Zandkreek
De Zandkreek werd in 1926 gebouwd bij de firma Boele in Bolnes, Zuid-Holland. De veerboot was bestemd voor de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk. Deze veerdienst viel toen officieel nog niet onder de PSD, maar stond wel onder provinciaal toezicht.
Het vaartuig werd uitgerust met een Deutz diesel motor van 100/120pk. De ontwerper was ingenieursbureau M.A.Cornelissen, de ontwerpers van onder meer de Schouwen en de Koningin Emma.
Met een lengte 30 meter was de Zandkreek een stuk korter dan bovengenoemde veerboten. De geringe diepgang van 1,5 meter maakte de veerboot uiterst geschikt voor het varen over de Zandkreek.
In dienst
Op 29 juni 1926 werd de proefvaart gemaakt. Aan de eisen werd voldaan en een snelheid van 18 km/u werd bereikt, zo’n 9 knopen.
De Zandkreek verving een motorhoogaars die tussen Kortgene en Wolphaartsdijk voer. Deze hoogaars ging een nieuwe carrière tegemoet bij de PSD in Zierikzee. Wanneer de boot wegens laag water aan de ingang van de haven moest blijven liggen konden passagiers toch naar ‘t Luitje worden gebracht. Eind december 1926 kwam de Zandkreek in dienst.
Verlenging
Gedurende de oorlog bleef de Zandkreek varen. Na de oorlog is de veerboot in 1948 met 6 meter verlengd. Na een jaar moest men echter al concluderen dat er meer nodig was dan deze ingreep. Daarom werd een nieuwe veerboot besteld voor deze dienst, de Noord-Beveland. Nadat deze eind 1952 in dienst kwam werd de Zandkreek reserveboot. De maanden na de Ramp deed de Zandkreek dienst op het tijdelijke veer Zierikzee-Anna Jacobapolder.
Reserveboot
Als reserveboot was de Zandkreek niet zo geschikt. In de jaren 50 was het vervoersaanbod dermate toegenomen dat het kleine veerboot het niet meer aan kon. Af en toe werd de Zandkreek dan ook bijgestaan door de Oosterschelde tussen Kortgene en Wolphaartsdijk.
Op de Oosterschelde
Halverwege jaren 50 werd de Zandkreek nog weleens ingezet tussen Katscheveer en Zierikzee. Dit hoewel de veerboot daar niet bijster geschikt voor was, gezien de kleine afmetingen en geringe diepgang. Ook beschikte het schip anno 1958 niet over een radarinstallatie.
Dit leidde op 16 januari 1958 tot de stranding van de veerboot bij vertrek uit het Havenkanaal van Zierikzee richting Katscheveer. De Zandkreek kon op eigen kracht vlotkomen. Het inzetten van de veerboot neemt eind jaren 50 structurele vormen aan. Op 21 oktober 1959 sleept de Zandkreek zelfs een vastgelopen Belgisch vaartuig los en de veerhaven van De Val binnen.
Doordat de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk werd opgeheven in 1961 en de Noord-Beveland dus vrij kwam kon de Zandkreek uit de vaart worden genomen in dat jaar.