Westerschelde Ferry BV

Sinds 1 januari 2015 exploiteert de Provinciale organisatie Westerschelde Ferry BV de veerdienst Vlissingen-Breskens. Dit fiets- en voetveer is de opvolger van de Provinciale autoveerdienst van de PSD, die in maart 2003 vervangen werd door de Westerscheldetunnel. Tussen 2003 en 2014 werd het fiets- en voetveer Vlissingen-Breskens geëxploiteerd door twee particuliere organisaties, BBA en Veolia. Het laatste vervoersbedrijf zag geen heil meer in exploitatie van de door problemen geteisterde veerdienst, de Provincie Zeeland kon geen nieuwe exploitant vinden en besloot daarom zelf weer de exploitatie in handen te vinden. Niet onder de naam PSD, maar Westerschelde Ferry BV.

Op deze pagina is de geschiedenis te vinden van het wel en wee van Westerschelde Ferry BV en haar voorlopers.

Het begin: 2003-2004

De geschiedenis van het fiets- en voetveer Vlissingen-Breskens begint na de laatste afvaart van de PSD, aan het einde van de middag van 15 maart 2003. De PSD-veerboot Koningin Beatrix (1993) meert onder grote belangstelling af in Vlissingen en daarmee kwam een einde aan 137 jaar Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland. BBA Fast Ferries heeft de vergunning gekregen om met boten van de Provincie te gaan varen tussen Vlissingen en Breskens.

De Provincie Zeeland heeft voor het voetveer twee nieuwe schepen laten bouwen, de Prinses Máxima (2004) en Prins Willem-Alexander (2004). Aangezien deze veerboten in maart 2003 nog niet klaar waren, werden de twee nieuwste PSD-dubbeldekkers gehuurd om met fietsers en voetgangers te varen tussen Vlissingen en Breskens. De schepen kregen grote logo’s van exploitant BBA Fast Ferries op de flanken geplakt. De autodekken bleven leeg en het bovenste autodek van Prins Johan Friso (1997) werd zelfs dichtgetimmerd.

Eind maart 2003 kampt de Prins Johan Friso met een motorstoring waardoor alleen de Koningin Beatrix overblijft om de dienst uit te voeren. De Provincie Zeeland stelt de voormalige PSD-dubbeldekker Prinses Juliana (1986) als reserveboot ter beschikking. Dit was mogelijk omdat het schip nog niet verkocht was aan Italië en dus nog eigendom van de Provincie was. De Prinses Juliana blijft niet heel lang in de vaart en wordt al snel verkocht aan de Italiaanse reder Amadeus. Vanaf juni 2003 zijn de Koningin Beatrix en Prins Johan Friso van BBA Fast Ferries de enige twee voormalige PSD-dubbeldekkers in Zeeland.
Ondertussen worden de twee nieuwe Fast Ferries snel afgebouwd. Op 1 mei 2004 houdt BBA Fast Ferries een afscheidsdag voor de twee voormalige PSD-dubbeldekkers. Vanaf mei 2004 zouden de twee nieuwe veerboten moeten gaan varen, maar één Fast Ferry kampt al gelijk met problemen. Zo kwam het voor dat de Koningin Beatrix moest invallen en samen met een nieuwe veerboot de dienst naar Breskens onderhield, ook na de inmiddels officieuze afscheidsdag op 1 mei.

Pas op 5 mei 2004 ging de Koningin Beatrix uit de vaart en kwam het schip terug in handen van de Provincie Zeeland. De dubbeldekker vertrok naar Vlissingen-Oost ter voorbereiding op de reis naar Italië.

