Prins Johan Friso

Op 25 januari 1997 doopt minister A. Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) de vijfde PSD-dubbeldekker ‘Prins Johan Friso’. De fles champagne slaat niet stuk en stuitert terug naar de bewindsvrouw. Een niet-gebroken fles brengt ongeluk volgens oud bijgeloof, maar de Prins Johan Friso blijkt een betrouwbaar schip. De veerboot is gebouwd door de Koninklijke Schelde Groep in Vlissingen en vertoont veel gelijkenissen met de Koningin Beatrix uit 1993. De bouwkosten van de veerboot waren 68 miljoen gulden, bijna 31 miljoen euro.

Na de stapelloop op 25 januari bouwt de KSG de Prins Johan Friso verder af op de stadswerf. De werf draagt het schip op 22 mei 1997 officieel over de PSD. De Prins Johan Friso is de laatste nieuwbouw van de PSD en verving met enige vertraging de oude enkeldekker Prinses Margriet. Die enkeldeksveerboot van de PSD werd al eind 1995 uit de vaart genomen omdat op 1 januari 1996 de certificaten van de scheepvaartinspectie verliepen. Met de komst van de Friso was dus haast gemoeid, want de PSD zat al bijna 1,5 jaar zonder reserveboot.

De PSD zet de Prins Johan Friso in op de veerdienst Vlissingen-Breskens. Daar vaart de veerboot samen met het zusterschip Koningin Beatrix.

Verschillen

De Prins Johan Friso is bijna gelijk aan de Koningin Beatrix, toch zijn er verschillen. Zo heeft de Friso drie grote stuurhuisramen in plaats van de vijf kleinere ramen van de Beatrix. Dat is gedaan op verzoek van PSD-kapiteins en stuurlieden, om het uitzicht te verbeteren.

Aan één zijkant van de Friso is ruimte gemaakt voor een reddingsboot. Een ander opvallend verschil is dat de nieuwste veerboot geen opening aan de voorzijdes heeft met betings, zoals het zusje Koningin Beatrix wel heeft. Minder opvallend is het verschil in de schoorstenen die bij de Prins Johan Friso losstaan van de rand en iets kleiner zijn uitgevoerd. Het grootste verschil intern is dat de Friso de eerste PSD-veerboot was met een lift.

Voortstuwing

Net zoals het zusterschip maakt de Prins Johan Friso gebruik van vier azimuth thrusters (ook wel roerpropellors genaamd), in de plaats van conventionele scheepsschroeven. De thrusters zijn van het merk Ulstein en motoren van ABB-Jumont-Schneider (ieder 1500 kW) drijven die thrusters aan. Vier Stork-Wärtsilä dieselmotoren met een vermogen van 1655 kW per stuk wekken de benodigde stroom op voor de ABB-Jeumont-Schneider-motoren. Daarnaast zijn ook vier hulpmotoren van Volvo-Penta aanwezig, verbonden aan generatoren voor het opwekken van stroom voor diverse elektrische systemen op de veerboot.

Stranding & onderhoud

Ter hoogte van het brandweeropleidingscentrum in Vlissingen strandt op 13 november 1999 de veerboot Prins Johan Friso. Direct na vertrek uit Vlissingen in de dichte mist vond de stranding plaats. De veerboot verloor daarbij een roerpropellor, die duikers later opdoken. Na een noodreparatie bij scheepswerf De Schelde in Vlissingen-Oost kon de Prins Johan Friso worden ingezet, weliswaar met slechts drie van de vier roerpropellors.

Normaal gesproken liet de PSD onderhoudswerkzaamheden aan de veerboten uitvoeren door de Koninklijke Schelde Groep. Het terugplaatsen van de vierde roerpropellor combineert de PSD met regulier onderhoud aan de Friso, maar niet in Vlissingen. Dat veroorzaakt opschudding in de Zeeuwse media, speculaties over een naderend failliet van de Vlissingse scheepswerf laaien op.

