Veerdiensten

De Provinciale Stoombootdiensten (PSD) exploiteerden verschillende veerdiensten tussen 1866 en 2003. Op deze pagina staat een overzicht, inclusief de evaluaties binnen veerdiensten. Klik voor meer informatie over een desbetreffende aanlegplaats en bijbehorende veerdienst(en) op de plaatsnamen op de kaart of in het overzicht hieronder. De zeven hoofdveerdiensten hebben een eigen pagina met de geschiedenis, de links zijn ook te vinden het volgende overzicht.

Veerdiensten over de Westerschelde

Tot het opheffen van de PSD in 2003 werden veerdiensten uitgevoerd over de Westerschelde, tussen Kruiningen-Perkpolder en Vlissingen-Breskens. De Westerscheldeveren waren de enige verbindingsschakel tussen Zeeuws-Vlaanderen en de rest van Nederland. Tegenwoordig zorgt de Westerscheldetunnel voor een vaste oeverbinding naar Zeeuws-Vlaanderen. Tussen Vlissingen-Breskens bestaat tegenwoordig een voetveer, geëxploiteerd door Westerschelde Ferry BV. Ook op andere plaatsen worden – vooral in de zomermaanden – fietsveren aangeboden, bijvoorbeeld tussen Hansweert-Perkpolder. Bekijk ook eens de volgende pagina’s met uitgebreide geschiedenis van de verschillende Westerscheldeveren:

Vlissingen-Breskens
Terneuzen-Hoedekenskerke
Kruiningen-Perkpolder

# 1.

1866-2003

Al eeuwen waren er veerdiensten tussen Vlissingen en Breskens, maar vanaf 1828 was er een geregeld stoombootveer. Dat veer werd in 1866 overgenomen door de Provincie Zeeland. De autoveerdienst Vlissingen-Breskens werd op 15 maart 2003 opgeheven. Op die dag werd de Westerscheldetunnel geopend voor verkeer. Alleen een dienst voor fietsers en voetgangers is overgebleven en wordt vanaf 2015 geëxploiteerd door het provinciale veerbedrijf Westerschelde Ferry BV.

# 2.

1866-1913

De veerdienst Hoedekenskerke-Terneuzen ontstond uit een lang veertraject over de Westerschelde. Tot 1913 werd van Vlissingen naar Hansweert gevaren, een van de langste Zeeuwse veerdiensten. De verbinding was erg belangrijk in een provincie zonder goede wegverbindingen. Toch bleek de verbinding begin 20ste eeuw niet meer rendabel, waardoor de veerdienst in 1913 werd ingekort.

1913-1930

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het varen over de Westerschelde moeilijk. Hoewel Nederland neutraal was, dreven er regelmatig zeemijnen over de rivier en waren steenkolen schaars. Na 1918 werd de dienst weer op volle kracht uitgevoerd, met raderstoomboten en later de schroefstoomboot Schouwen die was overgekomen van de Oosterscheldedienst.

1930-1972

Vanaf 1930 verviel ook Hansweert en was de veerdienst beperkt tot Terneuzen-Hoedekenskerke. De dienst was vanaf 1933 het domein van één van de drie moderne dieselzijladers. Terneuzen-Hoedekenskerke was de laatste dienst waar zijladers ingezet werden, tot in 1972 het doek viel voor de veerdienst. De overheid zag als geldschieter geen heil meer in het veer, aangezien geïnvesteerd was in dure dubbeldeksschepen voor de veerdienst Kruiningen-Perkpolder. Het aanhouden van het veer op Terneuzen zou te duur worden: de haven van Hoedekenskerke was wegens verzanding onderhoudsgevoelig en ook de veerboten uit 1933 waren aan vervanging toe.

# 3.

1866-1940

Tot aan de Tweede Wereldoorlog bestond er een veerdienst tussen Vlissingen en Terneuzen. Deze dienst werd uitgevoerd door diverse stoomschepen, die in Borssele een tussenstop maakten. De verbinding tussen de eilanden Walcheren en Zuid-Beveland was slecht, een veerboot tussen Vlissingen en Borssele was dan ook handig. In 1871 werd de Sloedam aangelegd, een spoorverbinding tussen de twee eiland. Tegen de Tweede Wereldoorlog was er een goede wegverbinding tussen Walcheren en Zuid-Beveland en verloor de aanlegplaats Borssele min of meer zijn nut.

# 4.

1904-1913

Een particuliere veerdienst tussen Vlake en Walsoorden bestond al langer, maar in 1904 werd de dienst overgenomen door de Provincie. Gevaren werd tussen Vlake, Hansweert en Walsoorden. De schroefstoomboot Walzoorden werd vanaf 1905 ingezet op deze veerdienst. De veerboot bleek te klein voor deze dienst en werd naar de Oosterscheldedienst gedirigeerd, de Schouwen verving de Walzoorden op de Westerscheldedienst.

1913-1940

De aanlegplaats van Vlake verviel en de veerdienst werd beperkt tot Hansweert-Walsoorden. Halverwege de jaren 30 werd besloten om nieuwe veerhavens aan te leggen in Kruiningen en in de Perkpolderpolder. Een grote kopladingsveerboot werd ingezet, in eerste instantie tussen Hansweert en Walsoorden. Het schip, de Prins Hendrik, kon geen gebruik maken van kopladingssteigers daar.

1940-1943

In augustus 1940 komt de veerhaven van Perkpolder gereed, maar in Kruiningen wordt nog gewerkt aan een nieuwe veerhaven. Daarom werd tussen 1940 en 1943 gevaren van Perkpolder naar Hansweert.

