Kruiningen-Perkpolder

Toen begin jaren 30 het vervoersaanbod sterk toenam op de dienst Hansweert – Walsoorden werd besloten de veerdienst te verplaatsen naar Kruiningen – Perkpolder, waar meer ruimte was voor uitbreidingen. De tot dan toe modernste veerboot op Hansweert-Walsoorden was de Prins Hendrik, maar in de havens waren geen faciliteiten om koplading te gebruiken. In 1933 veroorzaakte het plan onrust in Hansweert en Walsoorden. In Hansweert werd een protestvergadering gehouden tegen het plan om de veerdienst te verplaatsen naar Kruiningen – Perkpolder. Besproken werd of de één miljoen gulden niet op een andere manier ten goede van Zeeuws-Vlaanderen kon komen.

Nieuwe veerhavens

Al op 6 augustus 1940 kwam de veerhaven van Perkpolder gereed. Die dag vertrok de eerste veerboot uit Hansweert naar Perkpolder, in plaats van naar Walsoorden. Door de oorlog ging de opening gepaard zonder de gebruikelijke feestelijkheden. Wel zat de eerste veerboot vol met ‘officieele personen’, zoals dagblad Het Vaderland het op 7 augustus omschreef. De genodigden vertrokken uit Perkpolder met de tram die aansluiting had op Hulst, naar het gemeentehuis in Hontenisse. Als aansluiting op de veerhaven van Perkpolder legde de Nederlandse staat 2500 meter tramlijn aan tot Kloosterzande. Daar lag al een lijn van de Zeeuwsch-Vaamsche Tramweg Maatschappij.

Veerhaven Perkpolder
Vergelijking veerhaven Perkpolder 1950 / 1972

De veerhaven in Perkpolder werd in de eerste jaren van de oorlog ook gebruikt om een deel van de gehavende vloot van de PSD in op te leggen. Zo werden bijvoorbeeld de Ooster-Schelde en de Prins Willem I tot het voorjaar van 1943 opgelegd in Perkpolder.

Op 1 mei 1943 werd ook de nieuwe veerhaven van Kruiningen in gebruik genomen. De veerdienst Kruiningen – Perkpolder kon met de beperkte vloot van de PSD van start, maar niet zonder gevaren.

Veerhaven Kruiningen
Vergelijking veerhaven Kruiningen 1949 / 1980

In september 1943 kreeg de PSD een gevoelige slag te verwerken. Door Britse luchtaanvallen op PSD-veerboten op de Ooster- en Westerschelde vielen velen doden. Op vrijdagmorgen 17 september werd ook de veerboot tussen Kruiningen – Perkpolder onder vuur genomen, waarbij volgens krantenberichten ‘eenige Nederlandse gewonden en dooden’ vielen.

Verwoestingen 1953

Amper tien jaar na de opening van de veerhaven in Kruiningen werd deze volledig verwoest tijdens de watersnoodramp in 1953. De veerboot Willemsdorp spoelde door het dijkgat de polder in en de bemanning van de Prins Hendrik beleefde spannende uren om hun schip in de haven in bedwang te houden. De veerdienst zou de rest van het jaar uit de vaart zijn. Op 1 mei 1954 werd de haven heropend door minister Algera en kon de dienst naar Perkpolder worden hervat.

Toename vervoer

Halverwege de jaren 50 was er even sprake van vlootuitbreiding ten gunste van de veerdienst, maar hiervan werd uiteindelijk afgezien. Wel zou er een nieuwe veerboot worden gebouwd voor Vlissingen – Breskens, de Prinses Beatrix. Kruiningen – Perkpolder profiteerde wel van de vernieuwingen van het westelijke veer, aangezien de Prins Bernhard en de Koningin Juliana daardoor vrijkwamen om ingezet te worden.

De vervoerscijfers bleven echter stijgen in de jaren 60 en verschillende veerboten werden verlengd om meer capaciteit te creëren. Weer werden er plannen geopperd om een nieuwe veerboot te bouwen voor de veerdienst. Het zou dan gaan om een kleine veerboot, die al in 1966 in dienst zou kunnen komen. Hier werd echter weer van afgezien. In plaats van kleinschalige vernieuwingen werd besloten het hele veer op de schop te nemen.
In 1965 werd een begin gemaakt met de werkzaamheden. De karakteristieke bomen om de kleine veerhaven in Perkpolder verdwenen om plaats te maken voor uitbreiding van de haven. In de veerhaven, zoals die aangelegd was in 1940, was geen plaatst voor dubbeldekkers. Ook kwam er een nieuwe toegangsweg naar Perkpolder toe en werd het veerplein aanzienlijk uitgebreid.

Dubbeldekkers

Kruiningen – Perkpolder zou een moderne veerdienst worden, met een revolutionair concept: dubbeldeksveerboten. Op 4 juni 1968 nam de Prinses Christina de nieuwe dubbeldeksfuiken in gebruik. Vanaf nu konden auto’s gebruik maken van twee bovenelkaar gesitueerde rijdekken. In 1970 kwam ook de Prins Willem-Alexander in dienst en was de modernisering van de veerdienst afgerond.
Door de transitie naar een dubbeldeksveerdienst werden de Prins Hendrik en de Dordrecht overbodig. De Prins Bernhard en Koningin Juliana werden nog aangehouden en versterkten in drukke tijden de dienst. Aangezien zij gebruik maakten van de kleine, in de jaren 40 aangelegde fuiken kon dit makkelijk tegelijk met de dubbeldekkers.

Jarenlang bleef de veerdienst ongemoeid. De dubbeldekkers bleken het aanbod gemakkelijk aan te kunnen. Halverwege de jaren 80 werden de Bernhard en de Juliana overbodig en verkocht. De veerdienst kon af en toe rekenen op versterking van een van de Prinsesseboten van Vlissingen en Breskens. Deze uitwisseling was mogelijk omdat de veerboten dezelfde afmetingen hadden, alleen een rijdek minder.

Toen in de jaren 90 ook de enkeldekkers uit de PSD-vloot verdwenen werd er gewisseld met de dubbeldekkers. Door de komst van de laatste dubbeldekker, de Prins Johan Friso werd de Prinses Christina reserveboot. De Prinses Juliana kwam naar Kruiningen – Perkpolder en onderhield met de Prins Willem-Alexander de dienst tot 15 maart 2003.

Definitieve opheffing

Na 60 jaar werd de veerdienst opgeheven, op 14 maart 2003 vertrokken ’s avonds laat de laatste auto’s vanuit Perkpolder naar Kruiningen:

De laatste auto's die over de Westerschelde zijn vervoerd

Op 15 maart 2003 werd een afscheidsdag gehouden, voor passagiers. Auto’s moesten al door de Westerscheldetunnel. Op 16 maart 2003 vertrokken de twee veerboten naar Vlissingen. De Prins Willem-Alexander nam in Kruiningen voor de laatste keer auto’s mee, dit keer van PSD-medewerkers om deze vervolgens in Vlissingen te lossen.