Op 21 februari 2000 vaart de Prins Johan Friso voor onderhoud naar Antwerpen. De veerboot passeert hierbij het veer Kruiningen-Perkpolder, net als op de terugtocht. De Koningin Beatrix en de Prins Johan Friso zijn ontworpen om ook op de oostelijke veerdienst te varen, dit is in de praktijk echter nooit voorgekomen.

In 2002 heeft de Prins Johan Friso gevaren bij Small Sail Vlissingen. De Prinses Juliana werd toen ingezet op Vlissingen-Breskens als vervanging van de Friso. Small Sail had als thema ‘Van VOC tot PSD’.

BBA Fast Ferries

Na de laatste PSD-afvaart op 15 maart 2003 vaart de Prins Johan Friso onder BBA-vlag, de nieuwe exploitant van het fiets- en voetveer tussen Vlissingen en Breskens (tegenwoordig is dit Westerschelde Ferry BV). De BBA huurde de schepen van de Provincie om de periode te overbruggen totdat de nieuwbouw SWATH-veerboten klaar waren. De BBA voorzag de twee veerboten voorzien van grote bedrijfslogo’s. Verder veranderde de huurder niets aan de schepen, wel bleven de autodekken leeg en kon je geen eten meer kopen aan boord.

Afscheid van de laatste dubbeldekkers

Op 1 mei 2004 organiseerde BBA Fast Ferries een afscheidsdag voor de twee dubbeldekkers. Veel mensen kwamen kijken en namen afscheid van een stukje Zeeuwse geschiedenis. De BBA-nieuwbouw was klaar en werd ingezet na 1 mei.

De BBA geeft de laatste twee dubbeldekkers terug aan de Provincie Zeeland, die de schepen verkoopt op 27 mei 2004. De koper is het Italiaanse MPS Leasing & Factoring. Die leasemaatschappij verhuurt de veerboot aan Caronte & Tourist. Caronte & Tourist doopt de Prins Johan Friso om tot Acciarello. De thuishaven Vlissingen ruilen de Italianen in tegen Reggio di Calabria, een plaats waar het schip overigens nooit komt.

Na bij de Scheldepoort gereed gemaakt te zijn, vertrokken op vrijdag 11 juni de laatste twee PSD-dubbeldekkers uit Zeeland. Een tijdperk begonnen in 1968 met de Prinses Christina wordt afgesloten.

Verbouwing

Op 21 juni 2004 kwam de Acciarello aan in Palermo. Scheepswerf Ficantieri verbouwt de veerboot grondig vanaf eind maart 2005. Wegens het ontbreken van speciale aanleginrichtingen is een interne verbinding voor auto’s gemaakt tussen het onderste en bovenste rijdek. De gehele voetgangersingangen op het bovenste rijdek maakt plaats voor een rotonde. Die rotonde is nodig om auto’s kunnen te laten draaien om terug naar beneden te rijden.

De kleur van de romp is tegenwoordig blauw, net als de vier schoorstenen. De Acciarello heeft laadkleppen gekregen op de voor- en achterkant om het laden en lossen mogelijk te maken aan de Italiaanse kades.

Straat van Messina

Op 28 juni 2005 is de Acciarello aangekomen in Messina. Daar heeft de veerboot verschillende proefvaarten gemaakt. Sinds begin 2006 vaart de Acciarello tussen Messina en Villa San Giovanni. Zes jaar later, in april 2012 werd de veerboot tijdelijk uit dienst genomen en verhuurd.

‘Verbannen’ naar Elba

Rederij Blu Navy maakte in april 2012 bekend de Acciarello ’s zomers te huren voor de veerdienst naar Elba. Caronte & Tourist verdween van de flank en Blu Navy brengt hun eigen logo aan. Eerder was er sprake in de media dat de Amedeo Matacena () naar Elba zou verhuizen, maar dat ging niet door. Na een reis van anderhalve dag kwam de Acciarello op 26 april 2012 aan in Portoferraio. Op de dag van aankomst werden de eerste proefvaarten gemaakt, waarna Blu Navy de dubbeldekker inzet tussen Portoferraio en Piombino op Elba.

