Onder vuur en schot – mei 1940

Zeeland vecht door waar de rest van Nederland capituleerde op 15 mei 1940. Tot de situatie verloren is op 17 mei 1940: Middelburg gaat in vlammen op, de Sloedam wordt opgegeven. Het is die middag dat een massale exodus van militairen zich voltrekt op de Westerschelde. De belangrijkste schakel in dit verhaal? De PSD-veerboten die de duizenden militairen in veiligheid brachten richting Breskens.

De PSD in mei 1940

Heen: De oversteek naar Beveland

De oorlogsrol van de PSD begint met de Franse militairen die Zeeland komen verdedigen. Op de eerste oorlogsdag komen de soldaten massaal vanuit Frankrijk aan in Breskens, Terneuzen en Walsoorden, ten einde de Westerschelde over te steken. Aan ‘de overkant’ voegde men zich bij de verdedigingslinies op Zuid-Beveland. De PSD’ers maken overuren om alle troepen over de Westerschelde te vervoeren.

De Stem publiceert op 15 januari 1991 uit het ooggetuigeverslag van een van de PSD-schippers, kapitein J. Verdoorn (1886-1961) van de zijlader Ooster-Schelde. Op de eerste oorlogsdag is de Ooster-Schelde in de vaart op de dienst naar Zierikzee. Na enkele evacuatievaarten naar de haven van Wemeldinge, zet de zijlader ’s nachts koers naar Breskens. In de nacht van 11 mei worden twee Franse officieren in volstrekte duisternis van Breskens naar Vlissingen gevaren.

Kapitein Verdoorn spreekt: ‘Op 11 mei in de middag vervolgden we onze vaarten. Boven het Sloe zien we een hevig bombardement van de Luftwaffe op de daar uit Antwerpen ontkomen schepen. Eén van die schepen, de Stella, wordt door een bom getroffen en zinkt. We zien hoge waterfonteinen opspuiten, als gevolg van bommen die hun doel gemist hebben. Dat was angstig om te zien. Rond 18u komen we behouden in Breskens aan.’

We zien hoge waterfonteinen opspuiten, als gevolg van bommen die hun doel gemist hebben. Dat was angstig om te zien.

’s Avonds op 11 mei wordt met de Ooster-Schelde nog een tocht ondernomen. De Luftwaffe neemt nu ook de zijlader onder vuur. Verdoorn: ‘Bij het binnenlopen van Vlissingen worden we de door Duitse vliegtuigen onder vuur genomen. Het was angstwekkend. Het was een muur van vuur van ongeveer een kilometer lengte. Toch komen we behouden aan en leveren de Franse manschappen en hun materieel af zonder incidenten.’

Bij het binnenlopen van Vlissingen worden we de door Duitse vliegtuigen onder vuur genomen. Het was angstwekkend. Het was een muur van vuur.

Kapitein Verdoorn en zijn mannen op de Ooster-Schelde varen soms dag en nacht, zonder noemenswaardige rust. ‘We raakten vermoeid en afgemat’, zegt Verdoorn daarover. Het schip is inmiddels compleet grijs geschilderd ter camouflage. Vanuit de lucht droppen de Duitsers ook magnetische mijnen in de Westerschelde, een ander groot probleem voor de veerdiensten. In de namiddag van 16 mei wordt dan ook een verbod uitgegeven nog te varen.

Terug: De oversteek naar Zeeuws-Vlaanderen

Als de strijd onhoudbaar wordt op 17 mei zien we een tegenovergestelde beweging. Met alles wat vaart proberen militairen terug de Westerschelde over te varen. Niet zonder gevaar. Bedenk bijvoorbeeld dat een paar dagen eerder het neutrale hospitaalschip Luctor et Emergo zonk na een Luftwaffe-bombardement.

