Prinses Irene

De veerdienst Vlissingen-Breskens werd eind jaren 50 grondig onder handen genomen. In 1958 kwam de nieuwe veerboot Prinses Beatrix in dienst. Op 25 november van dat jaar werd ook de opdracht gegeven voor een tweede veerboot van dit type. Deze veerboot werd gebouwd bij De Schelde in Vlissingen.

Op 13 februari 1960 werd de Prinses Irene gedoopt door mevrouw Caroline H.J.L. Mes-Peters, vrouw van de gedeputeerde Aloijs J.J.M. Mes. Na de doop werd de nieuwe veerboot tewatergelaten. De Prinses Irene werd tijdens een vaartocht op 23 mei op de Westerschelde overgedragen aan de Provinciale Stoombootdiensten.

De Prinses Irene is uitgerust met vier negencilinder Smit-MAN-dieselmotoren (1070 APK, 375 omwentelingen per minuut), vier Smit-Slikkerveer-generatoren en voor de twee schroeven beide een elektrische voortstuwingsmotor van Smit-Slikkerveer (3000 APK).

Prinsessenklasse

De veerboot is bijna gelijk aan haar zusterschepen Prinses Beatrix en de Prinses Margriet maar heeft duidelijk verschillende schoorstenen. Ook zitten er speciale luchtroosters in het schuine gedeelte van de zijkanten.

Een jaar na de tewaterlating maakt de Prinses Irene proefvaarten tussen Kruiningen-Perkpolder. Het doel van deze proefvaarten was te onderzoeken aan welke eisen een nieuwe veerboot voor deze veerdienst moest voldoen. De veerboot kon door haar breedte geen gebruik maken van de fuiken en werd daarom afgemeerd aan de steigers naast de fuiken.

Toen eind jaren 60 de aanlegsteigers verbouwd werden voor de komst van de eerste PSD-dubbeldekker, kon de Prinses Irene wel aanleggen. Vanaf 1968 vaart de Irene dan ook geregeld tussen Kruiningen-Perkpolder.

Schade en aanvaringen

De nieuwe veerboot Prinses Irene veroorzaakte in juni 1960 al schade door met hoge snelheid in de fuik te varen en waarbij het remmingswerk vernield werd. De motor voor het bedieningsmechanisme weigerde dienst, waardoor de bemanning niet volle kracht achteruit kon schakelen. De kapitein van de Irene besloot daarop de veerboot maar tegen het remmingswerk te varen, zodat de laadbrug van de aanlegsteiger gespaard bleef. Medewerkers van De Schelde waren snel ter plaatse om het euvel met de bedieningsmotor op te lossen.

Op 8 oktober 1971 liep de Prinses Irene aan de grond op de strekdam in Breskens. De veerboot liep schade op aan boeg en roer. Passagiers konden de veerboot via een ladder verlaten, maar de eigenaren van 80 auto’s moesten noodgedwongen uren doorbrengen op de veerboot.

Kruiningen-Perkpolder?

Begin 1961 maakt de Prinses Irene een proefvaart tussen Kruiningen en Perkpolder. De Prinsesseboot kon daar niet aanleggen vanwege de breedte, maar de PSD wilde bekijken of het schip geschikt was. De veerhaven van Kruiningen bleek geen probleem, maar Perkpolder ‘was totaal ongeschikt’. Dit probleem werd verholpen omdat in 1968 de eerst dubbeldeksveerboot in de vaart kwam, met een grotere veerhaven in Perkpolder ten gevolg. Het breedteprofiel van de Prinses Christina was gelijk aan dat van de Prinses Irene, dus de veerboten konden worden uitgewisseld tussen de twee Westerscheldediensten.

Om een goede aansluiting op de fuiken in Kruiningen en Perkpolder te realiseren, moesten de Prinsessenboten wel iets worden verbouwd. Het dek voor en achter bij de passagiersingangen werd een stukje verhoogd, dit resulteerde in een knik op het voor- en achterschip van onder andere de Prinses Irene. Later werd de scheepsnaam aangebracht op de voorzijde, omdat door de verhoging hiervoor ruimte ontstond.

Golf beukt deur in

Eind jaren 80 werd de Prinses Irene afgedankt door de PSD nadat de Prinses Juliana in dienst kwam. Maar nadat de schroefmotor van de Prinses Margriet in brand was gevlogen werd de Irene van stal gehaald. Al op de tweede dag van de inzet van de Irene ontstonden problemen. De veerdiensten over de Westerschelde waren ’s ochtends op 20 oktober 1986 gestaakt wegens een westerstorm windkracht 9. De Prinses Irene werd die middag verrast door zeer hoge golven die het rijdek overspoelden, omdat de fietsersdeur het begaf. Auto’s stonden tot de portieren in het zeewater. De bemanning kon het water snel wegwerken.