Eind september 2012 kondigt rederij Blu Navy aan te stoppen. Op 1 oktober vertrok de Acciarello richting Messina. Blu Navy maakte echter een doorstart, daarom werd de Acciarello ook in de zomers van 2013 en 2014 gehuurd van Caronte & Tourist.

In mei 2014 kreeg de Acciarello motorproblemen op Elba. Daarom is de veerboot op eigen kracht naar een werf in La Spezia gevaren. Die scheepswerf ligt ten zuidoosten van Genua. Toen de Acciarello weer terug in de vaart was op de dienst naar Elba, vaart het schip op 23 mei 2014 tegen een kade in de haven van Portoferraio. Daarbij vielen geen gewonden.

Verkoop aan Blu Navy?

Nadat de dienst voor Blu Navy op 12 oktober 2014 eindigde, is de Acciarello op 28 oktober weer aangekomen in Messina. Eigenaar MPS Leasing & Factoring doet de Acciarello van de hand aan BN Di Navigazione Srl, de organisatie achter reder Blu Navy. De ‘BN’ in de bedrijfsnaam staat voor Blu Navy.

In Messina komt de veerboot in de winter van 2014/2015 dan ook niet meer in de vaart voor Caronte & Tourist. Op Elba mag Blu Navy wegens het ontbreken van een vergunning niet varen in de winter. Op 28 februari 2015 is de Acciarello vanuit Messina naar Augusta gevaren voor onderhoud op een scheepswerf. In Augusta kreeg het schip onder andere een nieuwe roerpropellor. Ook zijn nieuwe veiligheidssystemen geïnstalleerd, zoals een glijbaan. De romp is voorzien van een nieuwe laag speciale verf, waardoor Blu Navy een maximum snelheid van 17 mijl per uur hoopt te halen.

Bij terugkomst in Messina werkt een aannemer aan een nieuw interieur voor de salon en krijgt de Acciarello een andere lift.

Reder Blu Navy meldt begin 2015 dat de Acciarello zal varen tussen 27 maart en 4 oktober 2015 op de dienst Portoferraio – Piombino. Ondertussen spant Blu Navy zich in om ook in de winterperiode te mogen varen naar Elba. De voormalige Prins Johan Friso werd pas eind oktober uit de vaart genomen en het schip vertrok terug naar Messina, daar lag het schip net als voorgaande winters stil aan de kade.

Vanaf 16 november 2015 wordt de Acciarello toch ingezet op de veerdienst Messina – Villa San Giovanni, omdat de Caronte & Tourist-veerboot Vestfold voor reparatie uit de vaart werd genomen. De Acciarello verving de Vestfold, nog in Blu Navy uitmonstering. Net als vroeger vaart de Acciarello tijdelijk weer samen met zusterschip Tremestieri. Op 10 december lag de Acciarello weer aan de kant in Messina. De Vestfold kwam weer in de vaart, ditmaal in knalgele uitmonstering en met de nieuwe naam Telepass.

Op 10 april 2016 kwam de Acciarello weer aan in Portoferraio op Elba. Italiaanse media melden dat de veerboot onder meer is voorzien van nieuwe bankjes op het promenadedek. Na terugkomst in Messina werd de Acciarello eind 2016 ingezet als vervanging van zusterschip Tremestieri, die voor onderhoud aan de kant ging tot april.

In maart 2017 ging ook de Acciarello aan de kant, vanwege voorbereidingen voor het Elba-seizoen en een probleem aan een thruster. De veerboot ging naar een dok in Augusta en daarna via Messina terug naar Elba. Op 2 mei 2017 ging de veerboot naar een dok in Genua, wederom om te kijken naar een thrusterprobleem. De veerdienst werd enige tijd gestaakt.

Foto’s PSD-dubbeldekker Prins Johan Friso

Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Prins Johan Friso (1997) op de fotopagina.

Sail 2002 (1)