Prinses Juliana

Op 5 september 1985 vonden de doop en de tewaterlating van de Prinses Juliana plaats. Het Zeeuwse schip werd gedoopt door de voormalige koningin Juliana zelf, die ook de laatste beletselen wegnam. Het schip werd op 6 januari 1986 overgedragen aan de PSD en was tot 15 maart 2003 opgenomen in de PSD-vloot.

Van 1986 tot 1997 was het schip in de vaart op de veerdienst Vlissingen-Breskens, tot en met 2003 op Kruiningen-Perkpolder. Ook heeft de Prinses Juliana na 15 maart 2003 enkele dagen gevaren voor BBA Fast Ferries.

De Prinses Juliana was de laatste PSD-veerboot met conventionele scheepsschroeven (voor- en achterschroef, plus boegschroeven). Al in 1980 experimenteerde het Texelse TESO met een nieuwe dubbeldekker (Molengat) met een voortstuwingssysteem van Voith-Schneider. Toch werd dit op de veerdienst Den Helder – Texel succesvol bevonden ontwerp niet toegepast in Zeeland, de Juliana kreeg conventionele schroeven. De volgende veerboot werd wel uitgerust met een nieuw systeem, namelijk thrusters.

Voortstuwing

De Prinses Juliana is ontworpen om binnen 15 minuten de oversteek tussen Vlissingen en Breskens te maken. Hiervoor moet een snelheid gehaald te worden van 26,8 km/u. Dat is niet de maximale snelheid, want om vertraging in te halen kan de derde PSD-dubbeldekker 30,7 km/u varen en de oversteek in 13 minuten maken.
Iedere hoofdschroef ontwikkelt een vermogen van 4000 kW, de twee dwarsschroeven hebben ook een relatief hoog vermogen, namelijk 1100 kW. De veerboot heeft zes dieselmotoren van Stork Wärtsilä, om veiligheidsredenen geplaatst in twee gescheiden machinekamers. Mocht de ene machinekamer door een calamiteit onbruikbaar zijn geworden – bijvoorbeeld door brand – kan de veerboot de haven nog bereiken op de andere machines. Een andere veiligheidsmaatregel is dat alle bedieningspanelen (het schakelbord) centraal in het schip opgesteld zijn, om optimaal tegen aanvaringen te beschermen.

De dieselmotoren zijn van het type SW280 van SWDiesel (Stork Wärtsilä), hebben zes cilinders en leveren theoretisch ieder 1765 kW (1000 omwentelingen per minuut). De motoren zijn echter zo afgesteld dat ze maximaal 1440 kW leveren. Aan de gasdieselmotoren zijn Holec-generatoren van 1500 kVA gekoppeld die stroom opwekken.
Om brandstof te besparen worden niet altijd alle generatoren gebruikt, dit hangt af van het gevraagde vermogen op het moment. De bemanning kan dit automatisch laten regelen of zelf instellen op het schakelbord. Dit geldt ook voor de dieselmotoren.

De twee vaste 4-bladige hoofdschroeven worden aangedreven door eveneens twee Holec-elektromotoren. De boegschroeven worden ook aangedreven door Holec-elektromotoren, maar deze apparatuur is verticaal geplaatst.

De Prinses Juliana heeft twee roeren, bediend door een AEG-stuurmachine. De roerganger in het stuurhuis bestuurt het schip via twee joysticks, waarmee de hoofd- en boegschroeven aangestuurd worden.

Capaciteit

Net als de twee opvolgende PSD-dubbeldekkers heeft de Prinses Juliana een vervoerscapaciteit van 185 eenheden. In de praktijk hangt de capaciteit af van de samenstelling tussen vrachtwagens en personenauto’s aan boord. Het onderste autodek is geschikt voor 30 vrachtwagens of 118 personenauto’s. De doorrijhoogte van het bovenste autodek laat geen vrachtwagens toe en dit dek biedt plaats aan 116 personenauto’s. Uitgedrukt in gewicht, kan de Prinses Juliana 465 ton aan voertuigen (vrachtwagens, auto’s en fietsen) vervoeren.

Tot 1000 passagiers mogen tegelijkertijd met de veerboot meevaren. Voor de bemanning is onder het onderste autodek voor 14 bemanningsleden een bemanningsverblijf voorzien. Hier bevinden zich toiletten, een kleedruimte, een kantoor, de eetzaal en bergingen.

Passagiers kunnen in de salons op het promenadedek zitten op 394 beige kuipstoelen. De Prinses Juliana had een typisch interieur in geeltinten, dit vormde een groot contrast met de eerste twee dubbeldeksschepen met warme houten inrichting. Op open dek zijn 176 zitplaatsen beschikbaar in de vorm van beige banken met daarin reddingsvesten.

