Koningin Wilhelmina

De Koningin Wilhelmina was de eerste kopladingsveerboot van de Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland. In juni 1927 ging de veerboot in Krimpen aan de Lek te water. Pas op 21 april 1928 volgde de indienststelling, de bouw van de nieuwe fuiken en de koplading aanleginrichtingen liet nog op zich wachten.

Koplading bij de PSD

Het was dan ook misschien wel de grootste vernieuwing in de geschiedenis van Vlissingen – Breskens, de overgang van oude zijladers naar de zeer moderne diesel-mechanische ferryboot.

De Wilhelmina voer tussen de veerhaven van Vlissingen, voor het station, en die van Breskens, gelegen in de haven. Het overzetten van auto’s, welke bezig was aan een grote opmars in de jaren 30, verliep probleemloos met de nieuwe ferry. Reden om een nieuwe veerboot te laten bouwen, de Prinses Juliana, die grote gelijkenissen vertoond met het ontwerp van de Wilhelmina.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de mei dagen van 1940 raakte de Koningin Wilhelmina beschadigd, maar de veerboot kon in de vaart blijven. Tot de bezetter de ferry in 1944 vorderde en ermee verdween richting Hamburg. Daar werd ze dan ook teruggevonden, en na de oorlog weer teruggebracht naar Vlissingen.
In 1946 werden bij de Schelde reparaties uitgevoerd, zodat ze in het voorjaar van 1948 weer in dienst kon worden gesteld. De rechthoekige ramen aan weerszijde van het autodek werden vervangen door ronde.

Later, in 1954 werden de klepconstructies aan de voor en de achterkant van het schip vervangen door scharnierende deuren, zoals op de Prinses Juliana. Dit om het mogelijk te maken dat er hogere vrachtwagens vervoerd konden worden.
De Koningin Wilhelmina deed na de oorlog voornamelijk dienst op Perkpolder. In 1960 is de veerboot verkocht aan de TESO.

Naar Texel

Bij Texels Eigen Stoomboot Onderneming begon de toen al 33 jaar oude veerboot aan een tweede leven. De TESO had nog geen kopladingsschepen en daarom maakte men gebruik van de zijladings ingangen. De Wilhelmina was een stuk groter dan de zijladers die op dat moment van Texel naar Den Helder voeren. Vanwege haar hoge leeftijd kreeg de veerboot de bijnaam ‘Opoe’.

Begin jaren 60 heeft de TESO goed gekeken naar de moderne veerdienst Vlissingen – Breskens, met de Prinses Beatrix en de Prinses Irene. Besloten werd om te vernieuwen en zo kwam de koplading ook naar Texel. De eerste enkeldekker, de Marsdiep werd in 1963 in dienst genomen, samen met nieuwe fuiken en aanleginrichtingen.

Mogelijke verbouwing

De TESO nam een verbouwing van de Koningin Wilhelmina in overweging, zodat ze ook kon afmeren in de fuiken en gebruik kon maken van de voordelen van het kopladen. Deze verbouwing bleek gezien de hoge leeftijd van het schip niet rendabel. Toen in 1966 de tweede TESO enkeldekker in de vaart kwam werd de Wilhelmina overbodig en in 1967 vertrok ze richting sloper.