Omgekeerde wereld in de jaren 60

Een koplader op de dienst Terneuzen-Hoedekenskerke en zijladers tussen Kruiningen en Perkpolder: In de jaren 60 wisselde de PSD weleens met veerboten.

Koplader

De koplader Prins Hendrik werd in 1932 gebouwd voor de dienst Hansweert-Walsoorden. Alleen in Vlissingen en Breskens waren toentertijd geschikte aanlegsteigers, daarom werd de Hendrik ook voorzien van de mogelijkheid te varen als zijlader. In de jaren 40 verlegde de PSD de veerdienst Hansweert-Walsoorden naar Kruiningen-Perkpolder. Daar waren nieuwe, ruime havens met kopladingsinrichtingen.

Na de oorlog voer de Prins Hendrik voornamelijk op het oostelijke Westerscheldeveer. Naast twee veerdiensten met koplading kende de Westerschelde ook nog een dienst met zijladers: Terneuzen-Hoedekenskerke. Die dienst was jaren het domein van de zijlader Prins Willem I en zusterschepen. Begin jaren 60 kwam daar verandering in. Bij wijze van test kwam de koplader Prins Hendrik op bezoek.

Hoog bezoek

Begin mei 1960 werd de Prins Hendrik ingezet voor een overtocht met minister Klompé die een werkbezoek bracht aan de provincie. Eind mei 1960 maakte koningin Juliana een overtocht met de Prins Hendrik tussen Hoedekenskerke en Terneuzen. Het staatshoofd legde een bezoek aan de Zeeuws-Vlaamse plaats af.

Schuiven

Op 1 juli 1960 kwam de Prins Hendrik officieel in dienst op de veerdienst naar Terneuzen. Kennelijk beviel het gebruik van de grotere veerboot, toch was er ook sprake van enige noodzaak. De Prins Hendrik verving namelijk de zijlader Prins Willem I, die hard nodig was op de Oosterscheldedienst. Dit omdat het zusterschip ‘Oosterschelde‘ uitgeleend was aan Doeksen voor de dienst naar Terschelling.

Dat de Prins Hendrik niet de meest geschikte veerboot voor de dienst was, bewijst het volgende voorbeeld. Op 8 augustus 1961 stond er een stormachtige wind uit zuid-zuidwestelijke richting op de Westerschelde. Daarom werd ’s middags besloten niet meer te vertrekken uit Terneuzen. Het binnenlopen van de veerhaven van Hoedekenskerke zou niet lukken was de inschatting.

Niet verwonderlijk keerde de zijlader weer terug op de dienst Terneuzen-Hoedekenskerke. De PSD leende na 1963 geen zijlader meer uit aan Doeksen. De opening van de Zeelandbrug in 1965 verminderde de krapte in de PSD-vloot verder.

Zijladers

Eind 1965 had de PSD dus zijladers over van de Oosterscheldedienst. Het vrachtverkeer nam in de jaren 60 enorm toe op de dienst Kruiningen-Perkpolder. Daarom werd besloten tot de bouw van een dubbeldeksveerboot. Deze veerboot liet nog wel even op zich wachten, daarom moest de PSD op het oostelijke veer de dienst uitvoeren met alle beschikbare veerboten. Zo kwam het voor dat ook zijladers dienst deden op Kruiningen-Perkpolder.

Dit vind je misschien ook leuk...