Koningin Beatrix

Op 31 augustus 1993 vonden de doop en de te waterlating van de Koningin Beatrix plaats, uitgevoerd door het staatshoofd Beatrix zelf. Het schip werd op 30 november 1993 afgeleverd aan de PSD. De Koningin Beatrix was geen eigendom van de PSD, maar van ‘BV Veerboot Westerschelde’, een speciaal opgerichte zusteronderneming van De Schelde. Begin jaren 90 ging men er nog vanuit dat de Prinses Margriet dienst zou doen tot de PSD opgeheven zou worden. Het kopen van een vierde dubbeldekker werd niet economische geacht.

Uiteindelijk werd wel besloten tot de bouw van een vijfde dubbeldekker en daarbij tot de koop van de Koningin Beatrix. Daarom werd op 31 december 1997 de Koningin Beatrix eigendom van de PSD. De vijfde PSD-dubbeldekker werd een zusterschip van de Beatrix en Prins Johan Friso genaamd.

Voortstuwing

De Koningin Beatrix was de eerste PSD-veerboot zonder conventionele scheepsschroef, maar werd uitgerust met vier azimuth thrusters. Deze roerpropellors zorgden voor enorme wendbaarheid, handig voor het binnenlopen van de fuik. De Ulstein-thrusters worden aangedreven door ABB Strömberg-draaistroommotoren (1000 omwentelingen per minuut, 1500 kW). Wanneer het schip in de fuik ligt, wordt het toerental teruggbebracht naar 600 omwentelingen, waardoor circa 1000 kW bespaard wordt. De benodigde stroom voor de thrusters komt van vier Stork Wärtsilä-dieselmotoren (1000 omwentelingen per minuut, 1580 kW) in combinatie met ABB-generatoren.

Vervanger voor enkeldekker

De Koningin Beatrix verving de in 1958 gebouwde enkeldekker Prinses Beatrix. De dubbeldeksveerboot is gebouwd om uitwisselbaar te zijn met Kruiningen-Perkpolder, maar dat is niet nodig geweest. De Provincie Zeeland twijfelde om een vierde dubbeldekker te bouwen. Plannen bestonden om de TESO een veerboot te laten bouwen en deze de eerste jaren te charteren. Vanaf het openen van de vaste oeververbinding zou de TESO de veerboot inzetten op de dienst naar Texel.

Uiteindelijk koos de Provincie toch voor het charteren van de Koningin Beatrix van BV Veerboot Westerschelde. De Koningin Beatrix liep op 21 september 1994 vast op de strekdam in Breskens. Daarbij verloor ze een thruster en moest de reserveboot Prinses Margriet de dienst overnemen.

Interieur

De Koningin Beatrix was een moderne veerboot met dito interieur. Dat vormde een groot contrast met de Prinses Juliana, een schip dat een goedkoop interieur had vooral bestaand uit plastic kuipstoeltjes.

Op 27 oktober 2002 voer de Koningin Beatrix tevergeefs van Breskens naar Vlissingen. Door de zeer zware storm (windkracht 11) kon het schip niet goed in de fuik van Vlissingen komen en moest men terugkeren naar Breskens waarna na alle passagiers en auto’s weer aan land gingen.

De laatste boot

De Koningin Beatrix voer op 15 maart 2003 als laatste veerboot onder PSD-vlag van Breskens naar Vlissingen. Dit was de allerlaatste afvaart na 137 jaar. Na 15 maart voeren de Koningin Beatrix en de Prins Johan Friso verder onder de vlag van de BBA. De BBA charterde de schepen van de Provincie om de periode te overbruggen totdat de nieuwe, kleinere veerboten klaar waren. In de BBA-periode werden de twee veerboten voorzien van een groot BBA-logo op beide flanken, verder veranderde de BBA niks aan de schepen. Alleen bleven de autodekken leeg en kon je geen eten meer kopen in de kantine.

Op 1 mei 2004 was de door de BBA georganiseerde afscheidsdag van de dubbeldekkers. Toen voeren de Koningin Beatrix en de Prins Johan Friso voor de laatste keer samen op Vlissingen-Breskens. De Koningin Beatrix voer de dagen na 1 mei toch nog door omdat een van de nieuwe SWATH-veerboten problemen had (lees hier meer over de problemen rond de Fast Ferry). Pas op 5 mei 2004 ging de Koningin Beatrix uit de vaart en was het schip terug in handen van de Provincie Zeeland. Daarop vertrok de veerboot naar Vlissingen-Oost.

Tremestieri

Op 27 mei 2004 werd de Koningin Beatrix verkocht aan MPS Leasing & Factoring, die de veerboot verchartert aan Caronte & Tourist. De dubbeldekker werd omgedoopt tot Tremestieri en gereed gemaakt voor de reis naar Italië. Op vrijdag 11 juni vertrokken de laatste twee PSD-dubbeldekkers uit Zeeland.
Op 21 juni 2004 kwam de Tremestieri aan in Palermo. In Palermo zou het schip verbouwd worden bij scheepswerf Ficantieri. Pas eind maart is men begonnen aan de grondige verbouwing waarbij de hele voetgangers ingangen plaats hebben moeten maken voor een rotonde op het bovenste autodek.
Die ‘rotonde’ maakt het mogelijk dat auto’s kunnen draaien. Ook is er een interne verbinding voor auto’s gemaakt tussen het onderste en bovenste rijdek. De kleur van de romp is tegenwoordig blauw, net als de vier schoorstenen. Het schip heeft een klep gekregen op de voor en achterkant om het laden en lossen mogelijk te maken.

Messina-Villa San Giovanni

Op 28 mei 2005 is de Tremestieri aangekomen in Messina. Daar heeft de veerboot verschillende proefvaarten gemaakt. De veerboot kwam op 21 december 2005 in de de vaart tussen Messina op Sicilië en Villa San Giovanni op het vaste land van Italië. Eerst werden alleen trucks vervoerd, later ook auto’s en passagiers. De Tremestieri vaart nog altijd elke dag op en neer over de Straat van Messina.

In de winter van 2016-2017 was de Tremestieri uit de vaart voor onderhoud. Aan de kant in Messina werden nieuwe veiligheidsmaatregelen geïnstalleerd, zoals een uitklapbare glijbaan vanaf het promenadedek. Een andere opvallende aanpassing is ook te vinden op het promenadedek: een nieuwe lift komt op dit dek uit. De Koningin Beatrix had bij de bouw geen lift, zusterschip Prins Johan Friso wel.

Foto’s PSD-dubbeldekker Koningin Beatrix

Bekijk alle Zeeuwse foto’s van de PSD-veerboot Koningin Beatrix (1993) op de fotopagina.

KBX bij het havenhoofd