‘Helden zijn het, Kees en Lieske’


Tekst en foto’s: Anders Hoendervanger

Het is een heiige ochtend in Groningen, de Martinitoren voor de helft in nevel gehuld. Aan de Oosterkade ligt de statige raderstoomboot Freya (1905). Eens het vlaggenschip van de Provinciale Stoombootdiensten, nu rondvaartboot in Duitsland. Vandaag staat het bijzondere verleden van het schip centraal tijdens een speciale rondvaart over het Eemskanaal.

De Freya steekt van wal, maar niet zonder slag of stoot. Twee zware bolders op het schip sneuvelen door een kleine aanvaring met de kade. Een matroos legt de afgebroken bolders beteuterd neer op het voordek. Als de ‘dame op leeftijd’ eenmaal op stoom is, begint in de salon het programma. Door verschillende sprekers wordt de geschiedenis van de veerboot verteld. Van Westerschelde, De Zwaan, De Nederlander naar Freya. Initiatiefnemer van de dag is Jeanne Zwaans, het nichtje van verzetsheld Kees Zwaans.

In de Tweede Wereldoorlog heeft verzetsman Kees Zwaans veel mensen helpen onderduiken op het schip, toen De Zwaan genaamd. Twee van de toenmalige onderduikers stappen zaterdagochtend weer aan boord van het schip waar zij hun leven aan te danken hebben.
Herman Silbernberg zat in de Tweede Wereldoorlog aan boord van het schip: ‘Eerst zaten we ondergedoken in een boerderij, maar toen de buren opmerkten dat “de gordijnen altijd dicht waren” in onze kamer moesten we daar vertrekken. Kees bood uitkomst met De Zwaan. Zijn instructies waren duidelijk: “De schippers mogen jullie niet zien.”’

In het vooronder konden de onderduikers voor gevaar worden gewaarschuwd met klopsignalen. Elke maand werd een ander klopsignaal gebruikt in verband met de veiligheid. Bij geklop hadden de onderduikers genoeg reden om naar ‘de hel’ te vluchten, zoals de geheime ruimte onder het vooronder genoemd werd.

Ook Lyda Koster zat aan boord van De Zwaan in de oorlog. ‘Dit doet me meer dan ooit’, zegt ze kijkend naar de volle salon van de Freya. Destijds was ze 1,5 jaar oud, een litteken van een val aan boord is de enige tastbare herinnering aan haar verblijf op het schip. De verhalen uit overlevering spreken echter boekdelen. ‘Helden zijn het, Kees en Lieske. Nu ben ik 50 jaar getrouwd en gelukkig dit te hebben meegemaakt, als een van de weinigen’, doelt Koster op de holocaust.

‘Persoonlijk heb ik “de hel” mogen afbreken’, vertelt de volgende spreker: Klemens Key. Samen met zijn vader heeft hij De Zwaan eind jaren 80 van een sloper gekocht en omgebouwd tot de raderstoomboot De Nederlander.

Zowel jr. als sr. zijn aanwezig op de Freya van reder Sven Paulsen, aan wie het duo het schip in 1999 van de hand deed. Key wijst de trap naar het benedenschip aan: ‘Een van de weinige originele delen van de Westerschelde.’ Dan tovert hij een raamsleutel uit zijn zak en overhandigt deze aan Sven Paulsen: ‘Vergeten bij de verkoop’. De Duitse reder heeft de aangrijpende verhalen aangehoord en neemt ten slotte zelf het woord. ‘Ik ben erg onder de indruk. Helaas kan ik het verleden niet veranderen’, zegt Paulsen.

De Freya is inmiddels in de buurt van Delfzijl aangekomen en keert. Op de terugreis naar Groningen delen de passagiers herinneringen. Menig fotograaf staat op de dijk van het Eemskanaal de raderstoomboot op te wachten. Volgend jaar is het 110 jaar geleden dat de Freya als Westerschelde te water werd gelaten.

Het schip is daarmee de oudste nog bestaande ‘Provinciale boot’. Door de komst van de Freya zijn er dit weekend maar liefst vier voormalige PSD-veerboten in het land. Een van de schepen is de slechts 81 jaar ‘jonge’ Oosterschelde. Vanavond ligt deze Zeeuw in Zwolle er verlaten bij als restaurantschip Willem-Jan. Zoals ook een liefhebber op de Freya verzucht, wordt het tijd dat binnenkort een echte zijlader de provincie aan doet. Of nog beter, dat Zeeland ooit recht doet aan dit stukje cultureel erfgoed en zorgt dat de herinnering aan de veerdiensten niet verloren gaat door een schip terug te halen.

► Bekijk alle foto’s van de rondvaart.

You may also like...