Kortgene-Wolphaartsdijk

Ongeveer 200 meter, is de afstand tussen de aanlegsteiger van Kortgene en Wolphaartsdijk. De veerdienst werd lange tijd uitgevoerd met een hoogaars. Moest er vee mee naar de overkant, dan bond men dat achter de boot en kon het naar de overkant meezwemmen zo gaan de verhalen in de streek.

Op 1 januari 1913 nam de provincie de veerdienst voor haar rekening, doordat het veerrecht werd gehuurd van de Ambachtsheerlijkheden van Kortgene en Wolphaartsdijk. Er bestond namelijk een veerrecht van Kortgene naar Wolphaartsdijk maar ook een veerrecht voor Wolphaartsdijk naar Kortgene. De schippers van beide kanten hadden een hoogaars, zeilboot en twee roeiboten waarmee ze de dienst uitvoerden. De huur van elk veerrecht betrof 450 gulden per jaar. De schippers kregen salaris van de PSD en moesten de inkomsten afdragen. Een nieuwe motorboot werd gebouwd voor de veerdienst, de Zuidvliet.

In september 1925 werd na overleg de bouw van een nieuwe motorveerboot aanbesteed aan scheepswerf Boele in Ridderkerk. Eind december 1926 kwam deze nieuwe veerboot genaamd Zandkreek in dienst op het veer. Zowel de Kortgeense als Wolphaartsdijkse schipper had een hoogaars. Een van deze schepen is later naar Zierikzee zijn gegaan om passagiers van de veerboot te halen als deze bij eb de haven niet kon bereiken. De andere hoogaars zou via omzwervingen door de provincie in de jaren 80 naar het Scheepvaartmuseum ‘Baasrode’ bij Dendermonde, België zijn gegaan.

Het vervoer van auto’s was eind jaren 20 erg duur op de veerdienst, in kranten werd dan ook veel geklaagd hierover:

“Is het u bekend, dat men momenteel voor een Ford-auto van Wolphaartsdijk naar Kortgene f1.50 betaalt, en dat diezelfde wagen op het veer naar Neuzen 20cts. minder kost, terwijl de afstand meer dan 50 maal grooter is?” De Zeeuw, 23.07.1929

In de jaren 30 gingen stemmen op een brug naar Noord-Beveland te bouwen. Pas op 1 januari 1940 werd het veerrecht gekocht en werd volledig een provinciale veerdienst. Men wilde het veerrecht in bezit hebben, ook al lagen de plannen voor de brug op de tekentafel. Op 8 mei 1940 werd de bouw van de brug aanbesteed, de oorlog gooide alleen roet in het eten wat betreft de uitvoering. De veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk was voor auto’s de enige verbinding met de rest van het land en het eiland Noord-Beveland. Na de oorlog keek men dan ook met weemoed terug aan de vooroorlogse periode waarin de knoop een brug te bouwen dan eindelijk was doorgehakt. In de periode van de wederopbouw lagen de prioriteiten ergens anders.

De PSD besloot wel een nieuwe veerboot te bestellen voor de veerdienst en gaf in oktober 1951 de opdracht voor een nieuwe zijladingsboot. Deze veerboot werd Noord-Beveland gedoopt en kwam in 1952 in dienst. Hierdoor kon de Zandkreek als goede reserveboot dienen, vroeger was er geen reserveboot beschikbaar die geschikt was voor het vervoer van auto’s.

Op 1 oktober 1960 werd de Zandkreekdam geopend en werd de veerdienst opgeheven.