Oosterschelde

De Ooster-Schelde werd in 1933 gebouwd bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen en kreeg bouwnummer 198. De veerboot is gelijk aan zusterschepen Koningin Emma en Prins Willem 1. De Ooster-Schelde voer voor de oorlog op de Oosterschelde tussen Zierikzee – Wolphaartsdijk.

In de oorlog

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, op 10 mei 1940 is de Ooster-Schelde gevorderd en naar Terneuzen gezonden voor troepentransport naar Hoedekenskerke. Na op verschillende diensten te hebben gevaren werd de veerboot uiteindelijk ingezet als troepenschip tussen Vlissingen en Breskens.

Het was een niet ongevaarlijke tijd omdat het een oorlogssituatie betrof en er geregeld beschietingen en bombardementen plaatsvonden. De Ooster-Schelde werd door Franse militairen tot zinken gebracht in de haven van Breskens.
Tijdens de oorlog werd het schip gelicht, en naar Vlissingen gebracht. In augustus 1941 werd de veerboot opgelegd in de nieuwe veerhaven van Perkpolder, om eind maart 1943 weer terug te keren naar de werf in Vlissingen.

Het bombardement

In de nacht van 31 mei op 1 juni 1943 werd Vlissingen getroffen door een bombardement. Een bom viel tussen de Prins Willem I en de Ooster-Schelde in wat resulteerde in twee doormidden gebroken veerboten. De net weer vorm krijgende zijlader was weer zwaar getroffen, de boot zou tijdens de oorlog niet meer in dienst komen. De reparatie werd namelijk met slimme trucs steeds uitgesteld en er werd besloten dat de boot verlengd moest worden.

Na de oorlog kregen de Ooster-Schelde en de Prins Willem I voorrang bij herstel. Aangezien er toch niet veel auto’s meer rondreden en brandstof schaars was waren kleine zijladers meer nodig dan de grote Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik. Daarom kwam de Ooster-Schelde op 25 oktober 1946 weer in dienst, zes meter verlengd en ontdaan van de achtersalon ten behoeve van het vervoer van meer auto’s.

Terneuzen

Omdat het schip feitelijk platgebrand was in de oorlog en vanaf de romp nieuwgebouwd was kon het nog jaren mee. Ook verdween het streepje tussen Ooster en Schelde in de naam en werd de veerboot dus Oosterschelde genoemd. De Oosterschelde kwam in dienst tussen Terneuzen en Hoedekenskerke.

Terschelling

De Oosterschelde is vercharterd aan Rederij Doeksen en tussen 1959 en 1963 ‘s zomers ingezet als veerboot tussen Harlingen en West-Terschelling. De Zeeuwse veerboot werd speciaal ingezet om veel auto’s te kunnen vervoeren naar het eiland, Doeksens eigen vlaggenschip Friesland had minder ruimte voor auto’s achterop.

Eind december 1968 werd de zijlader twee weken lang ingezet samen met de Prinses Christina op Kruiningen – Perkpolder. Dit omdat Rijkswaterstaat werkzaamheden aan de kleine fuiken, voor de Koningin Juliana en de Prins Bernhard moest uitvoeren. Daardoor was alleen de Christina beschikbaar en kwam de Oosterschelde voor versterking.

Na de opheffing van Terneuzen – Hoedekenskerke op 3 januari 1972 was de Oosterschelde overbodig geworden en opgelegd in de Binnenhaven te Vlissingen. De laatste dienst waar met zijladers gevaren werd was opgeheven en er was geen plek meer in de PSD vloot. Daarom werd in 1972 de Oosterschelde verkocht en Jutter genaamd.

Na de PSD

De Jutter verzorgde vanuit Den Helder een aantal jaar sportvistochten. Vanaf 1982 was de oude PSD veerboot in gebruik als horeca gelegenheid in Amsterdam en Lelystad.
In 1990 werd de oude Oosterschelde gekocht door Hans Borrel en Willem Jan genoemd. De Willem Jan doet dienst als party schip in Zwolle. Op 7 juli 2007 is het schip naar het dok in Urk van Balk Shipyard gesleept, foto’s hiernaast en onder.