Uitwisselbaar met Kruiningen-Perkpolder

De Prinses Juliana was de eerste dubbeldeksveerboot voor de veerdienst Vlissingen-Breskens. Al in 1968 werd dit type schip geïntroduceerd in Zeeland, namelijk op de dienst Kruiningen-Perkpolder. Opdrachtgever Provincie Zeeland stelde als eis dat de nieuwe dubbeldekker uitwisselbaar zou zijn met de veerboten van de oostelijke veerdienst. De Prinses Christina en de Prins Willem-Alexander waren 18,55 meter breed, de Prinses Juliana was met 19,15 meter ruim een halve meter breder. Hiervoor werd gekozen na het uitvoerig opmeten van de fuiken in Kruiningen en Perkpolder, aldus De Merwede. De extra ruimte in de breedte werd gebruikt om zijgangen te maken op het benedendek, bestemd voor fietsers.

Kinderziektes

De Prinses Juliana had erg te lijden onder kinderziektes, nadat het schip vanaf maart 1986 ingezet werd op de veerdienst Vlissingen-Breskens. De nieuwe veerboot keerde op 25 september 1986 terug naar de werf. De Prinses Juliana had problemen met de elektrische voortstuwingsinstallatie en de koeling.

Twee elektromotoren vertoonden mankementen, vooral kortsluiting. Volgens de toenmalige PSD-directeur D. Oostinga kon het hier niet gaan om toeval. Daarom werden drastische maatregelen genomen: het schip werd tijdelijk uit de vaart genomen. In oktober vond een proefvaart plaats, met op het schip ook leden van de Scheepvaartinspectie. Tijdens deze toch bleek ook een derde elektromotor met problemen te kampen. Hierop werd besloten het schip terug naar de scheepswerf te sturen. Nadere inspectie leerde daar dat vooral de luchtkoeling en de isolatie problemen veroorzaakten.

Het jaar 1986 ging de geschiedenis in als het ‘PSD-rampjaar’, zoals benoemd door de Zeeuwse media destijds. Niet alleen de Prinses Juliana gaf problemen, andere schepen hadden ook te kampen met storingen en de nieuwe aanlegsteigers gooiden eveneens roet in het eten.

In de PZC verscheen een complottheorie van de hand van enkele Zeeuwen dat de veerboot expres slecht gebouwd is, om voorstanders te werven voor een vaste oeververbinding. Het zou echter bijna onmogelijk zijn om een slecht schip af te leveren, gezien de uitgebreide controles bij de bouw en proefvaarten.

Vlissingen-Breskens

Pas op 2 februari 1987 kwam de Prinses Juliana weer in de vaart. Vanaf 1993 kreeg de veerboot versterking van de vierde PSD-dubbeldekker, de Koningin Beatrix. Dit schip had in tegenstelling tot de Prinses Juliana roerpropellors. Ook waren er andere verbeteringen uitgevoerd, zoals een andere kopvorm met meer dekruimte voor passagiers.

Van 25 september tot 1 december 1995 werd de Prinses Juliana vervangen door de enkeldekker Prinses Margriet op de dienst Vlissingen-Breskens. De dubbdeldekker ging niet voor onderhoud weg, maar viel in op Kruiningen-Perkpolder. Voor zover bekend was dit de eerste keer dat het schip in de vaart kwam tussen Kruiningen en Perkpolder. Later zou de Prinses Juliana definitief ingezet worden op het oostelijke veer.

Naar Kruiningen-Perkpolder

In mei 1997 werd de Prinses Juliana op Vlissingen-Bresksens vervangen door de Prins Johan Friso en ging de Prinses Juliana varen op Kruiningen-Perkpolder.
Daarna was de Prinses Juliana nog vaak te zien op Vlissingen-Breskens als een van veerboten van deze veerdienst uit de vaart was. Dit omdat reserveboot Prinses Christina vanwege zijwindgevoeligheid niet op Vlissingen-Breskens kon varen.

Vanaf 1997 voer de Prinses Juliana samen met de Prins Willem-Alexander op Kruiningen-Perkpolder. Op 15 maart 2003 voer de Prinses Juliana definitief de laatste keer van Perkpolder naar Kruiningen. Het schip werd daarbij begeleid door de Prins Willem-Alexander, sleepboten en andere scheepjes.