1943-2003

Nadat ook de veerhaven Kruiningen gereed kwam in 1943, kon gevaren worden tussen Kruiningen en Perkpolder. Vanaf 1968 werden dubbeldeksveerboten ingezet op deze moderne veerdienst. Op 15 maart 2003 werd de Westerscheldetunnel geopend voor verkeer en werd de veerdienst definitief opgeheven. In de zomermaanden vaart er een particuliere veerboot voor fietsers en voetgangers tussen Perkpolder en Hansweert.

Veerdiensten over de Oosterschelde

De Zeelandbrug werd in 1965 de eerste vaste verbinding tussen Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland. Tot 1965 waren er veerdiensten over de rivier Oosterschelde. Vroeger werd zelfs gevaren van Middelburg naar Zierikzee, maar de opkomst van de autobus zorgde voor inperking. Ook de Deltawerken zorgden voor verdere inkorting van de veerdienst over de Oosterschelde. Bekijk ook eens de volgende pagina met uitgebreide geschiedenis van de Oosterscheldedienst:

Kats-Zierikzee

# 5.

1912-1923

Aan de Loskade in Middelburg vertrok de Provinciale boot naar Zierikzee, een hele reis over het kanaal, de Zandkreek en de Oosterschelde. In 1912 nam de Provincie de veerdienst over en bouwde twee sierlijke stoomboten om de dienst uit te voeren, de Schouwen en Noord-Beveland. De Schouwen vertrok in de jaren 20 naar de Westerscheldedienst. De veerboten Luctor et Emergo en Walzoorden waren verder regelmatig te vinden op de dienst naar Zierikzee.

1923-1941

Al snel verving een autobus het gedeelte van Middelburg naar Katscheveer op Zuid-Beveland. Wel werd vanuit Zierikzee doorgevaren naar Kortgene op Noord-Beveland. In 1933 kwam een nieuwe, moderne veerboot in de vaart op deze dienst: de Ooster-Schelde. De veerboot had een groot autodek achterop, hiermee konden voor het eerst op een makkelijke manier tot 10 auto’s per vaart worden overgezet.

1941-1958

Vanaf 1941 werd gevaren tussen Katscheveer op Zuid-Beveland en Zierikzee op Schouwen-Duiveland. Met autobussen konden passagiers van Katscheveer naar Goes of bijvoorbeeld Wolphaartsdijk reizen, waar een andere veerboot de overtocht naar Kortgene op Noord-Beveland verzorgde. Vanaf 1955 kwam de verlengde Koningin Emma in de vaart op de Oosterscheldedienst. De dienst werd steeds drukker en in de politiek gaan stemmen op om kopladers in te zetten.

1958-1961

Jarenlang vaart de veerboot door het lange Havenkanaal naar de aanlegsteiger van ’t Luitje in Zierikzee. Om tijd en ruimte te besparen werd een nieuwe veerhaven aangelegd, De Val. De haven is gelegen naast wat nu de oprit van de Zeelandbrug is op Schouwen-Duiveland.

1961-1965

Vanaf 1961 kon de veerdienst over de Oosterschelde ook aan de zuidelijke kant worden ingekort. Door de opening van de Zandkreekdam kon men Noord-Beveland met auto(bus) bereiken. Daarom werd een veerhaven aangelegd bij Kats, die de veersteiger van Katscheveer verving. Op 15 december 1965 werd de Zeelandbrug geopend voor verkeer en werd de veerdienst definitief opgeheven.

Veerdiensten over de Zandkreek

De veerdienst over de Zandkreek was de kortste PSD-veerdienst, de oevers van deze Zeeuwse rivier liggen op een steenworp afstand van elkaar. De veerdienst van Wolphaartsdijk (Zuid-Beveland) naar Kortgene was nodig om het eiland Noord-Beveland te ontsluiten. Bekijk ook eens de volgende pagina met uitgebreide geschiedenis van de Zandkreekdienst:

Kortgene-Wolphaartsdijk

# 6.

1913-1960

Op 1 oktober 1960 werd de Zandkreekdam geopend voor verkeer en werd de veerdienst definitief opgeheven. Zuid-Beveland had voortaan een vaste oeverbinding met Noord-Beveland. Alleen aan de westkant van Noord-Beveland bestond nog enkele maanden een veerdienst op Veere. De veerboot Noord-Beveland (1952) werd overgeplaatst naar de veerdienst op Zierikzee, maar het schip blijkt traag en te stomp voor de woelige Oosterschelde.

Veerdiensten over het Veerse Gat

Tussen Veere op Walcheren en Kamperland op Noord-Beveland bestond nog tot in de jaren 60 een PSD-veerdienst. De veerdienst werd overbodig nadat Noord-Beveland bereikbaar werd over de weg die aangelegd werd op de Veerse Gatdam. Bekijk ook eens de volgende pagina met uitgebreide geschiedenis van de veerdienst over het Veerse Gat:

Veere-Kamperland

# 7.

1924-1961

Op 27 oktober 1961 werd de Veersegatdam opengesteld voor verkeer en werd de veerdienst definitief opgeheven. De veerdienst werd in 1924 overgenomen van een ambachtsheerlijkheid. Tot 1930 werd gevaren met het motorbootje Juliana, daarna werd tot de opheffing van het veer in 1961 de veerboot Zuidvliet ingezet. Tegenwoordig vaart er ’s zomers een fiets- en voetveer tussen Veere-Kamperland.