Begin februari haalde de Irene nog de krant door een mysterieuze aanvaring op de rede van Vlissingen. Op 9 februari rond 19.20u ramde de veerboot het schip de Liselotte Hermann. Aan boord brak korte tijd lichte paniek uit, maar kapitein en bemanning zwegen de rest van de overtocht over het incident.

Vroege verkoop

De Prinses Irene werd al na 26 jaar van de hand gedaan, terwijl de zusterschepen respectievelijk 36 en 32 jaar bij de PSD hebben gevaren. Op 1 november 1986 zou het veiligheidscertificaat van de Prinses Irene verlopen en de PSD had geen interesse om de veerboot nog op te knappen. Uiteraard moet dit gezien worden in het licht van de komst van de dubbeldekker Prinses Juliana. De PSD keek welke enkeldekkers technisch in de beste staat waren en kozen ervoor om de Prinses Irene te verkopen.

De scheepvaartinspectie gaf een ontheffing, zodat de Prinses Irene nog mocht varen na 1 november 1986. Dit was zeker nodig omdat de Prinses Juliana met problemen te kampen had. In de pers werd dit breed uitgemeten: ‘afgeschreven veerboot weer in dienst’ en ‘bijna 30 jaar oude veerboot weer in de vaart’ klonk het. Vreemd, aangezien de PSD in 1986 ook nog twee veerboten van 36 en 37 jaar in dienst had. PSD-personeel op de Prinses Irene slaat tegenover een krant een boekje open over de situatie. De enkeldekkers worden slecht onderhouden, menen ze.

De Prinses Irene maakte haar laatste afvaart op Vlissingen-Breskens op 14 mei 1987. Daarna gaat de veerboot definitief aan de kant en wordt ze opgelegd in de Binnenhaven. Een koper wordt gezocht voor de enkeldekker uit 1960.

China, Malta of Delfzijl?

De PSD ontvangt enkele verzoeken om meer informatie over de Prinses Irene te verstrekken. Zo is er interesse uit Indonesië en Malta, maar ook uit Delfzijl. Een ondernemer wil daar een veerdienst beginnen over de Eems tussen Delfzijl en Emden (Duitsland). Hij vraagt de PSD om ‘enige invormatie’ (sic). De vraagprijs voor de Prinses Irene bedraagt 4.400.000 gulden, dit werd vastgesteld in 1985.

Op 18 maart 1988 werd de Prinses Irene verkocht aan Mira Ferries voor 310.000 gulden en herdoopt in Karwela 1. Op 26 maart 1988 is de Karwela 1 vertrokken uit Vlissingen met als bestemming Malta.

In 1988 is de Karwela 1 weer doorverkocht, ditmaal aan A. S. Soliman en herdoopt tot Hauno Express. De Hauno Express is vertrokken naar Suez en is daar ingezet op de dienst Suez – Jeddah. In 1989 voer de oude Prinses Irene tussen Jeddah – Assab.

In 1997 is ze weer verkocht, nu aan Najd Trading & Shipping Establishement, en is herdoopt tot Al Mabruka. In 1999 is de ex-Prinses Irene weer hernaamd, daarna is nog een paar keer gewisseld van vlag. In 2002 is ze verkocht aan Al Tayyar Travel Group in Jeddah. Ook is ze weer omgedoopt, nu in Almadina Almunawara 1. De Almadina Almunawara 1 is ingezet op de dienst Port Sudan – Jeddah.

Sloop

In 2005 was het schip niet meer te verzekeren, en werd ze opgelegd in Jeddah. Toen is de oude Prinses Irene niet naar de sloop gegaan, maar weer opnieuw in dienst gesteld tussen Port Sudan en Jeddah.

In 2006 liep het toch slecht af voor het schip en is het uiteindelijk gesloopt. In maart 2006 is het schip verkocht en op 22 maart vertrokken uit Port Sudan richting Alang, India. Daar is het schip aangekomen op 5 april, waar de voormalige Prinses Irene opgelegd heeft gelegen tot 22 mei 2006 toen begonnen werd met de sloop op het beruchte sloopstrand.

Foto’s PSD-enkeldekker Prinses Irene

Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Prinses Irene (1960) op de fotopagina.

Donkere lucht boven de Westerschelde

© F. Gittenberger | De PSD-boot Prinses Irene op een mooie ansichtkaart.

Bekijk ook eens alle foto’s van deze Zeeuwse enkeldeksveerboot. Later heeft de Prinses Irene gevaren in Saudie-Arabië als Almadina Almunawara 1.