SWATH-veerboten

De nieuwe veerboten die de Provincie Zeeland heeft laten bouwen zijn van het type SWATH: Small-waterplane-area twin hull. Dit scheepstype lijkt op een catamaran, maar is zo ontworpen dat het schip nog minder contact maakt met het water. De twee delen die wél door het water klieven (struts genoemd) zijn daarom extra dun gemaakt.
 De naam ‘Fast ferry’ voor de twee veerboten is puur een holle marketingterm. De schepen zijn namelijk niet snel te noemen, ondanks de naam en het futuristische ontwerp doen vermoeden. De PSD-dubbeldekkers waren sneller dan de huidige Fast Ferries. Het design van de SWATHs slaagt er wel goed in om zeeziekte bij de opvarenden te voorkomen.

De Prinses Máxima en de Prins Willem-Alexander werden op 13 maart 2004 gedoopt door de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat, Karla M.H. Peijs. De technische specificaties van de twee SWATH-veerboten worden vergeleken met de laatste PSD-veerboot, de Prins Johan Friso (1997):

SWATH-veerboot PSD-dubbeldekker
Bouwjaar: 2004 1997
Werf: De Schelde De Schelde
Lengte: 37,4 meter 113,6 meter
Breedte: 17 meter 19,15 meter
Diepgang: 4,2 meter 4,73 meter
Dienstsnelheid: 14,5 knopen 15,4 knopen
Maximumsnelheid: 16,5 knopen 16,6 knopen
Passagiers: 181 1000
Voertuigen (eenheden): 0 210
Machines: 2x MTU 12V400 a 1560kW 4x Stork-Wärtsilä a 1655 kW
Voortstuwing: 2x drie-bladige fixed pitch-schroef (1320 kW)§ 4x thrusters (1500 kW)

De SWATH-veerboten zijn zo ontworpen dat ze tot en met windkracht 9 in de vaart kunnen blijven, met een maximale golfhoogte van 2,5 meter. Naast 181 passagiers (inclusief 5 plaatsen voor rolstoelgebruikers) kunnen er op een overtocht ook 125 fietsen en 20 mopeds worden meegenomen. Tevens zijn er oplaadmogelijkheden aanwezig voor elektrische fietsen. Passagiers kunnen alleen achterop aan het dek staan, zowel op het hoofddek als het promenadedek. Overigens duiken de ruime dekken van de PSD-schepen nog tot 2007 op in folders van de Fast Ferry.

Gebruikers van de veerdienst Vlissingen-Breskens hebben flink moeten inleveren op comfort, in vergelijking met de PSD-veerboten. Op de SWATH-veerboten is geen eten verkrijgbaar, sterker nog, eten en drinken is officieel verboden aan boord van de schepen. Geen kroket of snert meer op de Zeeuwse veerboten.

De eerste reserveboot: Stad Terneuzen

Al vanaf het prille begin zijn er problemen met de SWATH-veerboten, voornamelijk met de machines. In de zomer van 2006 kreeg de veerboot Prinses Máxima een storing en kon het schip niet meer worden ingezet. BBA Fast Ferries besloot hierop de rondvaartboot Stad Terneuzen te huren. Het was een gezellige bedoeling op deze reserveboot, zo was er bijvoorbeeld een scheepshond aanwezig. De Stad Terneuzen met in de mast de BBA-vlag meerde in Breskens naast de voormalige PSD-fuik aan, het schip was niet geschikt om aan te leggen aan de reguliere aanleginrichting voor SWATH-schepen.

Stad Terneuzen SWATH-veerboot
Bouwjaar: 1968 2004
Werf: Scheel & JÖhnk De Schelde
Lengte: 36,36 meter 37,4 meter
Breedte: 6,3 meter 17 meter
Diepgang: 4,2 meter 4,2 meter
Dienstsnelheid: onbekend 14,5 knopen
Maximumsnelheid: onbekend 16,5 knopen
Passagiers: onbekend 181
Voertuigen (eenheden): 0 0
Machines: 2x Deutz met 315 pk 2x MTU 12V400 a 1560kW
Voortstuwing: 1x schroef 2x drie-bladige fixed pitch-schroef (1320 kW)

 

De Stad Terneuzen werd in 1968 gebouwd als rondvaartboot voor Hadag Fahrdienst AG in Hamburg. Vanaf 1999 is het schip eigendom van rederij Denick in Terneuzen en veranderde de scheepsnaam van Hans Albers naar Stad Terneuzen. In feite was de Stad Terneuzen geen reserveboot voor de veerdienst Vlissingen-Breskens, maar werd de rondvaartboot alleen ingezet als vervanging voor de Prinses Máxima. Het schip lag immers niet altijd paraat om in te vallen wanneer nodig.

