Noord-Beveland
De PSD gaf in oktober 1951 de opdracht voor een nieuwe zijladingsveerboot, voor de dienst Kortgene – Wolphaartsdijk. De Noord-Beveland, zoals de nieuwe veerboot gedoopt werd, ging te water op 14 juni 1952 en werd op 7 augustus 1952 aan de PSD overdragen.
De Noord-Beveland was een aparte verschijning in de vloot. Het schip lijkt namelijk geenszins op andere PSD veerboten. Het stuurhuis staat achterop en voor is ruimte voor auto’s en vrachtwagens.
Oorspronkelijk was een motor van de Prinses Irene in de Noord-Beveland geplaatst. De Prinses Irene, niet te verwarren met de enkeldekker, was een door de PSD geïncasseerd patrouilleschip van de Duitse Kriegsmarine. Deze motor installatie bleek geen succes en werd daarom in 1955 vervangen door een krachtiger type.
Op 1 oktober 1960 werd de veerdienst Kortgene – Wolphaartsdijk opgeheven omdat deze overbodig geworden was door de Zandkreekdam. De Noord-Beveland versterkte sindsdien de Oosterschelde dienst. Tot december 1965 voer de veerboot over de Oosterschelde, waar zij overigens niet geschikt voor was wegens een te stompe kop.
Nu ook de dienst over de Oosterschelde opgeheven was bleef er weinig werkterrein over voor de Noord-Beveland. Op Terneuzen – Hoedekenskerke heeft de veerboot nooit gevaren, waarschijnlijk werd dat niet op prijs gesteld wegens de op de Oosterschelde opgedane ervaringen.
Incidenteel versterkte de Noord-Beveland de dienst Kruiningen – Perkpolder, bijvoorbeeld als er onderhoud aan de fuiken gepleegd moest worden en andere veerboten niet konden varen.
De rest van de tijd na de opheffing van de Oosterscheldedienst lag het schip opgelegd in de Binnenhaven in Vlissingen. In september 1968 is ze verkocht aan Stolk’s Handelsonderneming uit Hendrik Ido Ambacht.