De PSD-kopladingsveerboten zijn uiteraard het meest geliefd als troepentransportschip, de meeste voertuigen kunnen hiermee worden overgezet. Bij het uitbreken van de oorlog lag de Koningin Wilhelmina in het dok bij De Schelde. Snel werd het schip in gereedheid gebracht om te dienen als troepentransportschip. Tijdens een van de overtochten met militairen wordt de Prins Hendrik op stuurboord beschoten door de Luftwaffe. Hierna kan het schip nog maar in één richting varen. Ook het vlaggeschip van de PSD vaart voor militairen, de Prinses Juliana uit 1931.

De overtochten op 17 mei vinden plaats onder dramatische omstandigheden. Boven de skyline van Vlissingen zien we de rookwolken van een brandend Middelburg, uit alle richtingen klinkt gebulder van artillerievuur. Terug naar kapitein Verdoorn. Hij krijgt op 17 mei 16u het bericht dat alle veerboten zich vanuit Breskens naar Vlissingen moeten begeven om Franse troepen op te halen. Ditmaal is er dekking van Franse oorlogsschepen in de Scheldemonding.

Alle PSD-schepen maken minimaal één slag Breskens – Vlissingen – Breskens. De kopladers Prins Hendrik en Prinses Juliana varen zelfs twee keer op en neer. De bemanning van de Juliana doet uiteindelijk een derde poging als de schemer valt, maar stuit op teveel weerstand van de inmiddels ver opgerukte Duitse troepen in Vlissingen en keert onverrichterzake terug naar Breskens.

In Breskens ligt de Ooster-Schelde relatief veilig in de haven als kapitein Verdoorn een revolver op z’n borst gedrukt krijgt. Een Franse officier wil dat er met de Ooster-Schelde nog een tweede oversteek gemaakt wordt. Dit gaat uiteindelijk niet door, omdat het Franse marineschip dat dekking moest geven zinkt.

De Ooster-Schelde ligt relatief veilig in de haven als kapitein Verdoorn een revolver op z’n borst gedrukt krijgt. Een Franse officier wil dat er gevaren wordt met de Ooster-Schelde.

Rond 21u op 17 mei verlaat de bemanning van de Ooster-Schelde hun schip en worden ze onder begeleiding van de Franse troepen geëvacueerd. Buiten het zicht van kapitein Verdoorn gaat zijn schip die avond ten onder in de haven van Breskens, om te voorkomen dat het schip in Duitse handen valt. In plaats van in zijn kapiteinshut in de voorplecht van de Ooster-Schelde, slaapt Verdoorn die nacht op een onderduikadres, een boerderij op het Zeeuws-Vlaamse land. De bemanning ontkomt aan verder leed.

De PSD-schepen mochten niet onbeschadigd in handen van de bezetter vallen vond de Franse legerleiding in Zeeland. Het juiste moment voor het afzinken is een lastige afweging. De SS-brigades rukken ’s avonds op, maar tegelijkertijd moet je de eigen troepen ook nog gelegenheid geven over te steken. Ergens rond 22u worden de schepen onklaar gemaakt in Breskens. De haven raakt bezaaid met gezonken PSD-veerboten. Toch bevinden zich op dat moment nog eigen troepen op Walcheren.

Loe de Jong beschrijft in zijn befaamde oorlogswerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog dat de Fransen tot laat in de avond van 17 mei proberen weg te komen van Vlissingen naar Breskens. Vanuit Vlissingen, waar straatgevechten uitbreken tussen oprukkende SS’ers en vaderlandse troepen, proberen Franse en Nederlandse militairen zelfs in kano’s te ontvluchten naar Breskens. De Franse generaal Deslaurens sneuvelt in Vlissingen, terwijl hij zijn laatste vertrekkende troepen dekking gaf.

De vloot van de PSD is zwaar beschadigd. De tactiek van het vernietigen van de schepen had een goede uitwerking. De Ooster-Schelde, Prins Willem I, Prins Hendrik, Prinses Juliana en de Schouwen komen niet meer in de vaart tijdens de oorlog.

Kijk ook eens naar...