Van BBA naar Veolia

Eind december 2006 is de naam BBA Fast Ferries gewijzigd in Veolia Transport Fast Ferries. Transportmaatschappij BBA werd overgenomen door Veolia Transport.

Eerste periode zonder veerdienst

Begin 2007 lag de Prins Willem-Alexander weken aan de kant met motorproblemen. Dat leverde pas een probleem op toen het zusterschip Prinses Máxima uit voorzorg gecontroleerd moest worden op defecten. In februari 2007 was er daarom drie dagen geen afvaart mogelijk tussen Vlissingen en Breskens.

Door deze kwestie wierp de provinciale politiek de vraag op waarom er geen reserveboot is voor de veerdienst Vlissingen-Breskens. De PSD had altijd een reserveboot achter de hand, de laatste jaren de enkeldekker Prinses Margriet (1964) en daarna de dubbeldekker Prinses Christina (1968). De Provincie Zeeland besluit onderzoek te doen naar een geschikte reserveboot.

Inmiddels klagen rondvaartreders in Zeeland over een opmerking van Gedeputeerde Maria le Roy:

Het kan spoken op de Westerschelde. Ik neem geen loopje met de veiligheid. Als er iets gebeurt, liggen de passagiers van een partyschip met een zwemvest middenin de Westerschelde.

Vreemd, aangezien een jaar eerder de Stad Terneuzen nog dienst deed. De Inspectie Verkeer en Waterstaat deelt de mening van Le Roy en het inzetten van een rondvaartboot tussen Vlissingen-Breskens is voortaan uitgesloten. Rederij Dijkhuizen eist dat Le Roy haar woorden terugneemt, aangezien zijn schepen gecertificeerd zijn om te varen met passagiers over de Westerschelde.

De tweede reserveboot: Maarten Tromp

De Maarten Tromp is een catamaran en werd in de zomer van 2007 reserveboot voor het veer Vlissingen-Breskens. Het schip werd in 2001 in Frankrijk gebouwd als prestigeproject voor de Expo 2002 nabij Genève. Vanaf 2003 heeft het schip als Maarten Tromp gevaren als, jawel, Connexxion Fast Ferry tussen Dordrecht en Rotterdam. Gezien de slechte financiële situatie bij het vervoersbedrijf werd in 2007 de waterbus verkocht. De Provincie Zeeland kon het schip huren van de nieuwe eigenaar Aqualiner.

In Zeeland juicht het Provinciebestuur de komst van de veerboot toe, het schip is gebouwd als transportmiddel en niet als rondvaartboot, wordt benadrukt. Deze uitspraak moet in het licht worden gezien van de eerdere hetze tegen het mogelijke gebruik van (vaak zeer zeewaardige en gecertificeerde) rondvaartboten tussen Vlissingen en Breskens.

