn.

Jaarlijkse PSD-reünie bij Doeksen

Bij Doeksen vaart de Oosterschelde samen met onder andere de Schellingerland naar Terschelling. Een ontmoeting van twee Zeeuwse veerboten op de Waddenzee dus, want de Schellingerland werd in 1916 gebouwd voor de PSD als Zeeuwsch-Vlaanderen. De voormalige PSD-veerboot Noord Beveland (1912) – bij Doeksen in de vaart als Noord Nederland – werd in 1959 verkocht.

Verschillen tussen de Zeeuwsch-Vlaanderen (1916) en de Oosterschelde (1933)

Juist door de komst van de Oosterschelde en haar zusterschepen werd de stoomboot overbodig in Zeeland. In 1933 werd de Zeeuwsch-Vlaanderen verkocht aan Doeksen en bleef daar nog tot 1964 in de vaart. Waar de veerboten bij de PSD nooit samen in de vaart zijn geweest, gebeurde dit dus wel bij Doeksen in de jaren 60: een unieke situatie.

De Schellingerland en de Oosterschelde

Op bovenstaande foto uit een krantenbericht zijn links de Schellingerland en de Oosterschelde samen te zien, in de zomer van 1960 gelegen aan de kade in Harlingen. Rechts op de foto ligt de Friesland.

PSD ’s zomers zonder de Oosterschelde

In Zeeland werd in 1960 wat geschoven met veerboten omdat de Oosterschelde uitgeleend werd. Zo kwam op 1 juli 1960 de koplader Prins Hendrik officieel in dienst op de veerdienst tussen Terneuzen en Hoedekenskerke, traditioneel het domein van zijladers. Het zusterschip van de Oosterschelde, de Prins Willem I zou op de dienst naar Terneuzen varen, maar bleek hard nodig op de veerdinest Kats – Zierikzee. Daarom mocht de koplader Prins Hendrik komen invallen in de plaats van de uitgeleende zijlader Oosterschelde.

In Terneuzen en Hoedekenskerke ontbrak het aan een aanleginrichting voor kopladers, maar de Prins Hendrik had meer capaciteit voor auto’s dan de Oosterschelde. Een ware stoelendans, want de Oosterschelde moest juist de problemen met capaciteit voor autovervoer bij Doeksen oplossen.

Vracht naar Vlieland

Een unieke foto uit het Tresoar-archief in Leeuwarden laat de Oosterschelde zien in de vrachtdienst bij Doeksen. Op het achterdek staan dit keer geen auto’s, maar ligt een lading hout. De veerboot werd kennelijk ook sporadisch gebruikt als vrachtboot om goederen te vervoeren naar Vlieland.


Met dank aan Ben Gernaat

Kapitein Gorter

Kapitein Gossen Gorter Doeksen Gossen Gorter was kapitein op de sleepboot Doggersbank van Doeksen. ‘ ’s Zomer is Gorter steevast toegevoegd aan de veerdienst en staat hij op de brug van de Oosterschelde’, valt te lezen in de Leeuwarder Courant van 30 maart 1963. In 1973 ging Gorter met pensioen, na 45 jaar werkzaam te zijn geweest bij Doeksen. Hij kreeg een kleurentelevisie aangeboden op zijn afscheidsreceptie.
Op de foto links kijkt de kapitein over een dichtgevroren Waddenzee, iets wat hij met de veerboot Oosterschelde niet gezien heeft. Wel zijn mooie foto’s bewaard gebleven van andere Doeksen-veerboten in het ijs.

Fietsen

In augustus 1963 was het slecht weer, tijdens een overtocht met de Oosterschelde stormde en regende het flink. Op de veerboot stonden zo’n 150 fietsen van vakantiegangers, op weg naar Harlingen. Aan de fietsen hingen in de jaren 60 de vervoersbewijzen van de NS. Aangekomen in Harlingen bleken deze NS-kaartjes op naam over het hele autodek verspreid te liggen, als ze al niet waren verdwenen in de Waddenzee. Dit alles leverde een grote puzzel op, aangezien iedereen zijn vervoersbewijs terug wilde vinden om met de trein mee te kunnen.

Terug naar Zeeland

De zomer van 1963 was de laatste voor de Oosterschelde in het noorden. Net als de vele vakantiegangers keerde ook de veerboot weer terug na een lang uitstapje op het eiland. De Oosterschelde werd in Zeeland weer ingezet op zowel Kats – Zierikzee als Terneuzen – Hoedekenskerke.
Na het opheffen van de eerste veerdienst werd de Oosterschelde beurtelings ingezet met de Prins Willem I op de veerdienst naar Terneuzen. De zijladers wisselden elkaar af na een half jaar, waarna de andere veerboot in onderhoud ging. In 1972 werd de Oosterschelde verkocht door de PSD, na het opheffen van de veerdienst Terneuzen-Hoedekenskerke. De bedoeling van de Werkgroep PSDnet.nl is dat de Oosterschelde in 2015 weer terugkeert naar Zeeland.

Dit vind je misschien ook leuk...