Deel 1: Het Zeeuwse verleden

Op 12 april komt de oudste nog bestaande PSD-veerboot terug naar Nederland. Een unieke gebeurtenis. In dit kader beschrijft psdnet.nl in drie delen de rijke geschiedenis van dit schip, de voormalige Westerschelde uit 1905. Vandaag het eerste deel met aandacht voor de Westerschelde als veerboot van de PSD.

Oudste Zeeuwse veerboot

Niet veel PSD-veerboten zijn nog in de vaart. De meeste Zeeuwen zijn op de hoogte van de laatste dubbeldekkers die nog in Italië varen, of de enkeldekker Prinses Margriet in Indonesische wateren. Dichter bij huis zijn nog een aantal oudere veerboten te bewonderen, namelijk de Estrella (Koningin Emma, 1933) in Scheveningen of de Willem-Jan (Ooster-Schelde, 1933) in Zwolle. In Zeeland zelf is alleen de Zuidvliet (1914) nog aanwezig. Deze kleine boot ligt in slechte conditie in de museumhaven van Zierikzee.

De oudste voormalige Zeeuwse veerboot vaart echter in Duitsland nog zonder problemen rond als Freya. Deze raderstoomboot is in 1905 gebouwd als Westerschelde voor de veerdienst Vlissingen-Breskens. Tegenwoordig maakt de stoomboot rondvaarten over het Kielerkanaal, al hoewel het schip in de afgelopen 109 jaar wel aan veranderingen onderworpen is.

Over de Westerschelde

De Westerschelde kwam begin december 1905 voor het eerst aan in Vlissingen. De 51 meter lange raderstoomboot werd gebouwd door J.&K. Smit in Kinderdijk, Zuid-Holland. Het schip was een van de laatste raderstoomboten. Alleen in 1908 liet de PSD nog een boot van dit type bouwen, waarna op schroefstoomboten overgestapt werd. De Westerschelde werd ingezet op de gelijknamige rivier, tussen Vlissingen en Breskens maar later ook op de diensten naar Terneuzen.

Op 13 en 14 september 1907 fungeerde de Westerschelde als koninklijk jacht tijdens het bezoek van koningin Wilhelmina aan Zeeland. Een aantal jaar later brak de Eerste Wereldoorloog uit en heeft de Westerschelde veel Belgen overgezet, gevlucht uit bezet België naar neutraal Nederland.

In Zeeland was de auto in de jaren 20 bezig aan zijn opmars. Het toegenomen verkeer noopte de Provinciale Stoombootdiensten hun heil te zoeken in grotere veerboten met koplading, zoals de Koningin Wilhelmina uit 1927. De vloot werd in rap tempo vernieuwd, zo waren begin jaren 30 de dagen van de Westerschelde geteld. Het comfort van de raderstoomboot liet te wensen over, valt in 1933 te lezen in de Zierikzeesche Nieuwsbode toen de Westerschelde op het laatst ook weleens op de Oosterscheldedienst werd ingezet:

De tweede klas-reizigers kunnen te midden van auto’s, fietsen, vrachtgoed enz. zich met een staanplaats vergenoegen, of in ‘t vooronder (het z.g. hol) plaats nemen!

Juist dit vooronder zou een grote rol gaan spelen in de geschiedenis van de Westerschelde, hierover later meer. In 1933 liepen de ‘crisisboten’ van de PSD van stapel: de drie zijladers Koningin Emma, Ooster-Schelde en Prins Willem I. De komst van deze moderne dieselelektrisch voortgestuwde veerboten maakten de Westerschelde overbodig. Hierop besloot de Provincie de veerboot te verkopen aan F. de Clerc uit Terneuzen.

Zeeuw in Limburg

In 1935 lukte het de Clerc een koper te vinden voor de stoomboot. Deze koper was Petrus J. Zwaans uit Oosterhout, Noord-Brabant. Hij wilde een oliebunkerschip maken van de Westerschelde. Hiervoor werd het schip in Hendrik Ido-Ambacht ontdaan van haar stoomketel en raderkasten om vervolgens plaats te maken voor drie olietanks afkomstig uit een levertraantanker. In Terneuzen werd de voormalige veerboot verder verbouwd, op de Terneuzensche Scheepsbouw Mij. Op een Zeeuws-Vlaamse boerderij werd een aggregaat op de kop getikt, die moest zorgen voor de stroomvoorziening aan boord. Petrus Zwaans doopte het schip ‘De Zwaan’ en legde de voormalige Zeeuwse veerboot in Grevenbicht, bij Born in Limburg.

Lees hier deel 2 in deze serie.

Dit vind je misschien ook leuk...