Maarten Tromp SWATH-veerboot
Bouwjaar: 2001 2004
Werf: Iris Catamarans, La Rochelle (Frankrijk) De Schelde
Lengte: 25,63 meter 37,4 meter
Breedte: 9,15 meter 17 meter
Diepgang: 1,32 meter 4,2 meter
Dienstsnelheid: 20 knopen 14,5 knopen
Maximumsnelheid: 24 knopen 16,5 knopen
Passagiers: 150 181
Voertuigen (eenheden): 0 0
Machines: 2x Volvo Penta TAMD 112P, 600 pk 2x MTU 12V400 a 1560kW
Voortstuwing: onbekend 2x drie-bladige fixed pitch-schroef (1320 kW)

De Maarten Tromp mag met recht een Fast Ferry heten, de veerboot heeft een maximumsnelheid van 24 knopen, waar de Zeeuwse ‘Fast Ferries’ slechts 16,5 knoop halen. De Maarten Tromp is nooit ingezet als reserveboot. De aanlegsteigers waren nog niet geschikt gemaakt, maar er was ook geen noodzaak aangezien de SWATH-veerboten geen problemen hadden.

Na het zomerseizoen van 2007 keerde de Maarten Tromp terug naar eigenaar Aqualiner. De Provincie was 100.000 euro kwijt aan het huren van het schip en het maken van een proefvaart. Aankoop van de Maarten Tromp werd overwogen, maar het schip was slechts operationeel tot windkracht 6.

Meer problemen

Eind oktober 2007 is het weer raak. De Prins Willem-Alexander was al een maand uit de vaart, wanneer bekend wordt dat de komende twee maanden de SWATH-veerboot niet gaat varen. Wederom is de veerdienst Vlissingen-Breskens aangewezen op één veerboot en dat bleek vragen om problemen.
Zo is de veerdienst 27 oktober 2007 een paar uur uit de vaart omdat er defecten optreden op de Prinses Máxima. De Provinciale politiek durft zich voor het eerst openlijk af te vragen of de SWATH-veerboten niet het veld moeten ruimen.

Tweede periode zonder veerdienst: een record

In de periode van 21 december 2007 tot 11 januari 2008 was er geen veerverbinding mogelijk tussen Vlissingen en Breskens, een absoluut record in de geschiedenis van dit veer. Het noodlot slaat toe op de ochtend van 21 december 2007, wanneer de veerboot Prinses Máxima vastloopt op de strekdam van Breskens. De Prins Willem-Alexander lag nog steeds met problemen aan de kant, al sinds september 2007. Op 24 december blijkt dat de Prinses Máxima pas na de kerstdagen gerepareerd kan worden, tot die tijd zal er geen veerdienst mogelijk zijn tussen Vlissingen en Breskens. Ook een reserveboot ontbreekt.

Het repareren van de Prinses Máxima na de stranding in Breskens blijkt veel langer te duren. De schatting is dat de veerboot pas op 7 januari 2008 weer in de vaart komt. Dat blijkt achteraf een te optimistische schatting.

Veolia informeert begin januari bij Rederij Doeksen naar de snelboot Koegelwieck, dan een reserveboot voor de veerdiensten naar Terschelling en Vlieland. Dit loopt op niets uit.

Pas op 9 januari 2008 kan de Prinses Máxima dokken, waarna provisorisch een plaat wordt gelast over het gat in de veerboot. Ondertussen wordt bekend dat de Prins Willem-Alexander op 20 januari 2008 weer in vaart komt.
De politiek windt zich op waarom de Prinses Máxima pas zo laat terecht kon bij de werf in Vlissingen. Volgens Veolia had dit te maken met de verzekering die alleen toestond dat de veerboot gedokt wordt in Vlissingen. Hierdoor vielen scheepswerven in Antwerpen en Rotterdam af. De scheepswerf in Hansweert had naar eigen zeggen niet de juiste schotten om de veerboot stabiel te dokken.

Boze burgers organiseren op 9 januari een protest op het veerplein van Breskens. Ook de verantwoordelijke Gedeputeerde is hierbij aanwezig: George van Heukelom. Hij spreekt de protesterende Zeeuwen toe en vertelt dat een derde veerboot nodig is om gegarandeerd te kunnen varen.
De Zeeuwse veerproblematiek haalt op 10 januari 2008 het NOS Journaal en krijgt hiermee voor het eerst landelijke media-aandacht, terwijl de problemen al op 21 december 2007 begonnen.

