‘Een bom in de machinekamer’

Diverse veerboten van rederij Scandlines werden vandaag ontruimd vanwege een ‘telefonische dreiging’. Schepen in Rødby (DK), Gedser (DK), Helsingør (DK), Puttgarden (D), Rostock (D) en Helsingborg (S) werden geëvacueerd, de veerdiensten urenlang stilgelegd. Ook de Zeeuwse PSD kreeg weleens te maken met verontrustende telefoontjes. Eind jaren 80 kwamen er regelmatig telefonische bommeldingen binnen en werden veerboten uitgekamd.

‘Kort nadat de dubbeldeksveerboot Juliana om 17.50u was vertrokken uit Vlissingen, meldde een man telefonisch dat er een bom in de machinekamer lag’, het klinkt als het begin van een spannende krimi. Het is een quote uit de PZC van 1 april 1988, een wat ongelukkige datum om absurd nieuws te brengen. Toch kwamen er serieuze bedreigingen binnen, vaak bij het PSD-kantoor.

Paniek op de veerboot onstond er nooit, omdat de passagiers volgens protocol niet ingelicht werden. Aan de kant werd het schip wel onderzocht, zoals ook het incident met de Juliana, waar de Rijkspolitie te water ter plaatse kwam. Een bom werd niet gevonden. De veerdienst Vlissingen-Breskens was tot na negenen gestremd, de ferry blokkeerde tijdens het onderzoek de fuik van Breskens.

(archieffoto)

In de zomer van 1989 was het opnieuw raak. Ditmaal zou om 8u ’s ochtends een bom ontploffen op de veerboot Prinses Christina. ‘Om kwart voor acht liep de veerboot de veerhaven binnen, zodat de passagiers voldoende tijd hadden van boord te gaan’, lezen we in de PZC van 28 juli 1989. Op het doorgebelde tijdstip des onheils gebeurde er echter niets, waarop explosievenexperts de ferry doorzochten. Een dubbeldekker doorzoeken bleek een lastig karwei, vanwege de ‘balkenplafonds op de autodekken’.

De rest van 1989 zouden nog twee bommeldingen volgen, met grote vertragingen als gevolg. Ook na 1989 volgen er nog enkele bommeldingen over vermeende bommen op PSD-boten en -terreinen, maar nooit is er echt iets aan de hand.

(archieffoto)

‘We blazen de fuik op!’

In 1958 was er sprake van een andere dreiging: de strijd om de vrije veren liep uit de hand. Een deel van de actievoerders, vooral de jongeren, waren van mening dat de strijd letterlijker genomen moest worden. Zo werden er plannen gemaakt voor het opblazen van de fuik in Kruiningen, zouden op strategische plaatsen straten moeten worden opgebroken en zelfs veerhavens moesten geblokkeerd worden.

De dreigementen werden serieus genomen. In de nacht van 13 op 14 juni 1958 patrouilleerden twee politieagenten bij de aanlegplaats in Kruiningen, maar er gebeurde niets. De fuik werd pas na het einde van de PSD opgeblazen.