Kats-Zierikzee

De veerdienst tussen Middelburg en Zierikzee werd in 1912 overgenomen van de Zeeuwsche Spoorboot Maatschappij. De Provinciale Stoombootdienst op de Oosterschelde nam de nieuwe exploitatie op zich. In het prille begin werden de stoomboten van de ZSM overgenomen in afwachting van het gereedkomen van de nieuw bestelde stoomboten. In februari 1912 kwam de Schouwen in dienst, in hetzelfde jaar ook zusterschip Noord Beveland. Deze moderne veerboten waren zo’n 44 meter lang. De veerboten voeren vanaf 1912 van Zierikzee naar Katscheveer en dan via Kortgene en Wolphaartsdijk naar Middelburg. Daar werd aan de Loskade aangemeerd.

Inkorting

Op 14 mei 1923 werden Middelburg en Wolphaartsdijk geschrapt en werd een autobus in het leven geroepen tussen Middelburg en Katscheveer. Ook was er intussen wat geschoven in de vloot. De Schouwen was in 1921 overgegaan naar de Westerscheldedienst. Voor de Provinciale Stoombootdienst op de Oosterschelde voer de Noord Beveland. Soms kwam er een boot over van de Westerscheldedienst om de Oosterscheldedienst te versterken.

Begin jaren 30 werd besloten drie nieuwe veerboot te bestellen, de Koningin Emma, Prins Willem I en de Ooster-Schelde. Deze laatste veerboot verving de Noord Beveland die werd verkocht naar Terschelling. Al relatief snel verdwenen de stoomboten op de Oosterscheldeveerdienst. De Ooster-Schelde was namelijk een zeer moderne veerboot met een Schelde-Sulzer-diesel. Ook was er voldoende ruimte aanwezig op het achterdek om tien auto’s te vervoeren.

Tijdens de Oorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de vloot een zware slag te verwerken. De veerboot Ooster-Schelde werd samen met vele andere veerboten in de haven van Breskens tot zinken gebracht. Er werd in juli 1940 een veerboot gehuurd om toch nog de veerdienst te kunnen uitvoeren. Dit was het stoomschip Prinses Juliana, niet te verwarren met de gelijknamige kopladingsveerboot van de PSD. Later werd de naam veranderd in Prins Hendrik. Op 31 mei 1941 verviel ook Kortgene en werd de dienst dus ingekort tot Zierikzee-Katscheveer.

Op 3 september 1943 werd de Prins Hendrik onder vuur genomen door Britse vliegtuigen. Ook werd de stoomboot getroffen door drie bommen, waarna deze zonk. Het betrof de grootste slag voor de PSD in de oorlog, met een totaal aantal slachtoffers van 11. Het wrak van de Prins Hendrik ligt nog altijd op de bodem van de Oosterschelde.

Wederopbouw

De Provinciale Stoombootdienst op de Oosterschelde werd na de oorlog samengevoegd met de Westerscheldedienst. Het eigen kantoor werd opgeheven. Om de veerdiensten in het gehavende Zeeland weer snel op de rails te krijgen werd besloten om de drie zijladers voorrang te geven bij het herstel. Deze veerboten hadden immers geen ingewikkelde fuiken of aanlegsteigers nodig.

In de jaren 50 groeide het aanbod op de veerdienst Zierikzee-Katscheveer gestaag. De veerboot Koningin Emma werd daarom verlengd zodat nog meer auto’s tegelijk meegenomen konden worden.
Nog altijd moest gevaren worden tot de veerhaven van Zierikzee, ‘t Luitje. Om daar te komen moest door het Havenkanaal worden gevaren. De veerboot kon niet draaien bij ‘t Luitje en moest daarom ook het hele kanaal achteruit varen. Daarom werd besloten een nieuwe veerhaven, direct aan de Oosterschelde, te graven.

Wederom ingekort

Op 31 mei 1958 werd de nieuwe veerhaven De Val geopend. De veerdienst werd zo weer een paar kilometer ingekort. Door het gereedkomen van de Zandkreekdam tussen Kats en Wilhelminadorp kon ook aan die kant de veerdienst worden ingekort. Vanaf 19 mei 1961 voer de veerboot niet meer vanuit Katscheveer (gelegen op Zuid-Beveland) maar vanaf Kats (op Noord-Beveland). In een werkhaven voor de Deltawerken werd een aanlegsteiger aangelegd.

Het vervoersaanbod liep begin jaren 60 uit de hand. Daarbij moet bedacht worden dat Schouwen-Duiveland nog altijd een eiland was in die tijd en alleen per boot bereikt kon worden. Of men nam de veerdienst Kats-Zierikzee, of men stak over tussen Zijpe-Anna Jacobapolder.

De auto raakte erg in opkomst en de zijladers van de PSD waren daar niet tegen opgewassen. Even werd een kopladingsveerdienst overwogen, maar dit idee vond geen doorgang. Volgens een studie zou een kopladingsveerdienst in 1961 evenveel te verwerken krijgen als Vlissingen-Breskens..
De Koningin Emma kreeg na het opheffen van de veerdienst Kortgene-Wolphaartsdijk versterking van de veerboot Noord-Beveland van die dienst.

Zeelandbrug

In 1962 werd de opdracht gegeven tot de bouw van een brug tussen Zierikzee en Noord-Beveland. Vanaf 1964 verrezen gestaag de peilers van de brug in de Oosterschelde. Vanaf de veerboot had men goed uitzicht van deze ontwikkeling. Op 1 oktober 1965 werd het laatste brugdeel op zijn plaats gebracht. Schouwen-Duiveland was officieel geen eiland meer, het toen nog Oosterscheldebrug geheten bouwwerk won het van de veerboot.

Op 14 december 1965 maakt de Koningin Emma de laatste afvaart tussen Kats en Zierikzee. De veerboten werden verkocht en al vrij snel herinnerde er niet veel meer aan de veerdienst.

Of zoals de toenmalige PSD-directeur Nieuwenhuis in december 1965 zei:

Schouwen-Duiveland heeft voor de vooruitgang veel romantiek verloren.
De boot.
De tram.
De hoge bomen.