De Prinses Máxima kwam op 11 januari 2008 weer in de vaart waarna de veerdienst Vlissingen-Breskens kon worden hervat. Nooit in de geschiedenis van de geregelde veerdiensten in Zeeland was een veerdienst langer uit de vaart.

Onderzoeksrapport: Reserveboot niet nodig

De politiek laat een onderzoeksrapport opstellen over de veerproblematiek en uit dit rapport blijkt verrassend genoeg dat er geen reserveboot nodig is om een goede veerverbinding te garanderen. Wel zou voor de SWATH-veerboten een reservemachine moeten worden aangeschaft, daarnaast schort het aan onderhoud van de veerboten. Ondanks de uitkomst van het onderzoek blijft Van Heukelom bij zijn standpunt dat er een reserveboot moet komen.
Op de dag dat het rapport verschijnt moet de veerboot Prins Willem-Alexander – dan al sinds september 2007 uit de vaart – met twee sleepboten van de steiger in Vlissingen naar de Scheldepoort worden gesleept. Daar gaat men proberen de veerboot verder op te lappen. Vooral machineproblemen blijken de veerboten te teisteren.

Politiek wil wel derde veerboot

Eind januari verwerkt Zeeland nog steeds de schok van de lange periode zonder veerdienst en de veerproblematiek houdt de Zeeuwse politieke bezig. Een Statencommissie heeft op 21 januari 2008 besloten dat er voor één jaar een reserveboot moet komen. De boot kan gehuurd of gekocht worden door de Provincie Zeeland.
Verschillende Zeeuwse politieke partijen vinden dat als de derde veerboot daadwerkelijk naar Zeeland komt en deze stilligt in Vlissingen, beter ingezet kan worden op de in 2003 opgeheven veerdienst Kruiningen-Perkpolder. Dit blijkt voorbarig, aangezien er eerst daadwerkelijk een reserveboot moeten komen.

In februari 2008 blijkt dat er nog een tijdje geen reserveboot komt, omdat de aanlegsteigers aangepast moeten worden. Dat blijkt 14 maanden te gaan duren, niet omdat het aanpassen zo lang duurt, maar omdat er eerst een Europese aanbesteding moet komen voor het aanpassen. De kosten zijn namelijk 1,6 miljoen euro en daarom deze aanbesteding plaatsvinden, die ongeveer 14 maanden zou gaan duren.

De Prins Willem-Alexander komt op 14 april 2008 weer in de vaart, een heugelijke dag nadat de veerboot sinds september 2007 met motorproblemen aan de kant heeft gelegen.

De derde reserveboot: Moby King

De Provincie Zeeland huurt toch een reserveboot, ondanks de negatieve aanbevelingen en het feit dat de aanlegsteigers nog niet zijn aangepast. De keuze voor de veerboot wordt door velen opgevat als een late 1 aprilgrap: het blijkt te gaan om een voormalige Waddenveerboot uit 1960. Een kleine herinnering: de laatste PSD-veerboot werd gebouwd in 1997, de vorige PSD-veerboten in 1993, 1986, 1970, 1968 en 1964. De keuze voor een reserveboot uit 1960 werkte dan ook op de lachspieren van veel Zeeuwen.

De Provincie vond de leeftijd van het schip echter geen probleem en keek vooral naar het huurcontract. Als er geen noodzaak was om het schip in te zetten, hoefde men ook niet te betalen voor de huur van de Moby King. Een gunstiger huurcontract dan voor de Maarten Tromp in 2007, waar de Provincie zonder inzet een ton voor kwijt was.

De Moby King werd in 1960 gebouwd als Rottum in opdracht van Wagenborg Passagiersdiensten (WPD). De Rottum ging voor WPD tot 1995 varen op de veerdiensten naar Borkum (Duitsland) en Schiermonnikoog. Het schip werd na verkoop eigendom van Tisset Rederij BV in Almere, die het schip Moby King doopte. In dienst van Tisset wordt er naar eigen zeggen zelfs met enige regelmaat een auto vervoerd op het autodek, bijvoorbeeld voor bruidsreportages.