BBA Fast Ferries

Na de opheffing van de PSD op 15 maart 2003 gingen de Prins Johan Friso en de Koningin Beatrix over naar BBA Fast Ferries, de nieuwe exploitant van het fiets- en voetveer Vlissingen-Breskens (tegenwoordig is dit Westerschelde Ferry BV). Al snel blijkt dat de Prins Johan Friso voor technische problemen uit de vaart moest. De Provincie Zeeland wijst daarom de Prinses Juliana aan als reserveschip voor het veer Vlissingen – Breskens.
De Prinses Juliana is ook daadwerkelijk ingezet voor BBA Fast Ferries en heeft samen met de Koningin Beatrix gevaren. Dit waren de laatste Zeeuwse diensten voor de veerboot, die oorspronkelijk ook voor het veer Vlissingen-Breskens gebouwd was. Toen de Provincie de drie oudste dubbeldekkers verkocht had, kon zij de Juliana niet meer inzetten als reserveboot.

Verkoop

De Prinses Juliana werd op 29 maart 2003 verkocht, samen met de Prins Willem-Alexander en de Prinses Christina. De Prinses Juliana werd omgedoopt tot Amedeo Matacena. Op 24 juni 2003 werden de drie veerboten aan de ketting gelegd, maar een dag later vertrokken ze dan toch. Op 25 juni 2003 was het dan zover, de drie dubbeldekkers vertrokken definitief uit Zeeland naar Italië.

Op 3 juli kwam de Amedeo Matacena aan in Gioia Tauro, Italië. In deze haven heeft de veerboot een klep constructie gekregen die het laden en lossen vanaf een kade mogelijk maakt. De Amedeo Matacena is op 20 december 2003 aangekomen in Reggio di Calabria.

In Italië

De Amedeo Matacena maakte verschillende proefvaarten op de Straat van Messina. Ook kwam ze meerdere malen in dienst, zoals in mei 2005. Na ruim 2,5 jaar kwam de Amedeo Matacena voor langere tijd in dienst.
Na een tijdje gevaren te hebben voor Servizi Autostrade Del Mare, onstonden de problemen. Op 12 januari 2006 werd de dienst gestaakt. Eind 2014 werd via Italiaanse media bekend dat het stoppen van de veerdienst te maken had met geheime concurrentie-afspraken. Geprobeerd werd om de drie Matacena-veerboten te verkopen, maar dat lukte niet. De Amedeo Matacena lag lange tijd samen met de Athos Matacena in de haven van Messina.

In het voorjaar van 2011 is de veerboot voor lange tijd naar de werf in Augusta geweest. Daar zijn de deuren van het bovenste rijdek verwijderd en heeft het schip een interne verbinding gekregen.
Dit allemaal om volgens geruchten in de toekomst te gaan varen voor Caronte & Tourist, samen met de twee nieuwste voormalige PSD-dubbeldekkers. Op 30 augustus en 2 september werden hiervoor proefvaarten gehouden. Het gerucht bleek achteraf niet uit te komen, waarschijnlijk wegens problemen met maffiapraktijken rond de eigenaar van het schip, de persoon Amedeo Matacena.

Aan de kade

Begin 2012 werd bekend dat de Amedeo Matacena zal gaan varen naar het Italiaanse eiland Elba. Daarvoor zou de veerboot vanaf juni worden vercharterd aan reder Blu Navy. Echter, in april werd bekend dat de Acciarello naar Elba gaat. Onduidelijk is wat er nu met de Amedeo Matacena gaat gebeuren, voorlopig ligt het schip nog aan de kade in Messina. In april 2013 moest de veerboot weg uit Messina om ruimte te maken aan de kade voor cruiseschepen. Sindsdien ligt het schip in Reggio di Calabria aan de kade waar de gesloopte Ladies Matacena altijd lag.

Op 14 augustus 2014 werd de Amedeo Matacena uitgeschreven uit het Shipping Register of Madeira (MAR), zo bevestigt MAR aan PSDnet.nl. De veerboot ging in 2003 varen onder Portugese vlag en had als thuishaven Madeira. Het schip is momenteel niet onder vlag.

Mogelijke sloop

Italiaanse bronnen melden in oktober 2016 aan PSDnet.nl dat de Italiaanse staat inderdaad eigenaar is van de Amedeo Matacena. 24 uur per dag is er een wachtsman aanwezig bij de voormalige Juliana in Reggio di Calabria. Elke week wordt de generator opgestart. De hoofdmachines hebben al een paar jaar niet meer gedraaid, maar werken nog wel. Toch is het een kwestie van tijd voordat de veerboot gesloopt wordt op een Turks sloopstrand.

Foto’s PSD-dubbeldekker Prinses Juliana

Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Prinses Juliana (1986) op de fotopagina.

Prinses Juliana in Perkpolder