Moby King SWATH-veerboot
Bouwjaar: 1960 2004
Werf: A. Apol C.V., Appingendam De Schelde
Lengte: 49,49 meter 37,4 meter
Breedte: 8,6 meter 17 meter
Diepgang: 2,2 meter 4,2 meter
Dienstsnelheid: 10 knopen 14,5 knopen
Maximumsnelheid: onbekend 16,5 knopen
Passagiers: 600 181
Voertuigen (eenheden): ongeveer 10 0
Machines: 2 x Industrie 6D41 225 pk 2x MTU 12V400 a 1560kW
Voortstuwing: onbekend 2x drie-bladige fixed pitch-schroef (1320 kW)

 

De Moby King heeft op 7 juli 2008 een proefvaart gemaakt over de Westerschelde. Volgens de Provincie Zeeland verliep de proefvaart succesvol. Na de proefvaart werd de sierlijke veerboot afgemeerd in de Binnenhaven ter hoogte van de voormalige sluis.
Een oudgediende als reserveboot voor Vlissingen-Breskens, de voormalige Rottum (1960). De voormalige Waddenveerboot heeft nooit in actie hoeven te komen voor Veolia Fast Ferries. Tegenwoordig vaart de Moby King weer als partyschip voor reder Tisset.

Een tweede stranding

Het gaat lange tijd goed met de twee Fast Ferries, noemenswaardige problemen blijven uit. Op 21 november 2011 vaart de veerboot Prins Willem-Alexander in dichte mist op het havenhoofd van Vlissingen, een klassieke stranding zoals die in de PSD-geschiedenis gebruikelijk waren. De stranding heeft geen grote gevolgen aangezien de Prinses Máxima beschikbaar is.

Wederom staan de SWATH-schepen ter discussie

Het blijkt een discussie zonder einde: moeten de SWATH-schepen blijven of vertrekken? We spreken inmiddels over 3 juni 2013. Gedeputeerde Van Heukelom geeft te kennen dat de SWATH-veerboten mogelijk vervangen moeten worden door goedkopere veerboten. Te weinig passagiers zouden nog gebruik maken van de veerdienst om de inzet van de schepen te rechtvaardigen is de strekking van het verhaal van de Zeeuwse bestuurder.

Een alternatief voor de SWATH-veerboten?

Sebastiaan Keijmel uit Breskens, student Scheepsbouw & Maritieme Techniek aan de Technische Universiteit van Delft, komt in het vroege voorjaar van 2014 met een serie alternatieven voor de huidige SWATH-veerboten. Keijmel is het eens met Van Heukelom dat de veerdienst Vlissingen-Breskens een stuk efficiënter zou kunnen worden uitgevoerd met andere schepen.
De Delftse student heeft vooral goed gekeken naar Noorwegen, een land met vele (auto-)veerdiensten over bijvoorbeeld fjorden. Volgens Keijmel zou een Noors type veerboot een besparing van 300.000 euro brandstof per jaar opleveren. Een bijkomend voordeel is dat er dan ook auto’s vervoerd kunnen worden, wat volgens eigen berekeningen van Keijmel ongeveer 200.000 euro per jaar zou kunnen opleveren, bij het vervoeren van 5 auto’s per afvaart.
In de studie van Keijmel worden een aantal veerboten vergeleken, waaronder de PSD-veerboot Prinses Juliana (1986). Wat vooral opvalt is dat de SWATH-schepen niet erg zuinig blijken: de jaarlijkse brandstofkosten voor de Prinses Juliana zijn 2,8 miljoen euro, waar de SWATH zo’n 1,5 miljoen euro slurpt op jaarbasis. Neem hierbij wel in acht dat de Prinses Juliana zo’n 210 voertuigen en 1000 passagiers per afvaart vervoert, terwijl de SWATH slechts 181 passagiers en enkele fietsen overzet.

De studie van Keijmel kon op weinig belastingstelling rekenen bij de Provincie Zeeland.

Een autoveerdienst? ‘Waarom niet?’

Gedeputeerde Van Heukelom laat in april 2014 aan Omroep Zeeland weten dat het fiets- en voetveer mogelijk weer in handen van de Provincie Zeeland komt en daarmee in feite de PSD – de Provinciale veerdiensten – terugkeren. Ook zegt de bestuurder dat hij zelfs overweegt weer auto’s te vervoeren tussen Vlissingen-Breskens. ‘Waarom niet?’, antwoordt Van Heukelom. Wel moet gekeken worden hoe de overheid hierover denkt, aangezien het een concurrentieconflict kan vormen met de Westerscheldetunnel.

‘De PSD komt terug’

In de zomer van 2014 gonst het gerucht dat de PSD terugkeert. ‘Provincie blaast PSD nieuw leven in’, kopt de regionale krant PZC later. De concessie van Veolia voor Vlissingen-Breskens loopt op 31 december 2014 af en de Provincie heeft nog geen nieuwe exploitant gevonden voor de door problemen geteisterde veerdienst. In het najaar van 2014 zou meer duidelijk worden over een eventuele nieuwe PSD. Wel wordt in 2014 alvast duidelijk dat er afvaarten geschrapt worden in de dienstregeling voor 2015.

Westerschelde Ferry BV

PSDnet.nl heeft op 9 september 2014 de primeur de nieuwe naam van de veerdienst Vlissingen-Breskens te onthullen, doordat de naam was uitgelekt in een openbare aanbesteding voor brandstof. De nieuwe naam wordt Westerschelde Ferry BV. Eind september wordt het voorstel voor het onderbrengen van het fiets- en voetveer aangenomen door Provinciale Staten.

Westerschelde Ferry BV laat folders drukken om haar nieuw verworven veerdienst onder de aandacht te brengen. Omroep Zeeland ontdekt dat in het promotiemateriaal een kapitale fout gemaakt is: De veerboten varen niet tussen Vlissingen-Breskens maar tussen Vlissingen-Terneuzen.
In mei 2015 herstelt Westerschelde Ferry BV een oude PSD-traditie: het aanbrengen van het Provinciewapen op de schepen. Eerder was het Provincielogo aangebracht op de schepen, maar dit logo werd in 2015 vernieuwd. Het vernieuwde logo werd een flop en in afwachting van een nieuw logo, koos Westerschelde Ferry na het onderhoud aan de SWATH-veerboot voor de PSD-oplossing.

Besluit

Het fiets- en voetveer Vlissingen-Breskens werd geplaagd met problemen, die in 2007 en 2008 dramatische hoogtepunten beleefden. Sindsdien verkeert de veerdienst in rustiger vaarwater en lijken de machineproblemen van de SWATH-veerboten beteugeld. De discussie over een reserveboot is inmiddels weggeëbd en ook aan alternatieve veerboten denkt de provinciale politiek niet meer. Voorlopig, moet daar wel aan worden toegevoegd. De geschiedenis van het voetveer leert ons dat deze discussies alleen spelen wanneer er zich veel problemen met de veerdienst voordoen.

Voorlopig zal de veerdienst Vlissingen-Breskens worden geëxploiteerd door het Provinciale veerbedrijf Westerschelde Ferry BV. In feite is Zeeland nu dus terug bij een PSD-constructie. Het is wel het voornemen van de Zeeuwse politiek om over een paar jaar het fiets- en voetveer alsnog uit te besteden aan de markt, als er zich dan wél kandidaten melden om de veerdienst over te nemen.


Een Fast Ferry in zwaar weer op de Westerschelde.